Willst du dich fliegen sehen/im Licht der Dunkelheit/Öffne dein Geschenk/und alles liegt bereit
Na het eten begon Melanie al een beetje te gapen en in haar ogen te wrijven, dus besloot Kayleigh dat het een lange en vermoeiende dag was geweest en dat het nu tijd werd om te gaan tukken; morgen zou het weer vroeg dag zijn.
Toen Kayleigh opstond pakte ze snel nog wat zakjes saus van de tafel en schoof het in haar zak, Bill zag het en liep naar haar toe: ‘Als je nog wat wil hebben, moet je het vragen, we hebben een hele keuken vol met saus.’ Hij zei het serieus maar de blik in zijn ogen deed Kayleigh inzien dat ze gek bezig was, niet zo zeer dat het raar was om eten in te slaan, maar meer dat ze saus aan het inslaan was, was een beetje mal.
Ze hoorde een van Melanies gilletjes en zij en Bill keken op. Gustav had Melanie op zijn nek genomen en samen joegen ze Georg op. Gustav maakte geluidjes alsof hij een motor was en aan Georgs rare loopje te zien was hij een of ander prooidier, waarschijnlijk een paard of zoiets.
'Leuk dat ze haar nog even opjutten voor het slapengaan.’ Nog voor Kayleigh iets had kunnen zeggen, was Tom haar al voor. Ze keek ietwat verwonderd naar de jongen die haar steeds meer verbaasde met zijn gedrag. De meeste jongens die ze tot dusver was tegen gekomen zagen óf Kayleigh als seksobject, óf Melanie als seksobject, óf beide als iets waar je je voeten nog net aan wilde afvegen. Van alle drie de types had Kayleigh nog het meest met de laatste groep, die lieten je tenminste met rust.
‘Komen jullie nog?’ Riep Melanie over haar schouder toen zij, Georg en Gustav de lift in galoppeerde.
Toen de drie bij de lift aankwamen, gingen de deuren net dicht en stonden Georg en Melanie samen gekke bekken te trekken, omdat zij de lift wél hadden gehaald.
‘Krijg wat!’ Riep Bill de lift na.
Toen ze eindelijk boven aankwamen en de kamer van Tom en Kayleigh in liepen, zagen ze al hoe Melanie in een T-shirt van Tom—dat door kon gaan voor een doopjurk— op een krukje haar tanden stond te poetsen met een tandenborstel die Bill en Kayleigh eerder die dag hadden gekocht.
De tandpasta die uit haar mond kwam was vies geel en toen Melanie Kayleigh in het oog kreeg, liet ze trots een klein tandje zien.
‘kaaik, mijn kank ifsh eruik,’ lispelde ze met haar mond vol tandenborstel.
‘Goed zo,’ zei Bill. Hij ging achter haar staan en legde zijn handen op haar schouders, ‘weet je wat je dan mag doen?’ Nieuwsgierig schudde Melanie haar hoofd.
Tom ging naast zijn broer staan, ‘dan mag je je tand onder je kussen leggen.’
‘Waarom?’
‘Dan komt de tandenfee. Die komt jouw tand ophalen en dan legt ze er een centje voor in de plaats.’
‘Echt waar!’ Verrukt keek Melanie naar Kayleigh ter bevestiging. Kayleigh glimlachte en knikte sereen. Ze nam aan dat de jongens een centje zouden neerleggen voor Melanie, zelf had ze nog geen duppie. Blij spuugde ze haar tandpasta in de bak en sprong van het krukje af.
‘Even wachten!’ Riep Georg, hij kwam aan met een bekertje water en een handdoek. Snel dronk ze het bekertje leeg en veegde toen haar handen af aan de handdoek, waarna ze haar gang naar het bed vervolgde. ‘Eigenlijk wilde ik alleen maar dat ze haar mond spoelde,’ mompelde hij ietwat uit het veld geslagen tegen de andere, die grinnikte.
‘Waar moet ik hem dan leggen?’
‘Onder je kussen, lieverd.’ Kayleigh liep naar het eenpersoonsbed toe, ze hadden al besloten dat zij en Tom het tweepersoonsbed zouden delen, al was Kayleigh daar niet helemaal blij mee. Ze was er alleen mee akkoord gegaan, omdat ze bang was dat ze op Melanie zou rollen in haar slaap. Kayleigh legde het kussen terug op zijn plek en ging naast Melanie op het bed zitten. Samen gingen ze tegen de muur aan zitten, de jongens maakte het zich gemakkelijk op het grote bed en Bill ging in kleermakerszit naast het bed op de grond zitten.
‘Gaan jullie ook zo slapen?’
‘Ja hoor, iets later dan jij, maar het zal niet lang meer gaan duren, morgen is het weer vroeg dag,’ vertelde Bill.
‘Ga jij daar slapen, Kayleigh?’ Melanie keek van het grote bed naar haar grote vriendin.
Kayleigh knikte, ‘ik kan niet bij jou in dit bed gaan liggen.’
‘Kan ik niet bij jou komen liggen dan?’
‘Tom ligt op de andere plek.’
‘Kan Tom dan niet hier komen liggen,’ onzeker keek Melanie naar Tom, maar voor deze zijn mond open kon doen was Kayleigh hem voor:
‘Nee, je moet ook eens leren om in een eigen bedje te slapen. Tom is onze gastheer en die kunnen we niet vragen of hij met minder genoegen wil nemen alleen omdat jij niet alleen durft te slapen. Er gaat niks gebeuren vannacht, ik lig aan de andere kant van de kamer en we hebben vier stoere jongens die ons wel beschermen.
‘En we hebben David,’ voegde Bill eraan toe.
‘En we hebben David,’ herhaalde Kayleigh, ‘kijk eens aan; vijf stoere jongens die ons willen beschermen, ik denk niet dat we veel te vrezen hebben.’
‘En als je vannacht echt niet kan slapen, mag je van mij wel tussen ons in komen liggen,’ zei Tom, lief glimlachend. Dit alles scheen Melanie er wel van te overtuigen dat ze veilig was vannacht.
Ze leunde gerustgesteld tegen Kayleigh aan, ‘Weet je, Kayleigh?’
‘Nou?’
‘De Kerstman heeft ons dit jaar een heel mooi cadeau gegeven.’
‘Ja?’
‘Ja,’ ze begon al in te dommelen, ‘we hebben een huisje gekregen, een kerstboom, eten en vier nieuwe vriendjes.’
Kayleigh glimlachte en een brok sprong in haar keel, ze legde het kleine meisje, dat voor de helft in dromenland was, in het bed neer, ‘Vrolijk kerstfeest, Ratje.’
‘Vrolijk kerstfeest.’ En ze sliep.
‘Heb jij kleingeld bij je?’ Vroeg Bill fluisterend aan Georg en direct begon iedereen in zijn zakken te voelen.
‘Ik heb twee euro?’
‘Geef eens,’ Bill stak zijn hand uit en Gustav legde het euromuntje in Bills hand.
‘Wat ga je doen?’ Vroeg Kayleigh zacht.
‘Voor tandenfee spelen,’ zei Bill simpel.
‘Met twee euro?’
‘Ja?’
‘Dat is veel te veel, doe niet zo stom.’
‘Hoezo veel te veel? Ik had d’r vijftig euro gegeven als ik het bij me had, ik kan het wel missen, hoor.’ De rest knikte instemmend.
‘Daar gaat het niet om. Iedere cent die we krijgen, sparen we en geven we uit aan eten. Dat kind kan niet omgaan met twee euro, ze zal van gekkigheid niet weten wat ze ermee moet doen. Ze gaat het aan mij geven en me er eten van laten kopen.’
‘Dan sla je dat af?’ Zei Tom simpel.
‘Oh ja, en dan hongerlijden zeker? Sorry, ik ben dan te hongerig om twee euro aan voedsel aan m’n neus voorbij te laten gaan.’
‘Wat geef ik d’r dan? Meer?’
‘Nee, natuurlijk niet! Minder juist. Voor twintig cent kunnen we niks kopen, dat wordt ook niet gestolen en dat brengt mij niet in de verleiding om eten te kopen.’
‘Wie heeft er twintig cent?’ Tom gaf Bill een muntje van twintig aan. Bill stak beide muntjes in zijn hand en schoof deze onder het kussen van Melanie, na het kleine tandje eronderuit te hebben gevist. Hij draaide zich terug naar Kayleigh, ‘zo, en nu wil ik er geen woord meer over horen, kom, dan gaan we naar beneden.’
Verongelijkt keek Kayleigh hem na, maar de rest stond ook op en volgde Bill de kamer uit. Kayleigh drukte nog een kus op de wang van Melanie en liep achter haar vier nieuwe vrienden aan.
‘Kom nog eventjes mee,’ Gustav wenkte de groep en op het gezicht van Georg verscheen een brede grijns. Ze liepen naar de kamer van Gustav. Toen ze de kamer binnen kwamen viel de mond van Kayleigh bijna open; het bed was letterlijk verdwenen onder de cadeaus! Ze had in haar hele leven alleen maar zoveel pakjes gezien in de etalages van de winkels, maar nog nooit bij iemand thuis.
‘Ik dacht dat wij niet deden aan cadeautjes,’ zei Bill verwijtend, met iets van schuld in zijn stem.
‘Wie zegt dat ze voor jullie zijn?’
‘Zijn ze voor Melanie?’ Vroeg Tom verbaast. Kayleigh keek op met een mengeling van boosheid, ongeduld, irritatie, verontwaardiging, schuld, dankbaarheid en weemoedigheid op haar gezicht: ze wist nog niet precies wat ze ervan moest denken.
‘Voornamelijk, maar we hebben ook nog wat cadeaus voor iedereen die morgen komt.’
‘Hoe komen jullie aan dat geld om dat allemaal te betalen,’ was het eerste dat Kayleigh kon bedenken om te zeggen.
Kayleigh had de vraag net gestelt toen er gegil door de gang klonk: ‘KAYLIE—’ de laatste klank van haar naam ging over in een langgerekte gil. Nog voor de jongens wat hadden kunnen bedenken om te doen was Kayleigh al door de deur geschoten en toen de jongens ook op de gang stonden zat Kayleigh al met een hard huilende Melanie op schoot.
Niemendalletjes als ‘het is goed, liefje’, ‘ik ben er weer’, ‘ik ga niet meer weg’, ‘ik blijf bij je’, ‘ik was bij Gustav in de kamer’ en ‘ik zou je toch nooit alleen laten’ stroomde uit haar mond als tranen over de wangetjes van Melanie. Melanie stond op en klemde zich aan haar nek vast. Kayleigh trok met zachte dwang aan een van de armen van Melanie, ‘liefje, ik krijg geen lucht. Kom, we gaan weer terug naar bed.’
Ze voegde de daad bij het woord en legde Melanie terug in haar bedje, ‘ga je niet meer weg?’
‘Jawel toch, ik ga toch beneden bij de jongens zitten?’ Zei ze lief tegen Melanie.
‘Dan wil ik ook,’ Melanie ging al overeind zitten.
‘Nee joh, jij moet goed gaan slapen, anders kom de Kerstman niet,’ zei Gustav.
‘Die is al geweest.’
‘Nietes, die komt pas vannacht, de écht cadeautjes komen pas vannacht.’ Hij keek het meisje serieus aan en toen ging ze weer liggen.
‘Ik pak anders de muziek wel,’ en Kayleigh greep naar haar tasje dat nog steeds op de bank lag. Ze grabbelde erin en haalde een ronde mp3-speler uit, hij was metaalachtig grijs en Melanie greep ernaar alsof ze naar een reddingsboei greep. Ze propte de oortjes in haar oren en drukte gelijk op de juiste knopjes.
‘Kijk eens aan, nu kan je wel lekker slapen.’
Melanie knikte, ‘Komen na Taailor Shwift, de kerstliedjes?’
‘Nee, na Taylor Swift komt Tokio Hotel, dáárna komen de kerstliedjes,’ vertelde Kayleigh aan het kleine meisje, terwijl ze haar instopte, waardoor ze de verbaasde blik miste die de vier jongens met elkaar uitwisselde.
Melanie glimlachte, ‘dan is het goed,’ mompelde ze en ze draaide zich op haar andere zij, met haar gezicht naar de muur, weg van Kayleigh en de jongens.
Zakelijk stond Kayleigh op en liep rustig de kamer uit. Ze draaide zich bij de deuropening om en wenkte de jongens, die nog steeds ietwat verslagen bij het bed zaten.
‘Wat was er?’ Vroeg Kayleigh rustig toen de jongens zich bij haar sloten en ze met z’n vijven naar de lift liepen.
‘Niks,’ wimpelde Bill af. De lift arriveerde en Kayleigh drukte gelijk op de knop voor de begane grond.
‘Dus,’ begon Gustav, stiekem ietwat ongemakkelijk, ‘jullie zijn fan van Tokio Hotel?’
‘Nou, fan is een groot woord, de teksten zijn vaak … óf hoopgevend óf heerlijk om mee te zwelgen in zelfmedelijden.’
De jongens reageerde allemaal een beetje lauw, allemaal denkend welke van hun teksten hoopgevend en welke deprimerend waren.
‘Maar hoe kom je aan een mp3 en hoe kom je aan liedjes, ik bedoel Taylor Swift is best recentelijk.’
‘Ik heb,’ ze dacht even, ‘vrienden, al dan niet in de klassieke betekenis van het woord.’
‘Wat bedoel je?’
‘Iemand die ik ken download nummers voor me en zet ze op m’n mp3, die hij me trouwens ook heeft gegeven.’
‘Aardig van hem.’
‘Nou,’ kwam er sarcastisch uit, ‘enorm.’
‘Hoezo niet?’
‘Hij doet het enkel tegen betaling.’
‘Wat voor betaling?’ Vroeg Bill onschuldig.
Kayleigh keek hem veelzeggend aan, ‘het soort dat een meisje aan een jongen kan betalen.’
Zijn gezicht betrok, net als die van de andere jongens en even heerste er stilte, tot het vriendelijke belletje dat aangaf dat ze op de begane grond waren aangekomen.
‘En Tokio Hotel is een van die nummers?’
‘Jep, Melanie is dol op ze. Zeker op die zanger, met dat korte haar dat alle kanten op staat en die ene pluk voor zijn oog. Zo wil zij ook haar haar hebben.’
‘Is dat niet verschrikkelijk oud?’ Zei Tom, die het antwoord natuurlijk wel wist.
‘Oud?’
‘Ja, zijn haar is—oef.’ subtiel had Bill zijn broer een elleboogstoot in zijn zij gegeven.
‘Ze komt er vanzelf wel achter,’ fluisterde Bill Tom toe, ‘tot die tijd vind ik dit ook wel leuk.’ Hij richtte zich weer tot Kayleigh, die haar ene wenkbrauw sereen had opgetrokken, ‘dus Melanie gaat voor de animelook.’
‘Om m’n dooie dood niet. Die look mag ze dragen in haar dromen, niet zolang ik voor haar zorg.’
‘Waarom? Vind je het niet mooi dan?’ Vroeg Bill, die de teleurgesteld hij nog net uit zijn stem wist te weren.
‘Bij hem staat het wel gaaf, maar niet bij Melanie. Haar blonde krullen zijn veel te mooi om af te knippen en zwart te verven.’
Ze waren inmiddels neergeploft op een van de bankjes in de lobby.
‘Weet je wat ik morgen ga doen?’ Begon Bill ineens.
‘Verras ons,’ schamperde Gustav.
‘Nog snel Natalie aan het werk zetten aan Kayleigh en Melanie.’
‘Hoezo dát dan?’
‘Wacht, wie is Natalie?’
‘Visagiste.’
Kayleigh knikte vaag, niet helemaal tevreden met het antwoord, maar niet nieuwsgierig genoeg om door te vragen. ‘Ik voel me toch niet helemaal fijn, wetende dat Melanie boven ligt, sorry, maar ik ga nu echt weer terug naar boven. Ik kruip wel vast in het bed, je kan erbij later kruipen.’
Tom knikte.
‘Ik denk dat we allemaal wel wat slaap kunnen gebruiken,’ stelde Georg voor.
‘Ja, jij zeker,’ zei Kayleigh waarschuwend tegen Tom, ‘we zijn gewend om om zeven uur op te staan en—sinds Melanie mij altijd wakker maakt, denk ik niet dat ze morgen ochtend veel langer zal slapen.’
‘Dan ga ik ook maar naar bed,’ stelde Tom vast.
De twee verdwenen in de lift naar boven. De andere drie bleven nog even beneden hangen, napratend over de twee nieuwe meisjes.
'Wanneer zullen we het ze gaan vertellen?' Vroeg Georg, doelend op Tokio Hotel.
'Niet, ze komen er vanzelf wel achter,' zei Bill schouderophalend.
'Vind ik een beetje cru, wat jij?' Bracht Gustav in, die aan Georgs kant stond, zoals meestal het geval was.
'Wanneer wil jij het dan gaan vertellen?'
'Vóór het feest morgenavond.'
'Dan vertellen we het vanmiddag, nadat Natalie klaar is met ze.'
'Is goed,' ging Gustav akkoord.
'En als ze er eerder achterkomen?' Vroeg Georg, nog steeds een beetje bezorgd
'Dan komen ze er eerder achter, als ze zo makkelijk met een op sterven-liggende vrouw kunnen spreken, zullen ze ook geen levenslang trauma oplopen als blijkt dat wij hetzelfde hebben gedaan als zij deden,' zei Gustav nonchalant.
'Hetzelfde?' Vroeg Bill.
'Zij gaven een valse identiteit op en wij hebben ook niet alles over onszelf eerlijk vertelt.'
'Maar wij hebben niet gelogen,' opperde Bill.
'Maar we waren ook niet eerlijk,' bracht Georg er tegen in. Hier kon Bill er niks tegen inbrengen. Al vrij snel besloten ze dat ze inderdaad de volgende dag best vroeg op zouden moeten en dat het een hele lange dag zou worden.
|