Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  => Hoofdstuk I
  => Hoofdstuk II
  => Hoofdstuk III
  Amnesia
  The Kiddnap-recover
  Septembers Storm
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23636 Besucher (50909 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
Hoofdstuk II

Hoofdstuk 2
Het ongeluk

 
E
en dag later kwam Faye, vrolijk meezingend met haar favoriete Disney muziek, naar beneden gewalst met een emmer met vuil water waarmee ze net de ramen had gewassen, toen haar vader terug kwam van het dorp.
    ‘Goedemiddag beauty.’ Begroette haar vader haar en liet zich op de wang kussen door zijn dochter.
    ‘En? Wat vonden ze van de wasdinges?’
    ‘Geweldig, ik moet vanmiddag nog even wat repareren, want die drukpers bij de boekenwinkel begint kapot te gaan.’
    ‘Moet ik rekening met je houden met het eten?’
    ‘Hoeft niet liefje, ik eet bij de familie Diederick, als bedankje. Je kent de Diederickjes.’ Voegde hij er veel betekenend aan toe, doelend op de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de familie Diederick.
    Faye knikte met een glimlach en liep weg om het water weg te gooien. ‘hèhè,’ zuchtte ze tegen zichzelf, ‘dat is ook weer klaar.’ Ze dumpte de emmer in de gangkast en liet zich op het bed vallen om verder te lezen.
    Ze was al lang diep weggezakt in de middeleeuwen toen ze haar vader vaag dag hoorde zeggen. Ze stak een hand op en wiebelde haar vingers een beetje als gedag, zonder haar blik van het boek los te weken.
    ‘Ik houd van je.’ Hoorde ze haar vader nog zeggen voor de deur dichtsloot.
    Even was het stil, ‘ik ook van jou.’ Riep Faye, niet beseffend dat haar vader tien seconde geleden het huis al had verlaten.
    Zo verstreek er twee uur toen er werd gebeld, verbaast keek Faye op haar horloge, denkend dat haar vader al weer thuis was. Het was net vijf uur. Achterdochtig liep Faye voorzichtig naar de deur en keek door het kijkgat om te zien wie er stond. Ze herkende het goudblonde haar onmiddellijk—Mac.
    ‘Oh, bah.’ Zuchtte Faye, maar toch plakte ze een glimlach op haar mond en deed de deur open. Nog voor ze de deur daadwerkelijk had opengedaan stond Mac al binnen.
    ‘Mac, wat leuk dat je langskomt.’
    ‘Ja hè, vond ik ook.’ Zonder te vragen of hij verder mocht komen, liep hij langs haar heen, plofte op de bank, spreidde zijn armen over de rug van de bank en legde zijn voeten—gehuld in schoenen waar de modder vanaf droop—op de salontafel.
    ‘Hoe is het?’ Vroeg Faye, om op een subtiele manier te vragen wat hij hier kwam doen.
    ‘Ja, goed.’ Zoals altijd had subtiliteit geen effect op Mac.
    ‘Waarom kom je ineens langs?’ Vroeg Faye maar op een minder-subtiele-maar-nog-best-vriendelijke manier.
    ‘Moet ik een reden hebben om mijn favoriete meisje te zien?’ Faye trok subtiel een wenkbrauw op en keek hem met een mengeling van verbazing en desinteresse aan. ‘Kom zitten.’ Gebood Mac haar alsof het zijn huis was.
    Wetende dat tegenspraak niet zou helpen, ging Faye zitten en voelde direct hoe Macs hand haar dichter naar zich toe trok. ‘Weet je hoeveel meisjes jou zouden willen zijn?’
    ‘Verbaas me.’ Mompelde Faye sarcastisch. Eigenlijk wist ze bitterweinig af van de meisjes die ook in het dorp woonde. Meestal hingen ze rond Mac, te kwijlen op alles wat hij deed en aanraakte en ze keken Faye altijd behoorlijk hooghartig aan, wanneer ze weer eens—met haar neus in een boek gedoken—langs liep.
    Mac—die of voor het eerst in zijn leven een subtiele hint begreep of geen zin had om iets uit te leggen—negeerde haar opmerking en zijn zelfverzekerde grijns veranderde in een grimas toen hij de dvd-verzameling van Faye zag. ‘Disney films?’ En hij keek Faye aan met een blik, alsof hij hoopte dat ze zou vertellen dat het van haar kleine zusje was. Maar dit gebeurde niet.
    ‘Heb je er wat tegen?’
    ‘Disney is voor kleine kinderen.’ Zei hij vol walging
    ‘Disney is voor iedereen met een liefde voor mooie verhalen.’
    Mac keek haar aan met een sarcastische blik en een scheve grijns. Ik weet wel dat je me in de maling neemt, zei zijn blik.
    Faye zuchtte en rolde met haar ogen, ze had er inmiddels wel genoeg van: ‘Vertel wat je hier komt of rot op.’
    ‘Bruut.’ Zei Mac verbaast, ‘zo ken ik je niet.’
     Iets subtielers komt niet aan, dacht Faye en ze probeerde op te staan om hem de deur te wijzen, maar ze werd tegen gehouden. ‘Daar kwam ik niet voor.’ Zei Mac, ‘eigenlijk wilde ik je wat vragen.’
    ‘Oké?’ Zei Faye met een frons, niet wetend wat er nu ging komen.
    Mac zwaaide met een beweging van zijn hoofd zijn haar uit zijn ogen. ‘Ik wilde je vertellen dat je heel knap bent, je zou er schitterend uitzien aan mijn zij.’
    Fayes blik viel op de dvd van Belle en het Beest en ze dacht aan de scène met Belle en Gaston, die haar ten huwelijk vroeg en werd afgewezen. Met een zenuwachtig gevoel in haar buik, bedacht ze hoeveel die scène op deze leek. Om een of andere reden wist ze wat er nu ging komen.
    ‘Faye,’ begon Mac, terwijl hij haar verleidend in de ogen keek, ‘dit is de dag van je dromen.’ Eindigde hij zelfverzekerd 

     

---<--<@   @>-->---

 
     ‘Belle, dit—’ begon Gaston, maar onderbrak zichzelf om even in de spiegel te kijken of er niks tussen zijn tanden zat, ‘ja,’ mompelde hij en hij richtte zich weer tot Belle. ‘Dit is de dag van je dromen.’
    ‘Wat weet jij nou van mijn dromen, Gaston.’ Vroeg Belle ongelovig.
    ‘Heel wat, hier, stel je voor,’ en Gaston plofte neer op een stoel, gooide zijn voeten op tafel zodat alle modder op Belles nieuwe boek droop, ‘een jachthuis in het bos. Een everzwijn, roosterend aan het spit … en mijn vrouwtjelief,’ hij trapte zijn schoenen uit, ‘die mijn voeten masseert.’ En hij wiebelde veelbetekenend met zijn tenen, terwijl Belle haar neus dichtkneep tegen de stank. ‘Terwijl de kleintjes spelen met de honden!’ Eindigde hij enthousiast, terwijl hij zich erop voorbereidde om besprongen te worden door een overgelukkige Belle. ‘We nemen er zes, of zeven!’
    ‘Honden?’ Vroeg Belle met gespeelde vriendelijkheid.
    ‘Nee, Belle,’ lachte Gaston en hij sprong overeind nog steeds vol van zichzelf, ‘flinke jongens, zoals ik.’ En hij wees op zichzelf.
     Belle redde het boek van de totale ondergang, ‘ik zie het voor me.’ Mompelde ze, terwijl ze wist wat ging komen.
    ‘En wie zou dat vrouwtje wel zijn?’ Vroeg hij, terwijl zij naar de boekenkast liep.
    ‘Geen idee.’ Zei ze terwijl ze het heel goed wist.
    ‘Jij, Belle.’ Zei Gaston op een toon alsof hij net een moordzaak had opgelost. Hij zette zijn handen tegen de muur en sloot haar zo in.
    ‘Gaston, ik  … ’ Zei Belle snel, te snel en ze schoot onder zijn arm door, ‘ik ben … sprakeloos.’ Ze zette de schommelstoel tussen haar en Gaston en ging tegen de deur staan, terwijl ze deed alsof ze vereerd was. ‘ Ik weet niet wat ik hierop zeggen moet.’
    Gaston gooide met een simpele beweging van zijn hand de stoel weg en sloot Belle opnieuw in. ‘Zeg dat je met me trouwt.’ Eiste hij.
    ‘Het spijt me heel erg Gaston, maar … maar  … ’ prevelde ze terwijl ze met haar hand de deurknop zocht, ze voelde de knop onder haar hand en draaide hem langzaam om. ‘Ik ben je gewoon niet waart.’ En met die woorden draaide ze de knop helemaal om, zodat de deur open vloog en schoot weer onder Gastons arm door voor hij zijn evenwicht verloor en voorover in de plas modder viel …

     

---<--<@   @>-->--- 

   
    ‘Faye?’ De vragende stem van Mac haalde Faye weer terug uit de Disney film.
    ‘Hmm?’ Vroeg ze.
    ‘Ik zei dat dit de mooiste dag van je leven is.’
    ‘Is ’t werkelijk.’ En ze stond op om het boek in de boekenkast te zetten, voor Mac Gaston niet alleen in woorden ging nadoen, maar ook in daden en Faye had niet de indruk dat de modder vanzelf van het boek zou gaan, zoals het in de film wel gebeurt.
    ‘Het is werkelijk, meisje.’ En hij liep achter haar aan. Hij zette haar—net als Gaston—klem door zijn handen aan weerszijde van haar tegen de boekenkast te plaatsen. Even bleef Faye naar de boeken kijken maar draaide zich toen toch om. ‘Stel je voor—’ Blijkbaar had hij echt de Disney film gekeken!
    Echter, op dat moment werd er aangebeld. ‘Gered door de bel.’ Mompelde Fay zo zacht dat Mac het niet kon horen. Ze deed open en zag dat de dorpsdokter voor de deur stond. Direct verscheen er een frons op haar gezicht.
    ‘Goedemiddag.’ Groette de dokter monter.
    ‘Goedemiddag?’ Zei Fay onzeker.
    Achter haar verscheen Mac, ‘wat is er?’ Vroeg hij brutaal.
    Voor, waarschijnlijk, de eerste keer in haar leven, was ze het met Mac eens. ‘Komt u verder.’ Bood ze vriendelijk aan. De dokter liep het huisje in en ging op de bank zitten die haaks stond op de bank waar Faye en—tot Fayes grote ergernis—ook Mac gingen zitten.
    ‘Het is uw vader.’ Viel de dokter met de deur in huis. Faye voelde een koude golf door zich heen golven.
    ‘Wat is er met hem?’
    ‘Hij is, tijdens het repareren van de drukpers, ónder de drukpers komen vast te zitten.’ Tranen begonnen op te wellen in Fayes ogen en voor het eerst voelde de arm van Mac goed om haar schouders.
    ‘Hoe erg is het?’ Vroeg Mac. Als Faye opzij had gekeken had ze de opgewonden twinkeling in Macs ogen kunnen zien …
    ‘Zijn heupen zijn gebroken en zijn linker enkel is verbrijzeld, hij wordt op dit moment naar het Leemhoff Ziekenhuis gebracht.’
    ‘Kan ik er nog heen?’ Vroeg Faye, die direct opstond.
    De dokter schraapte even zijn keel, ‘ik ben bang dat dat moeilijk zal worden. Er is een zware sneeuwstorm voorspeld, de bussen rijden niet door het bos en de meeste mensen rijden er enkel door wanneer het écht nodig is.’
    ‘Maar ik moet naar mijn vader!’ Zei Faye terwijl een traan over haar wang kroop, ze moest naar haar vader, laten zien dat hij niet dood mocht gaan. Faye kon het niet alleen, ze had haar moeder al verloren en haar vader ook nog verliezen trok ze niet.
    ‘Kom, kom, Faye,’ Zei Mac monter, terwijl hij ook opstond en weer zijn arm om haar schouder sloeg. ‘Als de dokter zegt dat het niet kan, dan kan het niet.’
    ‘Flikker op, Mac.’ Zei Faye boos en ze gooide zijn arm van haar schouder, ze weigerde “nee” te horen. ‘Daar is de deur, ophoepelen!’ En ze wees pissig naar de deur terwijl ze Mac dodelijk aankeek.
    ‘Nou,’ Begon de dokter twijfelend, ‘ik weet het niet zeker maar ik heb gehoord dat Dimitri dit weekend weer naar huis moest komen, dus misschien kun je het aan hem vragen.’
    Fayes hoop was direct de bodem ingeslagen. Ja, aan Dimitri vragen om een gunst, de kans op een positief antwoord was één op een miljoen. De laatste keer dat Dimitri iemand tegemoet was gekomen, was … ja, wanneer was dat? Een jaar of zoveel geleden toen mevrouw Den Verre haar pols had gebroken. Al zei het grootste gedeelte van de inwoners dat dat enkel was, omdat Dimitri de pols had gebroken en het haar dus verschuldigd was. ‘Je kunt het altijd proberen, meisje.’ Zei de dokter zacht en begripvol. Faye knikte en zei dat ze dan maar naar Dimitri zou gaan. Ze liet de dokter uit en joeg Mac achter hem aan. Ze pakte de huissleutel en sloot de deur achter zich, voor ze zich naar de stad haastte.
 

    Ze rende het dorp in en zag de rug van de zwartharige jongen. ‘Dimitri?’ Hij reageerde niet, maar ze wist zeker dat hij het was. ‘Dimitri!’ Hij verstijfde en keek nijdig over zijn schouder. Hij ving haar blik en draaide zijn hoofd weer terug, maar hij liep niet verder. Ze jogde op hem toe.
    ‘Faye, dit ga je toch niet echt doen?!’ Hoorde ze van achter haar; Mac.
    ‘Mac, ga weg.’
    ‘Faye, je kan na zondag een rit krijgen van iedereen!’
    Even nijdig als Dimitri net had gedaan, draaide Faye zich om. ‘Na het weekend zijn vijf dagen te láát!’
    ‘Dat is nog geen week!’
    ‘Goed zo, Mac, wat scherp.’ Mompelde Faye zo zacht dat alleen Dimitri het hoorde.
    Bijna brak er een glimlach door op zijn strakke gelaat. ‘Dimitri, ik hoorde dat jij woensdag naar Leemhoff gaat.’ Viel ze met de deur in huis.
    ‘Dat is veranderd.’ Zei Dimitri met een toonloze stem. Het voelde alsof de bodem uit Fayes maag was gevallen, daar ging haar enige hoop, ‘Ik ga vanavond al naar de stad.’
    Fayes gezicht lichtte op. ‘Goddank. Dimitri, luister, mijn vader is net naar het ziekenhuis gebracht.’ Even hield ze stil, om Dimitri’s reactie te peilen … die uit bleef. ‘Dus was mijn vraag of ik misschien—’ ineens twijfelde ze. Alleen. Met Dimitri. 40 kilometer door een bos. Dat enorm donker is. En koud. En—als de voorspelde sneeuwstorm kwam—ook nog erg koud. Daartegenover stond, dat ze haar vader onmogelijk alleen kon laten in een groot ziekenhuis, waar hij nog nooit was geweest en wie weet wanneer/of hij nog terug kwam.
    ‘Of je misschien?’ Haalde Dimitri haar uit haar gedachtes.
    Faye schudde haar hoofd even sleurde die laatste gedachte ergens naar een verre uithoek van haar hoofd.
    ‘Vergeet het, Vaughan, ze brabbelt.’ Onderbrak Mac, een achterdochtige blik op Dimitri werpend.
    ‘Nee, niet, ik brabbel niet! Mijn vraag was of ik … of ik … of ik misschien met jou mee kon naar Leemhoff.’ Zo dat was eruit. Mac keek nog steeds achterdochtig naar Dimitri en schudde langzaam en dreigend zijn hoofd.
    Faye zag dit, onderdrukte de aandrang om haar vuist in zijn maag te planten en keek afwachtend omhoog naar Dimitri. Hij keek van haar smekende ogen naar Mac die achter haar stond. Langzaam trok hij zijn wenkbrauw omhoog en keek toen naar haar gezicht. ‘Zorg dat je over twee uur voor de boekenwinkel staat, helemaal klaar. Ik wacht niet’ Hij draaide zich om en liep in de tegengestelde richting.
    Mac pakte haar bij haar bovenarm en draaide haar om met een vinnige ruk. ‘Waar ben je mee bezig?!’ Zonder op antwoord te wachten, ging hij verder, ‘Jij stapt in de auto met Dimitri fucking maniak Vaughan?!’
    ‘Ik zie jou anders nog niet met iets beters komen.’ Zei Faye sereen, ze wist dat ze een risico nam door met Dimitri door het bos te gaan toeren.
    ‘Wacht af, muts! Je vader is misschien morgen al weer terug!’
    ‘Hij heeft twéé heupen gebroken en zijn enkel is verbrijzeld! Die mag de komende twee weken nog niet eens overeind komen!’ Ze liep om hem heen, hem nog steeds boos aankijkend, ze bracht haar hand naar haar voorhoofd, ‘dénk.’ Zei ze terwijl ze tegelijk haar hand van haar hoofd trok alsof ze hem had verbrand. Ze draaide zich om en jogde terug naar het huis.
    Thuis gekomen keek ze snel rond, oké prioriteiten stellen. Ze besloot te beginnen met de was op te hangen en een briefje voor mevrouw Bastiaanse—de buurvrouw—te schrijven om te vragen of ze misschien de was kon afhalen en een oogje in het zeil kon houden. Mevrouw Bastiaanse was de hulp in het huishouden, toen Faye was gaan studeren en was gelukkig altijd bereid om deze taak nog even op zich te nemen. Van onder haar bed haalde ze haar grote weekendtas, waar ze vroeger haar vuile goed in deed als ze in het weekend terug kwam van Leemhoff naar huis. Snel gooide ze wat kleding, ondergoed en toiletartikelen in de tas en ging toen naar haar vaders kamer om voor hém ondergoed en een pyjama in te pakken.
    Ze sleurde de tassen van de trap en begon toen aan een toer door het huis om te kijken of ze iets vergat. Haar mp3-speler, tien pakjes batterijen en het kleine radiootje waar ze haar mp3 op kon aansluiten. Toen Faye een blik wierp op de klok, zag ze dat ze nog maar een kwartier overhad en ze geloofde Dimitri op zijn woord, als hij zei dat hij niet op haar zou wachten. Ze deed alle lichten uit, controleerde het gas en alle ramen, pakte toen alle tassen en draaide de deur op slot, voor ze over het tuinpad naar het huis van de buren liep.
    Meneer Bastiaanse deed direct open toen Faye had gebeld, ‘Faye! Meisje, hoe gaat het met je.’
    ‘Goed meneer, dank u. Ik heb een soort van haast, dus zou ik mevrouw Bastiaanse even wat mogen vragen?’
    Op de achtergrond verscheen een gedrongen grijs vrouwtje van begin zestig. ‘Oh, liefje toch. Ik hoorde net van je vader, wat verschrikkelijk. Wanneer ga je naar hem toe?’
    ‘Nou, nu eigenlijk.’ Stamelde Faye.
    ‘En nu kom je mij vragen of ik het huis bijhoud. Natuurlijk liefje, natuurlijk.’ Fayes gezicht werd tussen twee mollige handen genomen en ze kreeg een kus op haar voorhoofd. ‘Wens je vader beterschap van ons.’
    ‘Dank u, zal ik doen.’ En Faye draaide zich om en haastte zich weg over het pad. Ze had nog vijf minuten om bij de boekenwinkel te komen en ze versnelde haar tred nog wat. Het was al begonnen met sneeuwen en de wind maakte het nog kouder. De lucht zag grijs van de wolken die de opkomende sneeuwstorm bevestigde. ‘Waarom precies nu?’ Mompelde Faye, van alle keren dat het mócht sneeuwen, gebeurde dit niet en precies wanneer je moest reizen, moest het danig slecht weer zijn dat geen hond zich op de weg waagde.
    Het boekenwinkeltje kwam in zich en ze zag Dimitri’s zwarte Opel al voor de deur staan. De deur stond open en in de deuropening zag ze nog net Dimitri’s rug. Dimitri zag haar aan komen lopen en zette een stap achteruit en mevrouw Diederick kwam om de hoek hangen. Net zoals bij mevrouw Bastiaanse werd Fayes hoofd tussen twee handen genomen en werd ze gezoend. ‘Och meisje toch. Nou, gelukkig is Dimitri er.’ Zei ze terwijl Dimitri de twee tassen uit Fayes handen nam en ze achterin donderde. Hij liep naar de autodeur en zette zijn voet al in de auto.
    ‘Kom je nog?’ Vroeg hij. Faye knuffelde mevrouw Diederick en liep snel naar de andere kant van de auto. Nog voor ze de deur goed en wel had dicht getrokken begon de auto al te reiden.
    Ze reden de hoofdstraat uit en traditie getrouw zwaaide Faye even naar haar lege huis.
    ‘Wat doe je?’ Vroeg Dimitri.
    ‘Toen ik nog studeerde en ik ging weer terug naar Leemhoff ging, zwaaide ik altijd even naar mijn huis, omdat mijn vader altijd voor het raam stond.
     ‘Interessant.’ Mompelde Dimitri te snel, wat duidelijk maakte dat hij totaal niet geïnteresseerd was. Faye besloot het er maar bij te laten.
    Even reden ze in complete stilte.
    ‘Heb je geen radio?’ Vroeg Faye voorzichtig. Zonder zijn blik van de weg af te wenden haalde Dimitri iets uit het dashboard en drukte het in de houder, waarna er direct keiharde muziek uit de boxen kwam. Faye schrok zich dood en gaf direct een draai aan de volumeknop.
    ‘Is het nog niet goed?’ Vroeg Dimitri geïrriteerd.
    ‘Ik heb de muziek liever niet zó hard dat ik niet meer kan horen wat er om me heen gebeurt.’ Mompelde Faye. Ze voelde zich alles behalve fijn in het bos, het was pas zeven uur, maar het was al stervensdonker. Het was januari en het was algemeen bekend dat er wolven rondliepen door de bossen. in verhalen werd altijd verteld dat, in de winter, wolven hun eten niet meer konden vinden, omdat alles óf een winterslaap hield óf doodgevroren was. En dus deden ze zich maar te goed aan verdwaalde mensen die door het bos zwierven, zoals zij en Dimitri. Ze haalde even twee keer heel diep adem en sleurde de enge gedachten naar dezelfde plek waar ze de enge gedachtes over haar vader ook had verstopt. Ze keek strak naar de lichtbundel die de koplampen wierpen op de donkere weg. Er stonden geen lantarenpalen naast de weg en dus was hun auto de enige lichtbron in waarschijnlijk het hele bos. Iets wat Faye ook niet gerust kon stellen, want dat betekende dat álles hun aan zou zien komen.
    ‘Is er wat?’ Vroeg Dimitri die haar vragend aankeek.
    Faye keek even naar hem vanuit haar ooghoeken om te kijken of hij het dit keer wél meende. Toen knikte ze kort, ‘ik ben nogal bang in het donker.’
    Ze hoorde Dimitri snuiven en een neerbuigende grijns kroop op zijn gezicht. ‘Ben je bang voor het monster in je kast?’
    ‘Nee.’ Snauwde Faye, ‘ben geen vijf meer. Maar … ik bedoel … je weet maar nooit. Ik bedoel … ja, ik weet niet ik bedoel, ik ben gewoon bang dat er ineens iets tevoorschijn springt.’
    ‘En je opeet?’
    ‘Nee, dat niet. Gewoon … tevoorschijn springen is al genoeg. En daarbij zou aanvallen ook niet erg plezierig zijn, maar ik vind het uit het niets tevoorschijn komen, denk ik, toch wel enger.’
    Dimitri knikte, met nog steeds die neerbuigende grijns op zijn gezicht.
    Faye liet haar blik even op hem hangen en bekeek zoveel als ze van hem kon zien. Zijn zwarte haar was kort, maar niet zo enorm kort. Faye gokte op een centimeter of zeven á acht. Het vage licht dat op zijn gezicht scheen verlichtte de eindes van zijn lange wimpers en zijn borstelige wenkbrauwen wierpen donkere schaduwen over zijn gezicht. Zijn handen drumde mee op het ritme van de rock muziek die uit de radio aan en even overwoog Faye om haar mp3-speler aan te doen, maar dat leek haar niet helemaal eerlijk tegenover Dimitri, hij had haar toch een rit naar de stad gegeven.
    ‘Wat doe jij eigenlijk in zo’n klein gat als De Reef?’ Vroeg Faye.
    ‘M’n ouders ontlopen. Ik ben klaar met m’n studie en kan in het dorp gewoon doen wat ik wil.’
    ‘Wat deed je ook alweer?’
    ‘Ik werk met computers, maak programma’s en dat soort shit.’
    Faye maakte een goedkeurend geluidje, ‘is het leuk?’
    ‘Het is saai, maar het is beter dan thuis zitten.’
    ‘Hoezo? Vind je het niet leuk met je ouders?’
    ‘Nee, opzitten en pootjes geven is niet echt mijn ding.’ Mompelde hij kortaf en Faye zag dat hij zijn handen om zijn stuur klemde. Faye bracht een zacht “o” uit en keek niets ziend naar het dashboardkastje. ‘En wat doe jij eigenlijk in zo’n klein gat als De Reef?’ Vroeg Dimitri, die dit keer zelfs zijn hoofd even naar haar toe draaide.
    ‘Ik volgde een studie literatuur, maar ik besloot dat ik ook boeken kon gaan verkopen zónder papiertje. En verder had mijn vader me harder nodig dan die mensen daar.’
    ‘Jij wilt boeken gaan verkopen?’ Mompelde Dimitri neerbuigend, ‘vind ik mijn bezigheid spannender.’
    ‘Nou, het is niet zo dat ik een carrière als boekenverkoper ambieer, ik schrijf liever boeken, maar … wat moet ik anders?’
    ‘De grote stad op zoeken? Doen wat je graag doet.’
    ‘Zoals ik al zei: mijn vader heeft me nodig.’ Haar vader begon steeds vaker hulp nodig te hebben van haar voor simpele dingetjes.
    ‘Is thuiszorg dan niks voor jullie? Hoe oud is je vader.’
    ‘achtenvijftig en dat klink jonger als dat hij is. Hij heeft reuma, maar hij negeert het, althans, zo goed en zo kwaad als het kan. Het zal niet lang meer duren voor hij definitief moet stoppen met klussen.’ Een stilte volgde en even dacht Faye aan haar arme vader die nu ondragelijke pijnen lag uit te staan in het ziekenhuis. Houd vol, pap, ik ben onderweg. Dacht ze terwijl ze recht door de voorruit naar buiten keek
    ‘Zoals ik al zei, is thuiszorg niets voor jullie?’
    Faye liet haar hoofd op haar schouder vallen en keek ongelovig omhoog, naar Dimitri. ‘Als we het geld hadden gehad voor een permanente zuster in huis, zouden we wel naar de stad verhuizen en zou mijn vader niet meer hoeven te werken.’ Dimitri keek haar even net zo geringschattend aan, als zij naar hem keek. Toen maakte hij een begrijpend geluidje en richtte zijn blik weer op de weg.

Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Would you also like to have your own website?
Sign up for free