Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  => Hoofdstuk I
  => Hoofdstuk II
  => Hoofdstuk III
  Amnesia
  The Kiddnap-recover
  Septembers Storm
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23997 Besucher (51502 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
Hoofdstuk III
Hoofdstuk
Het kasteel
 
Langzaam begon ze zich wat rustiger te voelen in de auto met Dimitri toen haar ergste droom bewaarheid werd; de auto pruttelde en sloeg af. Dimitri keek even versteend door zijn voorruit.
‘Zeg me niet dat het waar is,’ piepte Faye, die al haar angsten weer terug zag keren. Dimitri draaide een paar keer de sleutel om en probeerde de auto weer aan de praat te krijgen. Het mocht niet baten.
‘Het is waar,’ mompelde hij.
Faye voelde alle kleur uit haar gezicht wegtrekken en ze werd ineens nogal misselijk. ‘Wat gaan we nu doen,’ mompelde ze, haar ademhaling hoorbaar sneller.
Dimitri keek haar even fronsend aan toen keek hij op zijn kilometerteller. ‘Als het goed is zijn we tweeënhalve kilometer van dat huis, dat zouden we kunnen lopen voor die storm,’ mompelde hij nauwelijks hoorbaar.
‘Ho, wacht,’ riep Faye in paniek uit. ‘Je bedoelt dat we deze auto úít gaan en door het bos térug gaan lopen?!’
‘Niet terug,’ zei Dimitri, nog diep in gedachte, ‘naar een huisje dat mijn ouders hier ergens hebben.’
‘Hier érgens?’
‘tweeënhalve kilometer díé kant op,’ en hij wees met een priemend vingertje naar de plek waar de weg werd opgeslokt door het donker.
‘Door het donker lopen?’ vroeg Faye weer in dat hoge stemmetje.
‘Ik gok op nog geen uur lopen,’ hij keek even opzij en zag Faye er benauwt door de voorruit kijken. ‘Moet ik nu loze woorden gaan zeggen als “het komt wel goed, je bent toch met mij” of wil het zonder ook wel lukken,’ Faye keek met een ruk naar hem, toen weer naar de weg en toen naar het bos naast haar, alsof het haar een geweer tegen het hoofd had gedrukt. Ze knikte vaag en legde haar hand op de hendel om de deur open te maken. ‘Oké,’ hoorde ze Dimitri achter haar zeggen. Even verstijfde Faye even en dacht na over dat wat hij net had gezegd, praatte hij haar nou moed in? Ze hoorde de deur achter zich open en dicht gaan. Ze kneep haar ogen stijf dicht, deed de deur open en stapte uit. Ze sloeg de deur dicht en liep direct naar de schim die Dimitri moest zijn.
‘Dimitri?’ vroeg ze nog eens voorzichtig, voor de zekerheid.
‘Ja?’ vroeg hij afwezig. Snel ging ze naast hem staan en keek schichtig om zich heen. ‘Wat?’ vroeg hij ongeduldig.
Toen besefte ze dat hij een vraag verwachtte. ‘Niks,’ mompelde ze vaag, ‘waar gaan we heen?’
‘De weg volgen,’ en hij begon te lopen. Faye tippelde angstig achter hem aan, zo dicht dat ze vaak tegen zijn enkel trapte, of angstig naar zijn jack greep wanneer ze iets dacht te horen.
Nadat dit laatste vier keer was gebeurd, stond Dimitri stil, zuchtte lang en luidruchtig en draaide zijn hoofd naar Faye, die—ondanks dat haar ogen al aan het donker gewent waren—nog steeds niet meer zag dan slechts een omtrek van zijn hoofd. ‘Doe me een heel groot plezier en doe niet zo pánisch,’ zei hij vinnig. Faye zei niks en keek enkel om zich heen, sinds ze niet op haar ogen kon vertrouwen en alle bomen samen een ondoordringbare muur leken, waar je met geen mogelijkheid doorheen kon kijken, zou ze normaal gesproken overgaan op haar gehoor, maar sinds de wind al hard door de bomen raasde en in hun oren floot, kon ze niet weten of het geruis dat ze hoorde de wind was door de bladeren die zich meters boven hun hoofd aan hun takken vastklampten, een in tweeën brekende tak die bezweek onder het gewicht van een wolf, of het gewoon haar eigen bloed was die door haar aderen racete.
Zo liepen ze nog vijf minuten verder en het was inmiddels al hevig begonnen met sneeuwen, ‘Jezus, Godskolere, wat is het koud,’ was Dimitri’s plotselinge mening die Faye bijna een halve meter in de lucht deed springen. Dimitri sloeg de kraag van zijn jack op en dook er verder in weg.
‘Zijn we er bijna?’ Faye probeerde niet te klinken als een zeurderig, klein kind, maar ze wist de zeurderige toon niet compleet uit haar stem te weren.
Dimitri keek op zijn horloge, dat de helderwitte sneeuwvlokken mooi weerkaatste in het glaasje. ‘Ik denk nog drie kwartier,’ maar ze merkte het maar half, ze keek schichtig om zich heen alsof iemand net haar naam had geroepen. ‘Ben je nog steeds bang?’
Faye draaide haar hoofd naar hem toe, maar kon zichzelf niet zover krijgen om hem ook daadwerkelijk in de ogen te kijken, zelfs als ze deze niet kon zien, dus keek ze maar stak naar de kraag van zijn jack en knikte uiteindelijk maar. Zo liepen ze weer verder, Faye met haar hoofd naar beneden gericht, maar met haar ogen om zich heen kijkend en Dimitri waarschijnlijk met zijn ogen op de weg gericht, geïrriteerd omdat hij zo’n klein kind bij zich had. Ze hoorde het lederen jack kraken en voorzichtig, zodat hij het niet zou merken, keek ze opzij, ze zag nog net de vorm van zijn gezicht, die op haar gericht was. Weer gekraak en ze voelde iets tegen haar arm, ze keek geschrokken opzij, in de veronderstelling dat het de snuit van een wolf was die zich tussen hen in nestelde, maar het was de arm van Dimitri, die omhoog kroop over haar arm, over haar linkerschouder en zich nestelde om haar rechterschouder. Ze keek naar de arm en liep een beetje dichter naar hem toe.
Hier liep ze dan, met de vermeende dorpsgek, met zijn hand om haar schouder om haar te troosten … veel gekker moest het niet worden. ‘Gekker is niet eens mogelijk,’ mompelde ze voorzichtig.
‘Wat zeg je?’ vroeg Dimitri op normaal volume, iets wat Faye er niet veiliger op liet voelen.
‘Niks,’ piepte Faye, zich concentrerend op de geluiden om haar heen, of sterker nog, het ontbreken daar van. Alles was doodstil, het enige wat de stilte verbrak waren hun voetstappen.
De weg was lang, recht en eindeloos. Ze begon net een beetje gewend te raken aan de vreemde omgeving, toen Dimitri’s hand haar ineens naar de zijkant van de weg trok, ‘Wat doe je?’ fluisterde ze piepend.
‘We moeten toch naar het huis toe?’
‘En dan moeten we van de hoofdweg af?’
‘Hier ergens is een ingang naar een hertenpad, dat leid dwars door het bos en is toch snel een half uur korter.’ Faye slikt hoorbaar en bleef even stil staan, terwijl Dimitri gewoon doorliep alsof er niks gebeurde. Ze wist niet zeker of ze met Dimitri mee wilde, of hem alleen wilde achterlaten en de hoofdweg blijven volgen, ook al was ze dan helemaal alleen in dit grote donkere bos. Een rilling liep over haar rug toen ze een wolf hoorde huilen en snel draafde ze achter Dimitri aan, het hertenpad op. Toen ze weer naast hem ging lopen hoorde ze zelfgenoegzaam gesnuif en ze voelde hoe Dimitri’s hand zich weer op haar schouder wilde leggen. Ze schudde de hand af en mompelde: ‘lul.’ Misschien had hij het niet gehoord of misschien hield hij zich van de domme, maar reactie kreeg ze niet, iets wat Faye best wel verbaasde; normaal gesproken wilde Dimitri altijd het laatste woord hebben en ging geen gelegenheid uit de weg om zijn gelijk te krijgen, zelfs wanneer hij geen gelijk had ging hij net zolang door met het verdraaien van meningen en woorden tot hij uiteindelijk gelijk had, of gelijk kreeg. Maar nu bleef hij stil, misschien was hij gefocust op de geluiden om hem heen of misschien zat hij gewoon een wraakplan te bedenken waarbij Faye zou eindigen in de bek van een hongerige wolf.
Vervult van dit soort gedachtes liep Faye naast Dimitri en ze begon zich met de seconde minder op haar gemak te voelen en dit keer kwam dat niet alleen omdat ze zich in een donker bos bevond.
‘Dit huis is al dik vier eeuwen van ons en stamt nog uit de Baroktijd. Overal in het huis zijn sierbogen, schilderijen en goud te ontdekken. Mijn grootouders waren een van de rijkste heren van het land,’ vertelde Dimitri, ook al doorbrak zijn stem de stilte en ontnam het Faye de kans om goed te luisteren wat er om haar heen gebeurde, toch vond ze het wel kalmerend.
‘En nu zijn ze dat niet meer?’
‘Niet meer rijk? Wat maakt het uit, ik bedoel … we bezitten dan misschien wel een huis dat meer kost dan al de huizen in heel De Reef en Leemhoff samen, maar verder hebben we geen aanzien of macht meer. Het enige wat we hebben zijn hoge belastingkosten.’
‘Waarom verkopen jullie het huis dan niet?’
‘Dan betalen we nog meer belasting, nu zit het geld nog in een cultureel waardevol gebouw, waar we zelfs nog wat subsidie voor krijgen om het inwonend personeel te blijven betalen.’
‘Inwonend personeel?’
‘Ja, je weet wel, schoonmaakster, butler, kok, ga zo maar door.’
‘Maar er komt daar bijna niemand meer!’
‘Dus? Er zijn nog steeds mensen die in de zomermaanden een rondleiding willen.’
‘En daarom moeten die mensen het hele jaar in dat verlaten huis wonen?’
‘Ze hebben ruimte zat, en verder zit het in de familie. De schoonmaakster is in het huis opgegroeid haar moeder en opa werkte ook al in dat huis.’
‘Moeder en opa?’
‘Ja, haar vader had haar moeder verlaten en haar oma haar opa, zo gaat het snel hè?’ Het verbaasde Faye eventjes dat hij er zo luchtig over sprak.
 

 

 

 

Nee dit is het einde van het hoofdstuk inderdaad nog niet ^^

 

Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Do you want your own website too?
Register for free