Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  Amnesia
  The Kiddnap-recover
  => I: Dusk
  => II: Dawn
  => III: Sunset
  => IV: Twilight
  => V: Midnight
  => VI: Morning
  => VII: Evening
  => VIII: Night
  => IX: Sunrise
  => X: Noon
  Septembers Storm
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23906 Besucher (51320 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
IV: Twilight

Hoofdstuk IV

Twilight

 

Toen de zon weer opkwam, schoot ik overeind uit een nare droom van enge Mannen en opgesloten vrienden.

Chill, baby.’ Verschrikt keek ik op en zag Tom, languit op de bank zitten en mij in de gaten houdend. Ik slikte en wendde mijn blik af, er was iets met die jongen dat ervoor zorgde dat ik me minder veilig voelde, of juist wél erg veilig … ik miste in ieder geval iets en ik kon mijn vinger er niet opleggen.

‘Baby? Ik ben toch geen baby meer?’ vroeg ik verbaast.

Tom trok een wenkbrauw op, ‘dat is een uitdrukking, het betekend zoveel als “schatje”, dat ken je wel toch?’

Ik knikte, waarom noemde hij me schatje? Hield hij van me of zo? Of wilde hij iets anders van me? Ik besloot het te vragen: ‘Waarom noem je me zo?’

‘Waarom noem ik je niet zo?’

‘Omdat … alleen geliefde dat tegen elkaar zeggen,’ zei ik vol ontzag voor alle personages uit alle boeken die ik ooit heb gelezen; zij hielden van elkaar, iets wat voor mij compleet ondenkbaar zou zijn. Hoe kan je nou houden van iemand die ook zo verdorven kan zijn? Zagen ze niet hoe de Mannen misdaden pleegde achter de rug van de vrouwen om? Hoe kon Julia leven met Romeo nadat hij haar neef had vermoord?! Hoe kon Lady MacBeth leven met de wetenschap dat haar man vele mensen had vermoord om aan de macht te komen.

‘Niet alleen geliefde, ik zeg het toch ook tegen jou en zijn wij geliefden?’

Ik schudde mijn hoofd, nee dat waren we zeer zeker niet! ‘Maar misschien bedoelde jij het wel anders?’

‘Hoe anders?’

 ‘Je weet wel … anders,’ hij snapte toch wel wat ik bedoelde? Hij was een Man in vredesnaam!

Het scheen bij hem te dagen, ‘maar waarom zou ik dat willen, als jij niet wilt?’

Die vraag was zo … waar en zo eigenaardig. Nu zou ik hoogst beledigd zijn geweest wanneer een jongen me een ander antwoord had gegeven, maar toen keek ik van dergelijk antwoord vreemd op. Zo was ik niet gewend behandeld te worden.

‘En als ik niet weet of dat ik wil?’ Ik leefde destijds nog om de Mannen te plezieren, op ieder front en ik zocht naar een manier om hem toch zijn zin te geven.

‘Dan doen we het niet,’ zei hij, alsof dat zo klaar was als een klontje.

Van zoveel logica keerde ik me in mezelf en besloot alles eventjes op een rij te zetten. Hierdoor had ik niet door dat Bill de kamer in kwam en naast zijn broer ging zitten, ze hadden het een tijdje over mij, maar wat ze zeiden ging compleet langs me heen.

Baby?’ ik keek op, alsof iemand mijn naam had genoemd, het was Tom, ‘we komen zo bij een hotel, daar gaan we dan vannacht slapen, is dat goed?’

‘Moet ik dan alleen?’ Wat een stomme vraag! Ik had de afgelopen twaalf jaar in totale eenzaamheid verkeerd en nu was ik bang voor nog geeneens twaalf úúrtjes alleen. Wat me bezielde wist ik niet, ik wist alleen dat ik me veilig voelde bij die jongens, al zouden ze nog geen vlieg tegen kunnen houden als deze bij me zou willen komen, stelletje schrielkippen.

‘Je mág bij een van ons op de kamer?’ Bill keek vragend naar zijn broer, die knikte.

‘Ja, dan vragen we gewoon een grotere kamer?’ stelde Tom voor. Ik dacht even na en knikte toen. Dat klonk wel goed. Bill sprong op en liep weg.

‘Hij gaat het nu vragen aan Peter,’ vertelde Tom me, ‘dat is die man die je gister ook naar het ziekenhuis had gebracht.’ De Man in het Zwart had nu een naam gekregen; Peter. Blijkbaar was hij de baas over de jongens, sinds ze het steeds over hem hadden. Hij had hen geholpen groot te worden en regelde nog steeds alles voor hen.

Nog geen drie minuten later kwam Bill terug met een vreemd smal apparaatje in zijn handen, waar hij enthousiast in sprak.

‘Tom, cijfer onder de tien?’

‘Zeven,’ zei Tom. Even hielde ze beide stil.

‘Fout,’ fluisterde Bill, ‘drie!’ zei hij zelf en toen keek hij weer aandachtig naar Tom

‘Negen,’ zei deze. Bill herhaalde het en toen tuitte hij zijn lippen een beetje.

‘Jij wint,’ mompelde hij, ‘ze slaapt bij jou.’

‘Is dat erg?’ vroeg ik, aan zijn reactie te zien was het er niet blij mee, maar wáár hij precies niet blij mee was wist ik niet, zoals ik zoveel niet wist. Wanneer mannen zeggen dat vrouwen ingewikkelde wezens zijn, weten ze zelf niet hoe ingewikkeld de mens an sich is. Ik snapte er de helft niet van en de helft die ik snapte, snapte ik alleen maar in woorden en wist ik niet hoe het eruit zag.

Ik rilde, het shirt dat Bill voor me had gekocht had geen mouwen en het was tijdelijk in de bus erg fris, omdat iemand het nodig vond om een raampje open te zetten. Tom zag het, trok zijn vest uit en gooide het geweldig grote gevaarte naar me toe. Ik piepte en dook weg, om te worden overdekt door het warme vest.

‘Subtiel,’ mompelde Bill schamper.

‘Wat? Ze moet het ooit leren, niet alles wat op haar afkomt, komt op haar af om haar pijn te doen.’

‘Dan nog, een beetje meer subtiliteit zou in zo’n situatie geen kwaad doen.’

‘Op die manier zijn we volgend jaar nog bezig met d’r!’

‘Dus? Wil je d’r weg hebben of zo?’

‘Dat zeg ik toch niet? Ik vind gewoon dat ze weer moet leren om met mensen om te gaan, als ze langer bij ons blijft, zal ze ook te maken krijgen met de fans. Als ze dan voor ieder bewegend ding moet wegduiken, vermoord ze zichzelf nog tijdens het vluchten.’

‘Hoezo dat nou weer?’ vroeg Bill snibbig.

‘Een kat in het nauw maakt rare sprongen,’ zei Tom wijs, ‘Hé, Baby, kom er eens onder vandaan en trek dat vest aan,’ beval hij me.

Ik keek vanonder het vest naar hem en begon toen voorzichtig de armsgaten te zoeken. Toen ik het vest aanhad getrokken en dicht had geritst—wat Bill me voor moest doen—verzoop ik er bijna in, maar had het wel heerlijk warm.

‘Jongens, we zijn er,’ riep een stem door de bus. Direct kwam iedereen in beweging.

‘Loop maar met mij mee, blijf maar bij mij in de buurt. Dan kom je vanzelf in je kamer,’ vertelde Tom me. Ik deed de capuchon over mijn hoofd, zonder precies te weten waarom en liep mak achter Tom aan. Hij sloeg zijn arm om me heen en ik verstijfde eventjes. Er gebeurde niks, blijkbaar bedoelde hij er niks mee. Ik ontspande me een beetje en verrekte zowat mijn nek toen Tom zich opeens omdraaide en mij half mee trok.

‘Is er al een kamer gereserveerd?’ riep Tom in de richting van de bus.

‘David is er mee bezig, loop maar vast, wij regelen het hier wel, zorg jij maar voor haar,’ was de reactie. Wie David was en waar hij mee bezig was, wist ik niet, maar ik wist dat het Tom er alleen maar vrolijker op maakte.

‘Dat is dan een geluk bij een ongeluk, door jou hoef ik niet te helpen met uitruimen,’ vertelde hij me gniffelend. Onder normale omstandigheden had ik mijn excuses aangeboden, maar iets vertelde me dat Tom het helemaal niet erg vond, dat hij nu niet hoefde te helpen.

We liepen door de dubbele deur van een groot gebouw die ons bracht naar een grote ruimte, met schitterende kleuren en mooie vormen. Het licht scheen aan alle kanten naar binnen en overal glansde metaal in het zonlicht. Tom sprak even met een Man bij een tafel, dat ik herkende als een “balie”, die hem een sleutel gaf, waarschijnlijk was die Man David. We gingen een kleine ruimte in en Tom drukte op een knop waar het cijfer vijf op stond en toen begon de ruimte een beetje te schudden. Ik schrok me dood en klampte me vast aan Tom, die grinnikte en me uitlegde dat het zo hoorden en me ook gelijk vertelde over “liften” en waar ze voor dienden.

Toen we op de vijfde verdieping waren aangekomen, liep hij doelbewust door de gang naar een deur met het cijfer 563 erop. Hij stak de sleutel in de deur en zwaaide de deur voor me open, ‘na u,’ zei hij en hij maakte een gebaar om mij voor te laten gaan. Ik glimlachte en ging hem voor de kamer in. In de kamer stonden twee bedden en een deur gaf toegang tot een badkamer met een geweldig groot bad. Stom geslagen liep ik direct door de kamer de badkamer in en bekeek het grote bad, daar kon je makkelijk met z’n vijven in!

‘Wil je in bad?’ Vroeg Toms stem achter me. Ik schudde mijn hoofd, ik was nog wel schoon.

‘En wat gaan we nu doen?’

‘Voorlopig wachten we hier tot alles is uitgepakt, we zullen hier eventjes blijven, omdat we hier twee concerten en een dag interviews gaan houden.’

‘En wat ga ik dan doen?’

‘Dat moet je zelf weten, we hebben hier alles; massages, schoonheidsbehandelingen, sportzalen, noem maar op. Misschien zou een schoonheidsbehandeling jou geen kwaad doen.’ En hij haalde zijn hand door mijn dorre, vettige haar, dat ik weer in een vlecht had gedaan.

Ik wist destijds echt niet hoe ik eruit zag, mijn ontvoerders hadden nooit echt de moeite genomen om een spiegel te brengen, wat maakte het ook uit hoe ik eruit zag, ik stonk niet en daar eindigde hun interesse voor mijn persoonlijke verzorging. Tom had dit blijkbaar ook door; hij pakte mijn hand en leidde me de badkamer in. Hij zette mij voor zit, legde zijn handen op mijn schouders en keek naar mij via de spiegel.

Ik liet mijn blik van het inmiddels bekende gezicht zakken naar het meisje dat voor hem stond. Ze had vies, donkerblond, haar dat glom van de vettigheid en er lelijk en slecht verzorgt uitzag. Haar huid was spierwit en smeekte om een paar uur zon. Onder haar ogen liepen donker blauwe kringen en een grote schaafwond bedekte het grootste deel van haar wang. Haar wimpers waren lang en hadden een natuurlijke krul. En haar ogen, ik hield mijn adem in bij het zien van haar ogen; haar ogen waren hemelsblauw.

Dat meisje, dat was ik. Ik reek mijn hand uit en gleed met mijn vingers over de mooie ogen. Ze hadden hint van nieuwsgierigheid die bedekt werd onder een laag die haar blik dof maakte, een laag van twaalf jaar hel.

‘wouw,’ fluisterde ik zacht, ‘wat mooi.’ Nu moet je goed begrijpen dat ik niet zo verschrikkelijk ijdel ben, ook vereer ik mezelf niet, maar als je jezelf voor het eerst in je leven ziet, volledig volgroeit en met alles erop en eraan, dan zie je niet de details die je ziet als je iedere dag in de spiegel kijkt.

‘Ja, je bent mooi.’ Tom sloeg zijn armen om mijn nek en drukte me tegen zich aan. Hij legde zijn gezicht tegen mijn haar, ‘als jij nou eens lekker in bad gaat, regel ik voor jou een afspraak bij de kapper van het hotel.

Ik knikte, dat klonk goed, een flinke make-over zou mij niet schaden.

Tom liep weg en draaide zich in de deuropening om, hij ‘je weet hoe de kranen werken?’ ik glimlachte en knikte. Hij verdween uit het zicht en ik wilde me net omdraaien toen zijn hoofd ineens om de hoek schoot.

‘Deze deur kan trouwens ook op slot, dan kan niemand erin.’ Ik keek hem ongelovig aan. ‘Echt,’ verzekerde hij me en hij sloot de deur voor me.

Ik luisterde even naar zijn vertrek en draaide toen aarzelend de sleutel om. Er gebeurde niks. Ik pakte de klink van de deur en trok en duwde er even aan. Er was geen beweging in te krijgen. Tom had gelijk gehad.

Achteruit lopend, alsof de sleutel zichzelf ineens zou omdraaien, liep ik naar het grote bad. Ik draaide de twee kranen open en begon me uit te kleden, af en toe nog een blik werpend op de dichte deur, die dicht bleef.

 

‘Baby? Zit je nog in bad?’ Hoorde ik de stem van Tom door de deur door. Hij had me tot Baby gedoopt en binnen niet al te lange tijd zou de rest van de groep me ook zo gaan noemen.

‘Nee, ik ben klaar.’ Ik had al dik een kwartier op de wasbak gezeten en naar mezelf gekeken.

‘Kom je er uit, dan? Je hebt zo een afspraak bij de kapper, dan heb je over een uur een afspraak bij een schoonheidsspecialist en Bill heeft de rest van de middag gepland voor winkelen. Ik geloof eigenlijk ook dat Bill de afspraak bij de kaper en die bij de schoonheidsdinges heeft geregeld.’

Op de achtergrond werd gelachen en ik herkende in de toon in zijn stem een pesterig toontje. Steeds meer begrippen begonnen beeld te krijgen in mijn hoofd. Ik kende heel veel dingen uit boeken, maar wist nooit hoe ze eruit zagen, maar nu wel. Dankzij mijn vrienden.

Ik draaide de deur open en keek naar buiten. Tom hing nonchalant tegen de muur naast de deur, ‘hallo,’ zei hij vriendelijk met een warme glimlach. Ik glimlachte terug en liep langs hem.

‘Waar is die kapper?’ Vroeg ik, ik wilde wel eens een kapper in het echt zien, of het ook zo’n nederige man was, die op zijn beurt toch ook wel gedistingeerd was.

Tom liep naar me toe en ging naast me staan, ‘beneden,’ zei hij op dezelfde toon als ik, maar met iets wat leek op uitdaging. Hij had ook zijn kin wat omhoog gehouden en keek zo naar beneden, naar mij.

‘Waar beneden,’ zei ik giechelend, ‘breng me erheen. Weet je al wat ze gaan doen met mijn haar?’ En zo bleef ik doorvragen, zonder op antwoord te wachten. Tom pakte mijn hand en leidde me naar de lift.

Het feit dat hij mijn hand vasthield, stoorde mij om een of andere reden totaal niet, wat ik best raar vond achteraf, sinds ik nog steeds wegdook als een van de andere jongens zelfs maar mijn arm aanraakte. Misschien was het wel omdat Tom juist zoveel mogelijk van die dingen deed, van die kleine aanrakingen die normale mensen normaal vonden, maar bij mij de stuipen op het lijf joegen. Niet dat ik met iedereen die in mijn buurt komt gelijk hand in hand ga lopen, maar je snapt wat ik bedoel.

We liepen een gang, in op de begane grond, waar allemaal glazen muren waren zodat je overal naar binnen kon kijken, wat ik ook uitgebreid deed. Ik zag mannen en vrouwen die aan de gezichten en haren van andere mannen en vrouwen zaten te friemelen. Tom en ik liepen, nog steeds hand in hand, naar een van de achterste cabines, waar Tom de deur voor me openhield. Afwachtend liep ik naar binnen en zag een man staan achter een stoel, die ik niet anders zou kunnen beschrijven als homo. Zijn roze blouse zat strak om zijn lichaam en op zijn witte sjaaltje, dat hij om zijn nek had geknoopt, stonden roze horizontale strepen. Zijn haar zat … homoachtig en zodra hij begon te praten, moest ik mijn lachen inhouden. In boeken wordt nooit vertelt over mensen die zo praten!

‘Mijn hemel, lieveling, kom snel zitten en dan verlos ik je van dat kraaiennest dat je op je hoofd heb zitten.’ Ja, hij was zeker gedistingeerd, maar nederig was hij zeker niet. Zelfs op de manier waarop hij liep en handelde zag je al dat hij gigantisch homo was, zelfs als je niet keek naar hoe hij naar Tom keek en later ook naar Bill, toen deze vijf minuten later binnen kwam wandelen.

Het was bijna eng hoe goed Bill met de homo kapper kon praten, alsof Bill ook zo was.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb helemaal niks tegen homo’s, maar destijds waren homo’s, en vele andere dingen, net zoiets als aliens voor mij. De Engelsen zeggen dan ook zo mooi over mij dat ik destijds “alienated” was; ik was als een alien voor deze wereld, en van mijn kant was de mening precies hetzelfde over de buitenwereld.

De kapper begon met gelijk de schaar in mijn haar te zetten; ‘het is helemaal dood, het is alsof er nooit wat aan gedaan is.’

‘Is waarschijnlijk ook zo,’ zei Tom, die te laat besefte wat hij zei, ‘aan de lengte te zien,’ voegde hij er snel aan toe, toen hij de blik van Bill ving via de spiegel.

De kapper knipte mijn haar nog korter dan dat van Gustav, de kapper kon er nagenoeg geen model in krijgen, eigenlijk was zijn idee geweest om me kaal te scheren, tot Bill kwam met het geweldige idee voor extensions. Destijds wist ik nog niet wat het was, maar ik ben hem er dankbaar voor. De lange zwarte lokken vielen nu net over mijn schouders. De afspraak bij de schoonheidsspecialist was afgezegd en was verplaatst naar vijf uur die middag.

Ook daar werd ik met bijna afschuw ontvangen.

‘Halleluja, wat heb jij gedaan met jezelf?’ Begroette de met dikke lagen make-up beladen vrouw aan me. Ik haalde maar mijn schouders op, ik had niks met mezelf gedaan, ik was onschuldig. Bill en de vrouw begonnen aan mijn gezicht te werken. Dat betekend dat de vrouw mijn gezicht begon schoon te maken en mooi te maken, terwijl haar “slaafjes” mijn nagels en tenen verzorgde en Bill van de zijlijn aanwijzingen gaf.

Pas toen de vrouw aan mijn gezicht had herstelt wat ze kon begon Bill zich ermee te bemoeien. Mijn oogleden werden alle kanten op getrokken en verschillende kwasjes, potloodjes, borsteltjes en meer van dat soort dingen vlogen in en uit mijn blikveld.

‘Probeer je ogen open te houden, oké?’ Vroeg Bill voorzichtig, hij wachtte net lang genoeg om antwoord krijgen, voor hij mijn ooglid pakte en het begon onder te smeren met iets dat koud aanvoelde. Na nog twee en half uur, mocht ik in de spiegel kijken. Het meisje tegenover me had schitterend half lang zwart haar, dat luchtig rond haar gezicht viel en er levendig en glanzend uitzag. Haar hemelsblauwe ogen waren omringt door een dikke laag zwart die haar bovenste en onderste ooglid bedekte, haar lippen waren vuurrood gemaakt en maakte haar bleke door de zon verwaarloosde huid mooier, op een manier wat ik alleen maar kan beschrijven als glanzender, sprankelender en vooral, levendiger.

Het meisje uit de spiegel was zonder enige twijfel de mooiste die ik ooit had gezien. Ik heb haar nooit meer zo terug gezien; de verwilderde, schuchtere blik in haar ogen leek verdwenen te zijn, want haar ogen glansde weer. De fronsrimpel was van haar gezicht verdwenen en haar blik was gevuld met hoop. De avondzon verlichtte haar gezicht en liet haar ogen stralen als saffieren.

Dat meisje had iedere schoonheidswedstrijd van de wereld kunnen winnen.

Dat meisje, verlicht door de roze zon, dat meisje, dat was ik.

Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Do you want your own website too?
Register for free