Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23916 Besucher (51330 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
VIII: Night
Hoofdstuk VIII
Night
Met gierende adem schoot ik overeind in mijn bed. Ik lag in een bed, in een ziekenhuis, zoals ik dat ook had gedaan op mijn eerste dag bij de jongens. Behalve dat ik dit maal alleen was. Ziels alleen.
Ik voelde me anders dan voor ik mijn toeval kreeg. Dit keer voelde ik me onzeker, angstig en neerslachtig. Mijn posttraumatische stressstoornis was ingeslagen en had me tot op de grond toe vernietigd. Ik wist wie ik was, wat ik had gedaan, wat er met mij was gedaan en ik wist was alles was, maar alle vooruitgang die ik de afgelopen maand had gemaakt was in één klap weggeslagen.
Toen Bill en Tom ineens de kamer in kwamen, schrok ik zoals ik dat deed aan het begin van onze kennismaking.
‘Rustig, man! Wij zijn het maar,’ zei Tom, niet geïrriteerd, maar ook niet bepaald geduldig.
‘Hoe is het met je?’ vroeg Bill, die onschuldig zijn hand op mijn been legde. Ik keek naar zijn hand en ineens schoot het beeld van een vreemde Man zijn hand voor mijn ogen, die gestaag zijn weg naar boven zocht.
Ik sloeg zijn hand weg, ‘raak me niet aan,’ waarschuwde ik, angstig en vijandig.
Beide jongens keken me nogal verbaast aan en toen ik ineens de mannelijke dokter opmerkte die in de deuropening was verschenen, leek mijn hart wel stil te staan van schrik.
Meneer liep langzaam de kamer binnen en keek me geruststellend aan. Hij ging in de stoel aan de andere kant van de kamer zitten en keek ons drie serieus aan. Hij stelde zich voor, vroeg mij mee te gaan met hem en hij onderwierp me aan een vragenvuur voor het komende uur. De uitkomst hiervan was, zoals ik net al zei, dat de posttraumatische stress eindelijk had toegeslagen, ze hadden dit al verwacht en hadden eigenlijk gehoopt dat het uit zou blijven, omdat het vaak optreed maximaal een maand na de gebeurtenis en die deadline was al bijna verstreken.
Mij werd rustig uitgelegd wat de PTSS in zou houden. Het was van het grootste belang dat ik zo snel mogelijk een vaste verblijfplaats zou vinden, om me te kunnen settellen.
‘Oh, daarover,’ onderbrak Bill de dokter, ‘daarvoor zijn we eigenlijk gestuurd, wij moeten zo weg, morgen optreden weet je, en we hebben, geloven we, je ouders gevonden.’
Ik keek nieuwsgierig op. Niet dat het me veel interesseerde of het mijn ouders waren, maar om eerlijk te gaan, was ik het rondreizen een beetje zat, ik kon er niet uit en ik mocht er niet uit en vooral: ik sliep op een harde bank, die me zo stijf als een plank liet wakker worden.
‘Ze zijn al overgekomen naar de Verenigde Staten en overmorgen na het concert gaan we erheen, dan zijn we twee dagen vrij.’
Ik vond het best.
De dokters ontsloegen me al vrij snel daarna, David een heel boekwerk meegevend met informatie over mij en mijn PTSS, zoals hij het zo mooi afkortte.
‘Je ouders zijn bevestigd,’ klonk de stem van Tom uit het niks, wat me een schok bezorgde dat me geheid een half jaar van mijn leven kostte, ‘het zijn echt je ouders, ze hebben hetzelfde DNA en ze wisten zelfs een paar van je moedervlekken op je rug te benoemen.’
‘Hoe weet jij die dan?’
‘Ik wist ze niet, dat waren die dokters, die je ook onderzocht hadden in Duitsland.’
Ik knikte.
‘Je hebt nu een naam.’
Ik keek Tom aan en ik weet dat we beide hetzelfde dachten. Het was niet dat ik gehoopt had dat mijn naam écht Baby zou zijn, maar toch. Het was de enige naam die me aan “goede tijden” deed denken. Verder was de naam iets dat me aan Tom bond. Zonder die naam was ik nog steeds “zij”, “jij”, “meisje” of “liefje”, maar met de naam Baby was ik iemand, iemand met een verleden en dus ook met een heden en een toekomst.
Nu stond dat op het punt te veranderen. Niet alleen mijn vorderingen waren verwoest, maar ook mijn gewoontes en levenswijze omtrent de jongens werd onderuitgehaald. En dus ook hun naam voor mij.
‘Wat is mijn naam?’ Wist ik uit te brengen. Zonder het te beseffen waren er tranen in mijn ogen verschenen. Ik had nooit gedacht dat een verandering van naam mij meer op de emoties zou spelen, dan alle gesprekken die ik over mijn verschrikkelijke tijd had gehad.
‘Anne-Marie Findelkind.’
Dat was ik dus. Anne-Marie, niet Baby of “jij daar” of “meisje”, nee, Anne-Marie. Een naam zoals alle andere mensen op de wereld een naam hebben, geen opvallende naam, geen gekke bijnaam, nee. Ik was gewoon een Anne-Marie.
Ik voelde me gelijk ver verwijderd van Tom, nog verder dan ik in de afgelopen twee dagen had gevoeld.
Alsof ik de mentale afstand fysiek wilde overbruggen, reek ik naar zijn gezicht en raakte zijn neus aan en ging zo zijn hele gezicht af. Wat ik pas na een minuut of vijf besefte, was dat ik huilde. Tom liet me maar, terwijl hij meehuilde, met drogen ogen, zonder tranen, maar zijn ogen spraken verdriet en schreeuwde het uit. Voor mij. Hij huilde innerlijk voor mij, omdat hij blijkbaar enig idee had van wat ik doormaakte, de identiteitscrisis, die bij mij toch al flink aanwezig was, die nu vergroot was.
‘Ik zal je altijd Baby blijven noemen,’ zei hij met een toonloze stem.
Mijn hand viel slap omlaag en ik begon te snikken. Niet om de Mannen die mijn leven hadden vermoord, maar om de jongens die mijn leven hadden gered. Niet om de gewelddadige daden die me waren aangedaan, maar om de lieve aanrakingen.
‘Wanneer moet ik weg?’
‘Je ouders nemen je mee naar huis zodra ze je hebben opgehaald. Morgen.’
‘Morgen.’
‘Ja.’
‘Ik ben bang.’
Een stilte volgde, mijn knieën—die onder mij gevouwen lagen—waren inmiddels nat van de tranen. We hoorden bewegingen en toen we opkeken zagen we Bill verschijnen. Hij keek naar mij, naar zijn broer en keek toen weg, trachtend om ook zijn tranen binnen te houden.
Tom pakte de hand van zijn broer en trok hem op schoot. Zonder tegen te stribbelen sloeg Bill zijn armen om Toms nek en begon te huilen.
‘Waarom huil je?’ Fluisterde ik.
‘Om jou,’ antwoordde Tom simpel.
‘Dat hoeft niet. Ik huil wel voor mezelf.’ Bill keek op en zag mijn ogen, die dreven in het vocht. ‘Ik huilde voor mezelf toen ik mishandeld werd door die Mannen en ik huilde voor mezelf als ik me alleen voelde en mijn ouders miste. Nu ga ik simpelweg naar ze terug.’
‘Wat ben je dapper,’ fluisterde hij snikkend.
Bill begreep wat ik nu dacht en hij wist zijn emoties beter te plaatsen dan ik. Ik heb bij, wijze van spreken, nog een psycholoog nodig om me gefrustreerd te voelen, omdat ik mijn teen stoot.
‘De wereld vergaat niet, hoor. Het is niet alsof ze doodgaat,’ zei Tom.
We wisten alle drie hoe mis hij het had. Ik ging dood, een deel van mij ging dood. Het enige deel van mij dat ik had opgebouwd in die korte tijd. Mijn zwarte haar, mijn blauwe ogen, dat hoorde bij Baby, maar het hoorde niet bij Anne-Marie.
‘Wil je mijn haar eraf scheren?’ Vroeg ik prompt.
‘Wat?!’ Vroegen de twee jongens geschrokken.
‘Waarom?’ Vroeg Bill.
‘Dit ben ik niet meer,’ zei ik simpel en ik trok aan een pluk zwart haar.
‘Jawel, het hoort bij je.’
‘Bij Baby, niet bij mij.’
Tom keek me aan alsof hij het begreep, ‘ik pak een scheerapparaat.’ En met die woorden liep hij weg en kwam terug met een apparaatje waarvan hij de stekker in het stopcontact stook en achter mij ging staan. Het gezoem begon en ik voelde hoe hele plukken zwart haar links en rechts van me neervielen.
Bill keek me aan, terwijl hij huilde alsof het zijn haar was.
‘Waarom huil je?’ Fluisterde ik weer.
‘Ik ga je missen.’
‘Je kent me amper.’
Hij glimlachte, ‘weet je nog hoe je dacht dat ik een meisje was?’ Vroeg hij, mijn opmerking negerend, ‘dat was het grootste compliment en de grootste belediging die ik ooit heb gekregen.’
‘Hoe kan het nou een compliment en belediging zijn?’
‘Wanneer ieder ander het had gezegd was het een belediging, maar jij bedoelde het anders. Jij zag meisjes als de bron van alles wat mooi en goed was op deze wereld. Sinds jij mij als zo’n meisje zag, was het een compliment.’
‘Ik ga jou ook missen.’
‘We houden contact.’
‘ik denk het niet,’ zei ik, met een eerlijkheid die ik alleen van Tom kon hebben overgenomen, ‘jullie reizen rond, ik niet.’
‘Ook wij komen thuis.’
‘Ik niet. Ik kom nooit meer thuis.’ Waarom ik het zei weet ik niet, maar het raakte een gevoelige snaar en ik begon weer te huilen, ‘ik kom nooit meer thuis, omdat je je ergens veilig moet voelen om je thuis te voelen.’
‘Je zal je weer thuis gaan voelen.’
‘Waar dan? Bij wie? Een vaste plek om te wonen betekend voorspelbaarheid, zodat ze me sneller weten te vinden. Wie kan ik nog vertrouwen als ik weet dat iedereen wel eens iets slechts zou kunnen doen.’
‘Hebben wij dat ooit gedaan?’ Vroeg Tom, die de haren aan de achterkant van mijn hoofd wegschoor.
‘Nee.’
‘Daarom.’
De maan buiten had net zijn hoogste punt bereikt. ‘Ik ga jullie ook missen,’ herhaalde ik weer.
Contact
Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN
Lupe.Sjiler@hotmail.com
Het lettertype
voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.
Mijn verhalen
A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);
Verhalen die staan onder het kopje "Rest":
The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
Mijn Short Stories/korte verhalen
9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
Codes en credits
Ik gebruik soms bepaalde codes:
En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel
Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)