Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23924 Besucher (51342 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
IX: Sunrise
Hoofdstuk IX
Sunrise
De dag erna was het zover. Ik droeg een witte bloes met roze streepjes en een witte rok. Mijn haar was gemillimeterd en om mijn hoofd had Bill een roze sjaal geknoopt. Mijn wimpers waren zwart met roze oogschaduw en mijn lippen glitterde van de roze lipgloss. Ik zat in een restaurant, samen met Bill, Tom, Gustav en Georg. Bill had een grote zwarte zonnebril op en veegde continue over zijn wangen, het was duidelijk dat hij huilde.
Gister had hij verteld dat hij het vreselijk vond dat ik weg moest, weg van hun bescherming. Hij had mij gelijk gegeven, wie moest hen nu de zekerheid bieden dat mij echt niks overkwam, nu zij het niet meer konden doen.
Ook Tom zat er getroffen bij, eigenlijk zaten ze er allemaal getroffen bij. Mijn tranen werden tegengehouden door mijn trots en mijn wil om niet zwak over te komen tegenover mijn ouders.
‘Meneer en mevrouw Findelkind?’ Vroeg David ineens. En toen ik opkeek zag ik een echtpaar staan met lichtblond haar en helblauwe ogen, net als ik. Er was geen twijfel over mogelijk, ik moest wel hun kind zijn, ik leek als twee druppels water op mijn moeder.
Zodra mijn moeder mijn gezicht zag begon ze te huilen, maar dan niet zoals Bill huilde, maar hard, met lange halen. Een opgeluchte huil, doorbroken van lachjes.
Plichtsgetrouw stond ik op en keek naar de jongens, niet goed wetend wat ik moest doen. Duidelijk wisten zij ook niet wat ik moest doen—ze wisten niet eens zichzelf een houding te geven.
Uiteindelijk stak ik mijn hand maar uit, ‘hoi mama.’
Ik besefte hoe lullig dit klonk, maar ik durfde niets meer. Mijn moeder pakte mijn hand en drukte deze tegen haar mond, zodat mijn hand nat werd van haar tranen en het vocht uit haar openstaande mond.
De hartverscheurende tranen van de vrouw lieten mijn vader ook niet onbewogen, hij glimlachte naar me, ‘Hallo Anne-Marie. Ken je ons nog?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Mag ik je knuffelen?’ Vroeg mijn moeder.
Ik wist niet wat ik hierop moest antwoorden. De jongens hadden me geleerd dat ik nee moest zeggen als ik iets niet wilde, maar gelde dat ook voor mijn moeder.
‘Doe maar niet, liefje.’
Op dat moment flipte ik hem. Als ik weg moest met hen, betekende dat dat ik de jongens achter me zou laten. Ik zou alleen zijn met hen. Er zou niemand zijn om me te beschermen als dat nodig zou zijn. Tranen welde op uit mijn ogen en ik begon achteruit te deinzen, ‘ik wil niet,’ begon ik te stamelen, ‘ik wil niet!’ Ik begon het steeds harder te zeggen en zelfs de beschermende armen van Tom wisten mij niet tot een halt te brengen.
Ik draaide me uit zijn omhelzing en begon te rennen, het wegrestaurant uit, langs de bus, richting de snelweg, net als die eerste dag dat ik probeerde te vluchten uit het ziekenhuis, maar nu was er niemand die me opving. En nu was het niet onwillendheid dat me voortdreef, maar wanhoop.
‘Baby! Baby, kom terug!’
Ik stond abrupt stil toen Bills stem mij bereikte.
‘Ik wil niet!’ Gilde ik zo hard ik kon.
‘Je moet wel,’ zei Bill rustig, in zijn stem was te horen dat het hem ook pijn deed.
‘NEE!’
‘Het zijn je ouders.’
‘Ik ken ze niet!’
‘Het zijn je ouders.’
‘Ik wil niet!’
‘Het. Zijn. Je. Ouders,’ zei Bill dringend, toen ik mijn mond weer wilde open doen om er een waardeloos tegenargument uit te gooien, onderbrak hij me: ‘Anne-Marie! Het zijn je ouders,’ zei hij streng.
In stilte keken we elkaar aan en toen, daar, aan de zijkant van de weg zakte ik in elkaar en huilde alles eruit. Bill kwam naast me zitten, trok me de berm in, omarmde me en liet me huilen.
Ik gilde, ik schreeuwde, ik huilde.
Ik huilde het leven uit me dat tot zover enkel te beschrijven was als een duistere nacht en nu, nu stond ik aan het begin van een zonsopgang.
Mijn nacht was voorbij, nu zou de zon opkomen en nooit meer ondergaan.
Ik stond aan het begin van een nieuw leven.
Ik had kansen te over, ik was slim, knap en beroemd vanwege het schandaal dat rond me speelde.
Ik huilde daar voor het eerst alles eruit. De duister jaren in mijn kelders, de nachten die geen einde leken te hebben.
Bill en de jongens van Tokio Hotel hadden mij gered en een plekje in de wereld gegeven. Nu was hun taak volbracht, ze hadden me klaar gestoomd en nu werd ik in het diepe gegooid, maar dit diepe was niet donker, zoals mijn verleden, maar juist verlicht.
Een heloranje zon steeg op boven de horizon in mijn leven. Een warm licht verlichte mijn wereld en maakte het overzichtelijk voor me.
Ik was wel alleen, maar ik kon het zien.
Contact
Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN
Lupe.Sjiler@hotmail.com
Het lettertype
voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.
Mijn verhalen
A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);
Verhalen die staan onder het kopje "Rest":
The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
Mijn Short Stories/korte verhalen
9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
Codes en credits
Ik gebruik soms bepaalde codes:
En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel
Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)