Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  Amnesia
  The Kiddnap-recover
  Septembers Storm
  => 13 December
  => 14 December
  => 19 December
  => 24 December
  => 25 December
  => 31 December
  => 1 Januari
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23944 Besucher (51384 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
1 Januari



1 januari 2008                                                      gelukkig nieuwjaar

Joep-tie-doe          Nieuw jaar           Gelukkig nieuwjaar

Hopen dat deze beter wordt dan de vorige

                            Mijn god, wáár hoop ik nog op?



De jongens waren er niet en September was er niet in geslaagd James succesvol te ontlopen. Zodra ze de kans kreeg, was ze weggegaan, gaan wandelen, met haar splinternieuwe, peperdure koptelefoon op, die de muziek hard haar gehoorgangen in pompte en de vuurwerkknallen buitensloot.
Omdat ze zich toch lichtelijk verplicht had gevoeld om de tweeling een prettig nieuwjaar te wensen, had ze langzaam op hun huis aangestuurd.
Op het pleintje voor de huizenrijen stonden overal mensen, een paar staken ook vuurwerk aan, maar de meesten keken toe.
Het groepje dat September zocht, was makkelijk te herkennen; twee figuren renden door een parcours van willekeurig geplaatste objecten, die vuurwerk bleken te bevatten, terwijl een derde figuur toekeek en joelde als er weer een vuurbal de lucht in vloog. Een vierde persoon zat op een krukje met een aangelijnde hond naast zich. September trapte haar sigaret uit en liep op het stel af, op het moment dat een vuurbal in de lucht ontplofte en een rode vonkenregen het schouwspel verlichte en de figuren herkenbaar maakte.
‘Godver, m’n aansteker is ermee gekapt,’ zei Geoffrey, wiens accent bijna even sterk was als Emiely, die ronduit plat Brabants sprak.
‘Vraag ook een sigaret aan de buurman,’ stelde Gavin voor.
‘Die is al weg, idioot.’
‘Vangen,’ zei September hard. Ze wachtte tot Geoffrey’s blik de hare ving en ze gooide haar aansteker met een boog op Geoffrey af. De aansteker landde tegen Geoffrey’s borst, maar met een paar onhandige grepen, wist Geoffrey te voorkomen dat de aansteker op de grond belandde.
‘Sep!’ Op Gavins gelaat verscheen een glimlach van herkenning die werd verlicht door een vuurbal die met veel lawaai de lucht in schoot.
Septembers blikveld werd ontnomen door een blonde rommelknot die in haar gezicht werd gezwengeld toen Emiely ineens haar armen om September heensloeg en zich tegen haar aandrukte, ‘gelukkig nieuwjaar, lieve September!’
September verstijfde onder de aanraking.
‘Lief?’ Klonk de stem van Geoffrey, waarin een lach doorklonk, ‘ik weet niet of ons September altijd even lief is.’ Hij, Gavin en Eric lachte luchtig.
‘Nee,’ bevestigde Gavin, ‘echt een lieverdje is ze niet.’ September voelde een hand door haar haar woelen, waarschijnlijk die van Gavin, sinds die van Emiely nog stevig Septembers middel waren gelinkt.
September nog steeds knuffelend begon Emiely om September heen te draaien, zodat Septembers blik op Geoffrey verdween en ze naar de tegenovergestelde kant werd gedraaid.
‘Daarom zei ik ook lief,’ zei Emiely, ‘September is niet altijd áárdig, maar ze is wel lief.’
September werd losgelaten en terwijl Emiely in discussie ging met Geoffrey over het verschil tussen lief en aardig, liep Gavin naar September toe met uitgestoken hand.
‘Gelukkig nieuwjaar, September, ik hoop dat we met z’n drieën een leuk jaar te gemoed gaan.’
‘Ben je altijd zo formeel?’
‘Nee,’ en hij draaide zich om naar het vuurwerkparcours, ‘ je treft het zo.’
Terwijl Gavin weer vuurwerk begon af te steken, liep September op Eric af, ‘gelukkig nieuwjaar, meneer.’
‘Jij ook, September,’ warmte omringde haar hand toen ze deze in de grote ruwe hand van Eric legde. hij keek over haar hoofd heen naar iets dat September niet kon zien, ‘kinders, gedraag je naar je leeftijd.’
‘Je loopt stom te zwetsen, kut!’ Pissig liep Geoffrey weg van zijn zus, die hem giftig nakeek.
‘Moet ik jullie nu weer uit elkaar halen, zoals tien jaar terug?’
‘Sorry pap,’ zongen de twee.
‘Was ‘t leuk thuis?’ Vroeg Eric weer aan September.
September haalde haar schouders op en dook iets ineen toen een enorme knal weerklonk.
‘Kapot lauw!’ Klonk een andere stem die nog niet eerder gehoord was binnen de groep. Ze keken om en zagen een groep jongens van ongeveer hun leeftijd aan lopen.
‘Ik ga naar binnen, als het vervelende jeugd blijkt te zijn: ik laat de deur op de knip.’ En met die woorden draaide Eric zich om, ‘kom Jaylynn, we gaan naar binnen.’
‘Ze mag ook wel bij mij blijven,’ stelde September voor, ‘tenzij ze bang is.’
‘Ben je gek,’ bemoeide Gavin zich ermee, ‘ Jaylynn is de eerste hond in de wereld die dus echt niet bang is voor vuurwerk. As ze duimen had, zou ze het vuurwerk voor ons aansteken!’
‘Ik laat haar wel hier.’
‘Hoe de fuck komen jullie aan dat vuurwerk!’ Hoorde September een van de jongens vragen.
De zeven jongens stonden toe te kijken terwijl Gavin en Emiely de afgestoken stukken in een grote grijze vuilniszak gooide en uit een andere grijze zak wat nieuwe stukken haalde.
‘België,’ zei Geoffrey, ‘als ik m’n huis uitloop en ik struikel over de drempel, dan schuif ik zo België binnen.’
‘Ik hoor het,’ zei een van de jongens.
‘Wel gaaf,’ zei een ander.
‘Keigaaf!’ Bemoeide Emiely zich ermee, op een toon alsof ze nooit met Geoffrey ruzie had gehad.
De ogen van de jongens gingen op en neer toen ze Emiely in hun zicht kregen. September zag de perverse gedachtes door de hoofden van de jongens gaan. Ze zuchtte, sloeg haar hoofd ten hemel, vroeg in stilte om vergeving—of een goed geplaatste bliksemschicht—en ging op het verlaten krukje zitten. Jaylynn ging lekker tussen haar benen zitten en likte kalm haar knie, alsof ze de woede en verdriet die door Septembers lichaam raasden, wilde stoppen.
De jongens haalde hun astronautjes erbij en begonnen samen met het illegale vuurwerk herrie te maken. Als snel begon het laat te worden en verhuisde het groepje jongeren naar het schoolplein even verderop. September had Jaylynn binnen afgegooid toen het kleine hondje begon te gapen en duidelijk een einde aan de dag wilde maken.
‘Leuk hondje was dat,’ zei een van de jongens toen September zich weer bij het groepje op het schoolplein had gevoegd. September knikte vaag, ‘was-ie van jou?’
September schudde met gesloten ogen haar hoofd, ‘van hun,’ en ze knikte met haar kin in de richting van de tweeling en hun broer, die weer vuurwerk aan het afsteken en uitstallen waren. De zak met vuurwerk leek wel geen bodem te hebben, iedere keer als September dacht dat het nu wel klaar zou zijn, verscheen er nog een stuk vuurwerk.
‘Waarom doe jij niet mee?’ Probeerde de jongen weer, na subtiel een stap in haar richting te hebben gedaan.
‘Waarom zou ik me geld in de fik willen steken?’ Zei September, na heel onsubtiel een stap opzij te hebben gezet, van de jongen vandaan.
De jongen leek het eerst niet te begrijpen en leek uitleg te zoeken in Septembers ogen, die strak voor zich uit bleven kijken en vuurwerk afstekende Brabanders in de gaten bleef houden. Het duurde even voor de jongen haar hint begreep en antwoordde: ‘Het ziet er toch mooi uit?’
‘Rozen zien er ook mooi uit, maar na een week kan je ze weggooien. Ik heb liever iets dat blijvend is, waar je echt wat aan hebt, waar je wat mee kan doen en wat een goede en slimme investering is.’
‘Dus op een date moet ik geen rozen voor je meenemen, maar een paar stevige sportsokken?’ Zei hij grijnzend.
September, die nog steeds strak voor zich uit aan het kijken was, haalde nonchalant haar schouders op, ‘bijvoorbeeld, of een paar E-snaren.’
‘E-snaren?’
Gitaarsnaren.’
‘Je speelt gitaar?’
‘Nee, ik spaar snaren, ze zijn veel sterker en gemener als je mensen ermee ophangt,’ voor het eerst in het gesprek wendde September haar blik af van de vuurwerkafstekers en keek sarcastisch naar de jongen naast haar. Even keek hij terug en een glimlach speelde om zijn mond.
Ineens stak hij zijn hand uit en September bewoog in haar schrik een beetje naar achter, ‘Ik ben Rick.’
‘Ik niet,’ zei September droog en ze keek weer naar voren, wensend dat deze Rick een end ging fietsen, of zijn moeder ging pesten.
‘September! Wat ben je saai, steek ook wat af!’ Geoffrey was half joggend, half huppelend op hun af gekomen.
‘Ze vindt vuurwerk stom,’ antwoordde Rick voor haar.
‘Ik ben prima in staat zelf te praten, dank je,’ mompelde September, die zich met de minuut geïrriteerder begon te voelen. Deze Rick werkte haar op de zenuwen met zijn verleidende toon en zijn geflirt.
Toen ze op haar horloge keek zag ze dat het al half drie was, tegen de tijd dat ze thuis was zou het waarschijnlijk al over drieën zijn, ‘Ik ga,’ stelde ze vast en ze keek op van haar horloge.
‘Nu al?’
‘Moet nog een tijdje naar huis lopen,’ en ze deed haar koptelefoon op, die de hele tijd half uit haar dichtgeritste zak had gehangen.
‘Moet ik anders een stukje met je meelopen,’ vroeg Rick.
‘Denk dat ik mijn huis zelf ook wel kan vinden,’ zei September venijnig.
‘Ik bedoel alleen maar dat je nooit weet wat voor idioten er rond lopen,’ zei hij semi-beledigd, ‘ik bedoel, je weet het niet, mijn ouders waarschuwde mij altijd voor vreemden en zo.’
‘Je weet dat je me net waarschuwt voor gevaarlijke onbekenden en in de zelfde zin voorstelt mij naar huis te brengen?’
‘Maar ik ben te vertrouwen.’
‘Dat zeggen ze allemáál,’ en met die woorden zette September een paar stappen in de richting van het groepje verderop, ‘Ik ga,’ riep ze.
‘Nu al?’
Ze negeerde de kreten van de tweeling en ze draaide zich weer om, ‘tot op school.’
Ze wilde net langs Rick en Geoffrey lopen, toen Geoffrey haar aanschoot, ‘hé, pa had nog gevraagd of je misschien nog een keer wil komen helpen, we beginnen vijf januari weer en er wordt chaos verwacht.’
‘vijf januari?’ September wist niet waarom ze niet in één keer gelijk nee zei, ze was misschien een etter, maar ze was wel danig opgevoed dat ze wilde helpen waar dat nodig was. Verder wist ze als geen ander hoe het is als mensen je laten zitten, ‘ik kijk even.’
En met die woorden liep ze weg. Rick draaide zich om alsof hij alsnog met haar mee wilde lopen, maar September draaide zich gelijk weer om, ‘volg me niet!’
Hij leek even verbaast, maar wilde al weer gaan lopen toen September weer verder wilde lopen.
‘Ik meen het! Mijn vader is een goedbetaalde advocaat en ik ben niet bang hem tegen je te gebruiken!’
Dit bleek meer effectief te zijn, want Rick haalde zijn schouders op, ‘Jouw begrafenis,’ mompelde hij, luid genoeg voor September om het te horen.
‘Inderdaad, mijn begrafenis. Doe geen moeite te komen.’ En met die woorden verdween ze in het duister.
Ze schoof de koptelefoon over haar oren en zette wat muziek aan.
De nachtelijke winterkou sneed door haar vest heen, ze had nog steeds geen nieuwe jas gekocht en op dit moment miste ze de hachelijke warmte van haar oude, dikke winterjas. Ze vervloekte Vincent nog een keer en besloot wraak te plannen. Vincents streek leek een heel lullig, nutteloos iets om te doen, maar er gingen maanden aan vooraf.
Vincent was begonnen haar te pesten op de eerste schooldag van dat jaar. Haar oude klas had haar inmiddels al links laten liggen en deed niet eens meer de moeite haar het leven zuur te maken, hadden ze al twee jaar onafgebroken gedaan, dus daar hadden ze ook al genoeg van gekregen. Maar deze nieuwe klas had ook gedacht dat ze September weer “normaal” konden pesten, met Vincent als hun aanvoerder voor de opmerkingen en de mascotte voor de motivatie.
Eigenlijk was het best een triest jochie, besloot September, als je zo onzeker ben dat je anderen hun winterjas af moet nemen, is het wel heel erg met je gesteld.
September begon te bedenken wat ze hem allemaal kon flikken. Ze had hem al een keer bijna laten schorsen toen ze hem eerst kwaad had gemaakt en toen zichzelf van de trap had gegooid, als zijnde dat hij dat had gedaan. Ze had de “sympathie” van de leraren kunnen winnen, door vol te houden dat het geen pijn deed—wat het ook niet deed—en dat het haar eigen schuld was—wat het ook eigenlijk was. En zoals September wel had verwacht, waren er van die ramptoeristen met overactieve fantasiewerelden die bij hoog en laag beweerde dat ze Vincent haar van de trap hadden zien duwen. De strafzaak was al snel bepaalt binnen de muren van de school. Gelukkig hadden ze in deze zaak geen jury, maar een rechter die de straf bepaalde: De coördinator van de bovenbouw had Vincent voor slechts twee dagen geschorst.
Tijdens het lopen bedacht September de meest uiteenlopende plannen, van realistische tot totaal onmogelijke plannen. Ze besloot een van de ideeën te bewaren en stopte met denken over manieren om Vincent het leven zo zuur mogelijk te maken.
De normaal grijze straten zagen nu rood van het onopgeruimde vuurwerk. September trapte tegen een vierkante doos aan die klam begon te worden in de mist.
De mist had het vuurwerk afsteken veel gevaarlijker gemaakt, maar aan de andere kant ook wel weer veel mooier. Wanneer het vuurwerk afging zag je alleen een gekleurde regen in een zee van wit. Het was er ook een stuk avontuurlijk op geworden.
Her en der stonden nog groepjes jongeren die teveel rotjes hadden ingeslagen en besloten hadden deze diezelfde avond nog op te maken. Zodra September iets zag bewegen, sprong ze weg en soms sprintte ze een stukje wanneer ze dacht dat dat veiliger was.
Zoals verwacht koste het September bijna een uur om thuis te komen. Het huis was al donker, behalve het lichtje naast de deur en die aan weerszijde van de poort, verder was alles zwart. De deuren van de schuur stonden nog open, wat September in eerste instantie liet denken dat er nog mensen waren, maar toen ze doorkreeg dat de poorten dicht waren, begreep ze waarom. Eigenlijk zou ze nu moeten bellen, maar sinds haar beide ouders waarschijnlijk al zouden slapen, zou dat niet veel zin hebben. September had zich net omgedraaid en twijfelde even of ze nog over her hek kon klimmen zoals ze vroeger wel eens deed. Als ze huisarrest had gekregen, of midden in de nacht zin had om erop uit te gaan, zou het te veel opvallen als ze vrolijk door het hek naar buiten zou lopen, sinds de grote, zwarte, massieve hekken alleen vanbinnen uit open konden worden gedaan. Aan de zijkant wist ze een plekje in de bakstenen muur waar een paar stenen uitstaken en ze zo omhoog en omlaag kon klimmen, aan de binnenkant van het huis gebruikte ze hier de klimop voor.
Ze wilde net kijken of de muur nog te bereiken was toen ineens iemand in de lichtkring stapte aan de andere kant van de poort.
‘Daar ben je,’ zei haar vader kalm, ‘we waren je zoek.’
‘Jullie gingen vast dood van ongerustheid.’
‘Eigenlijk wel een beetje, ja. Maar je bent er weer en ik wist dat als je ergens zou blijven slapen, je ons zou bellen.’ Hij zei het op een toon dat September een schuldgevoel bezorgde, alleen haar vader kon haar zich schuldig laten voelen zonder dat ze ook maar iets verkeert had gedaan, hij was überhaupt de enige die haar schuld kon laten voelen.
‘Doe je de poort voor me open?’
Haar vader knikte, ‘Kom je dan nog even met me door de tuin lopen?’
‘Zoals vroeger?’
‘Zoals vroeger.’
‘Het is tien voor half vier.’
‘Ja, en?’
‘Waarom lig jij niet in bed, of zo?!’
‘Gaan we nu de rollen omdraaien? Ik ben degene die dat aan
jou moet vragen.’
‘Doe dat dan! Ga me niet vragen of ik met je wil gaan wandelen!’
‘Waarom doe je zo vijandig, September? Ik wil alleen maar aardig doen, ik zie je zo weinig.’
‘Moet je vaker thuis komen.’
‘Ik moet werken zodat er brood op de plank komt.’
‘Of kleren in me moeders kast,’ schamperde September.
‘Ik wil je gewoon weer leren kennen, dat het weer gezellig tussen ons wordt, net als vroeger.’
‘Nou, je aanpak zuigt!’
Het was even stil. Zonder wat te zeggen draaide René zich om en liep naar binnen. September draaide weg en liet zich met haar rug tegen de stenen pilaar naast het hek vallen. Ze kneep haar ogen dicht en probeerde haar tranen te bedwingen. Bijna altijd kwam hij thuis, lang nadat de kleine September naar bed moest. Als ze een rotdag had gehad, hield ze zich wakker en liep op haar vader af, zodra hij bij haar kwam kijken, wat hij toen nog iedere dag deed zodra hij thuis kwam. Hij troostte haar dan en vertelde over de zaak die hij nu weer probeerde te winnen. Hij vertelde altijd hoe het begon en verliep, maar zeer zelden hoorde ze het vonnis. Vaak bedacht ze die zelf, in haar hoofd won haar vader altijd, want hij was zo goed. Hij kon zo geduldig luisteren en zo duidelijk zijn punt uitleggen, wie zou daar nou niet voor zwichten?
Het begon bergafwaarts te gaan toen ze haar probleem met James kwam vertellen bij hem, meer dan drie jaar na het was begonnen en dik een jaar nadat ze het aan haar moeder had verteld, die haar op het hart had gedrukt dat ze zulke lelijke dingen nooit aan iemand mocht vertellen.
Hij had geopperd dat James nooit iemand pijn zou doen en zeker haar niet, zijn favoriete speelkameraadje en de dochter van zijn beste vriend.
Toen hij rond die tijd ook steeds vaker en langer op zijn werk bleef, vanwege de ontelbare affaires die hij had met zijn secretaresses, begon er een wig te ontstaan in de hechte band en nog geen jaar later was September net zo erg van hem vervreemd als van de rest van de wereld.
De poort ging geruisloos open en het enige dat de stilte verbrak waren de grote kiezels die knarste onder Septembers voeten.
Haar vader zag of hoorde ze niet meer, die zat waarschijnlijk met een sterke drank in een mooi versiert, diamanten glas en een veel te dure sigaar in de woonkamer voor zich uit te staren.
September drukte op de knop en liep direct naar boven, zonder welterusten of sorry te zeggen tegen haar vader. Niet dat September zich ooit ergens voor verontschuldigde. Toen ze in haar kamer kwam, zag ze nog net hoe het hek zich volledig sloot. Tegen die tijd kon het haar ook allemaal geen reet meer schelen, ze zakte op de grond en liet haar vuisten hard op de grond neerkomen. Haar donkerrode kleed werd nog donkerder toen de tranen zich tot een vochtige plek vormde. Ze zakte door haar ellebogen en raakte met haar voorhoofd het kleed aan, nog steeds huilend.
Woest trok ze haar schoen uit en haalde het lichtblauwe dingetje onder de zool vandaan. De schoen slingerde ze weg en zo ook het lichtblauwe ding. Ze duwde het mesje met haar duim krampachtig tegen de zijkant van haar gebogen wijsvinger. Terwijl de tranen nog geruisloos over haar wangen liepen, keek ze naar de reflectie van het mesje. Er zaten vlekken op, dit omdat September nooit haar mesje wilde schoonmaken wanneer ze klaar was. Ze wilde naar het mesje kunnen kijken en de verkleurde bloedvlekken kunnen zien, denkend en wetend wat ze zichzelf aan deed.
Als ze later ooit naar haar lichaam zou kijken zou ze wellicht spijt kunnen hebben van wat ze zich destijds had aangedaan. Hoe je het ook went of keert, ze zou in een bikini of andere “blote” kleren kunnen lopen.
Maar September dacht nooit aan later, ze dacht nooit dat ze ouder zou worden dan ... nou, ze plande niet verder dan tot morgen. En dat alleen als haar ouders op vakantie waren of anderszins voor een tijdje niet thuis zouden komen. En zelfs dan dacht ze nooit ver genoeg vooruit, met als gevolg dat ze meestal zonder eten zat. Of bedorven melk. Wat ze na haar leven na school wilden doen wist ze niet. Ze wist alleen maar dat ze wilde auditeren voor Julliard, een school voor kunsten in Amerika. Haar plannen kwamen nooit verder dan “dit huis achter me laten en nooit meer terug komen”. Nooit meer haar moeder die zeurde om de een of de andere onbelangrijke zaak. Nooit meer haar vader met zijn mooie ogen die haar boos, verdrietig of verontwaardigd aankeek. Nooit meer James. Nooit meer deze kamer, die zoveel verrotte dingen had gezien. Die met haar mee was gegroeid en die een vervelende plek om te zijn was geworden, een plek die haar te veel aan vervelende gebeurtenissen deed denken, maar die tegelijkertijd een vluchthaven voor haar geworden was. Hier had ze verschrikking gezien, hier was ze getraumatiseerd, hier was ze verwoest en hier had ze de dood in de ogen gekeken. Hier was geruzied en hier was gescholden.
Met heel veel moeite had ze zich naar haar bed gewerkt, nog steeds zonder geluid te maken; niemand mocht haar zo zien. Dan zou ze weer medelijden krijgen en dat soort dingen was ze meer dan zat.
Ze drukte met alle macht het mesje in arm, maar ze bewoog het niet. Enkel de druk ervan zorgde er al voor dat haar huid zich rond het mesje vormde. Pijn deed het niet. Nog niet.
Nu ze op reguliere basis met mensen omging, was het misschien des te verstandiger om niet meer op haar armen te gaan. Als Emiely het zou merken zou binnen tien minuten de hele school het weten. Wat? De hele wereld zou ervan op de hoogte zijn!
Ze rukte haar riem open, deed haar broek naar beneden, strekte haar arm omhoog en liet deze weer vallen. Het mesje spleet de huid op haar dijbeen uiteen zoals Moses ooit bij de Rode Zee deed. Direct begon het bloed te stromen en even dacht September dat ze een slagader had geraakt, maar zoveel geluk zou ze nooit hebben.
Binnen een minuut liep er een streep bloed over haar been naar beneden, waar het op het tapijt drupte. Ze trapte haar broek en sokken uit en ging staan, zodat het bloed nu over haar knie naar haar enkel gleed. September begon te draaien en te keren, haar been in de lucht te houden en haar been in de lucht te draaien, zodat het bloed over heel haar been sporen had getrokken. September, beseffend hoe macaber en morbide dit eruit zag maar het bloed inmiddels niet meer als haar bloed zag, zette haar been tegen haar bureau en begon de strepen die het bloed had getrokken met haar mes over te trekken.


1 januari 2008                                                      te veel

Ik denk niet dat ik dit nog veel langer trek. Ik wordt hier zoo ongelovelijk gek van, van alles! gewoon alles! dat hele gezeik met James heeft me hele godvergeten leven vergalt ... want dat is het ... door God vergeten, mijn leven is door God vergeten. Hij was te druk met het leven te perfectioneren van mesen als Emiely en Gavin. Die hebben werkelijk alles! Alles! Ze worden geloofd, ze hebben een klein maar mooi huis, ze zijn gelukkig en boven alles, ze zijn nóóit alleen. Ze hebben altijd elkaar nog.
God, wat haat ik die lui


Boos smeet September haar dagboek door de kamer. Van binnen wist ze dat ze loog, Emiely en Gavin waren net een jaar geleden hun moeder verloren, maar dan nog! Binnen één jaar had September iedereen verloren. En zoals het woord "iedereen" al aanduid had September niemand meer! Helemaal niemand! Nog steeds niet! Maar ze konden allemaal de graf-tering genieten, ze wílde niet eens iemand meer!
'Ik wil niemand meer,' mompelde September. Ze was inmiddels in haar muziekkamer aanbeland, waar ze op de grond was gaan liggen, met haar gezicht omlaag, haar neus en voorhoofd tegen het koude zeil gedrukt. Ze bleef de woorden herhalen, alsof ze zichzelf overtuigde, wat ze misschien, stiekem en onbewust ook wel deed.
'Ik wil niemand meer, niemand. Helemaal niemand. Ze sterven er ... maar ... in ... ik wil ... niemand ...'

Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Do you want your own website too?
Register for free