14 december 2007 Sleur
Opstaan, toilet maken, aankleden, school, huiswerk, verveling, muziek maken, omkleden, slapen.
In die volgorde.
Iedere dag.
Ik haaaaaaat sleur en het rotte is: het valt niet te doorbreken, niet door mij in ieder geval. Niet dat het ooit door iemand anders verbroken zal worden, er is niemand om dat te doen.
Want ik, ik ben alleen.
Halverwege het derde uur kwam September de klas binnen gesjokt. Voor haar stond de onderdirecteur, samen met twee mensen van haar leeftijd.
‘Wat ben je laat, September.’ Stelde de onderdirecteur vast. Zonder te antwoorden, slofte September naar haar plekje voor in de klas en ging op de lege stoel tegen de muur zitten. Haar voeten legde ze op de lege stel naast haar en ze smeet haar tas op de derde lege stoel. ‘Waar was ik?’ Begon de onderdirecteur, na September even afwachtend te hebben nagekeken. ‘Oh ja, jullie twee kunnen daar gaan zitten, ik zie nog twee vrije plekken naast September, die ik dadelijk even wil spreken.’ September zuchtte, die wilde natuurlijk weten waar ze de eerste twee uur was geweest of waarom ze voor de derde dag op rij haar vierkante rooster had gemist—ze moest zich om acht uur melden bij de conciërge en dan moest ze zich om vier uur weer melden, maar acht uur was nou eenmaal te vroeg, ze had al moeite met kwart over acht. Ze voelde hoe iemand op haar voeten ging zetten en ze merkte half dat haar tas naast haar werd gezet, ze keek de onderdirecteur enkel doods aan. Toen knikte ze langzaam. De man zuchtte, draaide zich om en leek enigszins opgelucht te zijn dat hij kon ontsnappen aan de compleet emotieloze blik van de tiener. Ze voelde iets tegen haar schouder tikken, ze draaide haar hoofd abrupt om keek met dezelfde blik naar een van de twee—waarschijnlijk—nieuwe leerlingen, alleen kantelde ze haar hoofd nu lichtelijk zodat ze onder haar wenkbrauwen door keek. Het meisje leek enigszins geïntimideerd door de dodelijke blik. Het meisje had donkerblond stijl haar, donkerbruine ogen en was waarschijnlijk iets kleiner dan September.
‘Wat?’ Zei September met een stem waar geen enkele emotie in te horen wat.
‘Wiet jij waarg we zeejn?’ Zei ze, met een sterk Brabants accent
‘In Maassluis?’
‘Nee, in het boek.’ September haalde haar schouders op en begon doelloos wat gitaartjes te tekenen op de eerste lege pagina in haar schrift. De mond van het meisje vormde een perfecte “o” en ze draaide zich om naar haar nieuwe medestudent, die zijn schouders ophaalde. De rest van de les besteedde September aan het bestaren van de twee nieuwe en het tekenen van gitaren in haar schrift.
‘Waarg gha je heen?’ Vroeg het meisje geïnteresseerd toen de les was afgelopen en September, zonder wat te zeggen het lokaal was uitgelopen.
‘Hendriks.’ Mompelde September.
‘Wie?’ Verbaast keek het meisje de jongen aan.
‘De onderdirecteur die me net wilde spreken?’ Zei September op een betweterig toontje.
‘Oh, die.’ Herinnerde het meisje zich en vrolijk wandelde ze achter September aan, de trap af, langs de zitplek van de fop-emo’s, voorbij de aula richting het leraren/administratie gedeelte. Ze klopte twee keer op de deur en hoorde een dof “binnen”.
‘U wilde me spreken?’ Zei September emotieloos tegen de onderdirecteur.
De man leek even na te denken, ‘ja, klopt. Waar was het.’ Hij ging op zoek naar iets dat ergens op het overvolle bureau lag. Wonder boven wonder vond hij het nog ook. ‘Je was gister ziek?’
‘Klopt.’
‘En héb je al een absentiebriefje ingeleverd?’
‘Nee.’
‘Waarom niet, als ik vragen mag.’
‘Vergeten.’ September haalde haar schouders op.
‘Heb je hem morgen bij je?’
‘Misschien wel, als ik het niet vergeet.’
‘Dan zou ik het maar niet vergeten, anders wordt je ongeoorloofd afwezig verklaard.’ Hij liet het klinken alsof we op weg waren naar de rechtzaal.
September haalde weer haar schouders op, ‘oké. Kan ik gaan?’ De onderdirecteur knikte en kreeg toen de twee nieuwe in het oog in het oog, die bij de deur stonden te wachten. Hij stond op en was gelijk enthousiast.
‘Ik zie dat jullie al een vriendin hebben gemaakt! Goed zo! En beviel het eerste uurtje hier jullie?’ De twee knikte. ‘En hebben jullie al een rondleiding door de school gekregen.’ September liet haar hoofd in haar hand vallen en zuchtte, ze voelde de bui al hangen. De twee schudde nee. ‘Oh, maar dat wil September wel even doen toch.’
‘’Tuurlijk!’ Zei September sarcastisch, terwijl ze haar hand liet vallen en neerbuigend naar een plastic plant keek in de hoek van het kantoor. Ze bedacht wat en keek de leraar geringschattend aan. ‘Hoef ik dan morgen geen briefje in te leveren.’
‘Niet zo zeuren, September, jullie krijgen het komende uur vrij voor de rondleiding, maar wee je gebeente als ik je buiten zie roken.’ En hij schudde waarschuwend met zijn wijsvinger naar September, die allerminst onder de indruk was. ‘Ik wens jullie heel erg veel plezier!’ En bijna huppelend begeleide hij de drie leerlingen zijn kamertje uit en sloot de deur achter hen.
‘Ik háát overenthousiaste leraren, zeker als ze een hoge functie hebben.’ Mompelde September, ze besefte ineens dat ze de namen van de twee nog niet wist. ‘En jullie waren?’ De twee keken elkaar even aan toen keken ze weer naar September.
‘Ik ben de broer van m’n zus.’ Zei de jongen.
‘En ik ben m’n broer z’n zus.’ Zei het meisje.
Even dacht September hierover na, ze snapte niet waar het antwoord op sloeg en besloot het er maar bij te laten zitten: ‘Daar zit zoveel logica in, daar ga ik niet eens tegen in probéren te gaan.’
De twee giechelde, althans zij giechelde, hij grijnsde slechts breed.
‘Weej zeejn Gávin en Eemielie van derg Booghaargt.’ Zei het meisje toen, ‘Gavin mat een Ghee en Emiely met ie-eej, weej zijn een twee-eiige tweeling en we koemen uit een gat in de buurgt van Eindhoven.’
Even was het stil. ‘Kom we gaan een rondleiding doen.’ Besloot September, zonder zichzelf voor te stellen of commentaar te geven op Emiely.
September besloot dat de twee zich het meest thuis zouden voelen in het groepje waar September het meest zat, dat groepje bevatte eigenlijk alles dat niet door andere groepen werd geaccepteerd. In het groepje zaten gothics, emo’s, skaters, mensen die te verlegen waren om bij een groep te komen, bruggers die erg klein waren, leerlingen die erg dik waren, of juist heel lang, of die sliste, kortom: het uitschot van de maatschappij binnen de schoolmuren werd met open armen ontvangen in het groepje waar September bij zat, of misschien was dat ook wel de reden dat September dáár het meest zat.
September vertelde wat over het groepje dat in de gang zat, toen liepen ze de aula in. Daar kon September weinig over vertellen, haar kluisje, de snoep- koffie- frisdrank- en soepautomaten stonden daar en verder had ze geen reden er ooit te zijn. Tijdens de pauzes zat heel de aula van onder tot boven vol met sletjes en toekomstige pooiers.
‘Afrader dus.’ Concludeerde September.
‘En wát waren “breezers”?’ Vroeg Gavin.
‘Breezers? Ga me nou niet vertellen dat je ze niet kent?! Heel de klas zit er vol mee! Op een enkeling na dan.’ Het kwartje leek nog niet te vallen, ‘breezers? Breezersletjes?’
‘Oh dat!’ Lachte Gavin. ‘Net als Anita.’ En hij stootte Emiely aan, die mee lachte.
‘Wie is Anita?’ Vroeg September dit keer.
‘Een breezer van onze vorige school.’ Giechelde Emiely. September trok een wenkbrauw op en besloot het er maar bij te laten.
‘We gaan verder.’ Ze liep door de uitgang die eigenlijk enkel als nooddeuren gebruikt mochten worden, maar niemand besteedde er ook maar enige aandacht aan, het enige verschil was dat je de ruimte veertig meter verder verliet en aan de andere kant van de toiletten uitkwam. ‘Hier zitten we in het precieze deel van de school. Hier wordt aardrijkskunde, wiskunde, economie, Management en Organisatie—kort gezegd M&O—en geschiedenis gegeven. Ook worden hier de decaangesprekken gehouden en kan je hier kluisje Z1 tot en met Z90 vinden.’ Ratelde September, die besloot dat ze té veel tijd besteedde aan doelloos door de school wandelen. Ze liep rustig door de gang en wees naar de kluisjes.
‘Wat zijn decaangesprekken?’ Vroeg Gavin, druk om zich geen kijkend, proberend zoveel mogelijk te onthouden.
‘Gesprekken over wat je ná deze school wil gaan doen.’
‘Als vervolgstudie.’
‘Precies.’ Ze kwamen aan bij het eind van de gang. ‘Hier heb je nog eens vier wc’s, aan het begin van de gang, dáár zo,’ en ze gebaarde met haar hele arm naar de wc’s aan het begin van de gang. ‘Heb je meer wc’s, ik weet dat er zes zijn voor de meiden, voor de jongens weet ik niet, daar kom ik niet zo vaak, maar ik gok hetzelfde. Zo gaat het op iedere verdieping. Er zijn altijd een stuk of tien, twaalf aan het begin van de gang—dus aan díé kant, dat noemen we de voorkant, of het begin van de gang—en dan nog vier wc’s aan deze kant van de gang—het einde of de achterkant van de gang. We gaan hier de trap op.’ En ze voegde de daad bij het woord en ging de tweeling voor naar de tweede verdieping.
‘Dit is de zogehete talenvleugel, ook al is het een hele verdieping. Hier wordt Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans, Latijn en filosofie gegeven.’ Voor September had omgekeken wist ze dat de tweeling vreemd op keek. ‘Ja, ik weet niet waarom filosofie hier wordt gegeven.’ Zei ze vertwijfeld. ‘En natuurlijk kan je hier kluisje 421 tot en met 480 vinden, wat er met 0 tot en met 300 is gebeurd, weet ik niet, maar ik kan ze niet vinden.’ Beantwoorde ze de onuitgesproken vraag. ‘Aan het eind van de gang zit de coördinatrice van de onderbouw—dat is klas 1 tot en met 3—niks belangrijks voor ons dus. Maar daar zit ook de coördinator van de bovenbouw—klas 4, 5 en vwo6—en dat is de man met wie je net sprak.’ Ze greep naar de reling van de volgende trap, ‘en weer de trap op.’
‘Maar wacht, als hij op deze verdieping zit, wat deed hij net daar beneden dan?’ Merkte Emiely op.
‘Dat was de administratie, het kamertje ernaast is de … weet je wat, daar gaan we zo heen.’ Kapte September het gesprek af, geen zin hebbend in een moeilijke uitleg, als het ook makkelijk kon. ‘Op deze verdieping worden de “praktijkvakken” gedaan. Zoals scheikunde, natuurkunde, biologie, informatica en je kan hier ook de mediatheek/bibliotheek, het praktijklokaal en de stilte ruimte vinden. Dit hebben ze heel slim ingedeeld, want de stilte ruimte zit tussen het praktijk- en het computerlokaal in. Ik denk dat het overbodig is om te vertellen dat díé twee lokalen de meeste herrie veroorzaken, na de aula.’ De tweeling knikte begrijpend. ‘De stilteruimte is klein en heerlijk als je moet leren of gewoon even wil lezen of zo. Verder zit hier ook meneer de directeur belangrijk te doen. Dus als je bij de directeur moet komen, moet je dus al die fucking trappen op om te kijken wat hij nu weer te zwetsen heeft.’ Meer zeggend dan dat ze in een heel jaar tegen één persoon had gezegd, liep September door de gang, op de voet gevolgd door Emiely en Gavin. ‘En dan gaan we hier de trap weer af.’ En met een rotvaart en met nog méér herrie denderde September de trap af en was binnen dertig seconde alle 43 treden afgedreund. De tweeling volgde behoedzaam en werd opgewacht door September die inmiddels al bij de ingang stonden van de “lerarengang”.
‘Zoals gezegd, zit hier de administratie,’ ze wees op een kantoortje dat aan alle kanten ramen had, zodat je werkelijk iedere vierkante centimeter van de ruimte kon zien, ‘en hier hebben we de absentenadministratie.’
‘De watte?’ Vroeg Emiely.
‘Het hol van Eva Braun.’ Zei September terloops.
‘Is dat niet de vrouw van Hitler?’ Merkte Gavin op.
‘Klopt. Deze vrouw is net zo’n verrader. Zij is degene bij wie je je moet komen verantwoorden als je een uur niet in je les was geweest, om wat voor reden dan ook.’ De tweeling knikte begrijpend.
‘Dan vind ik het nog steeds een beetje heftig hoor. Ik bedoel … zo slecht kan ze niet zijn?’
‘Daar kom je nog wel achter.’
‘Ik denk het niet, Emiely’s hart is te zwak voor spijbelen.’ Lachte Gavin.
‘Oh, wacht dan maar tot je de geestdodende aardrijkskunde lessen hebt gehad van Smits.’
‘Wie is dat?’
‘Aardrijkskundeleraar, dâh!’ Riep September hard op een nasale toon die midden hield tussen de stem van de economieleraar en een geestelijk gehandicapte—al zag September geen verschil. Emiely maakte een gebaar dat aangaf dat het inderdaad een beetje voor de hand liggende vraag was geweest en keek naar het lokaaltje helemaal achterin, waar matglazen ramen in zaten.
‘En wat is dat daar?’
‘Dat is de leraarkamer.’
‘Hip.’ Mompelde Emiely ongeïnteresseerd.
‘Enorm.’ Mompelde September sarcastisch terug.
‘Waar gaan we nu heen?’
‘Waar wíl je heen?’
‘Meer school zien?’
September keek Gavin neerbuigend aan. ‘Meer school is er niet. Vind je het niet genoeg?’ Langzaam begon ze door school te lopen, gevolgd door de tweeling. ‘Weet je hoe kut het is als je eerst economie hebt en dan ineens biologie? Dan moet je álle trappen op. Neem je de trappen aan deze kant van de gang, heb je er 43, twintig per verdieping en nog drie als nutteloos opstapje, maar al neem je de trap aan het eind van de gang dan heb je er slechts 24, maar die treden zijn ook hoger.’ Murmelde September zonder dat ze er eigenlijk ook maar iets mee bedoelde, ze lulde over niks tot ze in de mediatheek waren aangekomen. September startte een computer op en logde in op haar leerlingenaccount. ‘Hebben jullie al een account?’
De tweeling schudde hun hoofd. ‘Moet je bij hém,’ en September wees op een kalende man met een bril achter een balie, die naar een computerscherm zat te kijken met een gezicht alsof hij moest zat te poepen, ‘zijn, hij gaat over deze zooi hier, hij bliebt je boeken af, als je een boek wilt lenen en via een of ander achterlijk programmaatje kan hij precies zien wie wat zit te doen, dus wee je gebeente als je spelletjes speelt.’ Behendig tikte September de URL in van de schoolsite en wachtte tot de site eindelijk geladen was. ‘Hier,’ en ze ging met haar muis op het woordje “organisatie” boven in de menubalk staan, ‘kan je de roosters vinden, je klikt erop, dan heb je hier,’ en ze bewoog cirkeltjes om een klein kalendertje heen, ‘de roosterwijzigingen en hierboven zie je roosters en dan kijken jullie bij havo bovenbouw, de roosters staan gesorteerd op leerlingennummer. Weten jullie je leerlingennummer?’
‘Ja,’ Begon Gavin denkend, ‘geloof ik … het begon met dubbel nul en dan een vier.’
Met een sarcastische blik klikte September op “Havo bovenbouw” en een tabel met ongeveer tweehonderd leerlingennummers verscheen. ‘Het begint altíjd met dubbel nul vier.’ Mompelde September droog, ‘althans, wel de leerlingennummers van mensen die in 1991 zijn geboren, daarom begint de mijne met een vijf.’
‘Was dat sarcastisch?’ Vroeg Gavin voorzichtig, Emiely was inmiddels bij de boeken gaan kijken.
‘Nee, ik ben gewoon geboren in 1990.’
‘Hoe weet je dat we uit 91 komen?’
‘Je zei net dat het begon met dubbel nul vier.’ Gavin besloot deze discussie af te kappen en werd gered door zijn zusje, die vrolijk huppelend kwam aanzetten met een stel cd’s.
‘Gavin! Kijk!’
‘Jonge dame, voorzichtig met die cd’s!’ Waarschuwde de mediathecaris.
‘Sorry meneer!’ Riep Emiely terug.
‘Niet schreeuwen!’ Snauwde meneer.
‘Oh … sorry.’ Fluisterde Emiely en ze wende zich weer tot Gavin, ‘Kijk, ze hebben Wierook en Tranen als luisterboek!’
‘Joepie.’ Mompelde September.
‘Nou, als je het niet erg vind, is dat een boek dat Emiely al heel lang wil lezen, maar niet van lezen houd.’ ‘Waarom wil ze het lezen dan.’
‘Laat maar!’ Zuchtte Gavin verveelt. Aan de ene kant irriteerde hij zich enorm aan het meisje, maar aan de andere kant vond hij haar ook onverklaarbaar interessant. Een subtiele bel gaf aan dat de les was afgelopen.
‘Weet je wat je hebt en waar?’ Vroeg September behulpzaam aan de tweeling. Niet dat ze echt wilde helpen, ze wilde gewoon van de twee af en terug naar huis, ze was uit.
‘Aardrijkskunde?’ Vroeg de tweeling in koor aan elkaar. Ze lachte, haakte hun pinken in elkaar, bewogen ze even heen en weer en lieten toen weer los.
September bekeek dit met een opgetrokken wenkbrauw en een onverklaarbaar ongemakkelijk gevoel in haar maag. ‘Ik breng jullie wel naar het lokaal.’ Mompelde September. Ze was de enige in haar klas die geen aardrijkskunde had en eigenlijk moest ze dus in 4a zitten, maar dan zou ze met Vincent in één klas zitten en na vijf dagen en zeventien klachten van leraren, waren de twee van elkaar weggehaald, omdat ze de les verstoorde met hun constante gescheld op elkaar. Alleen de economieleraar en de geschiedenisleraar hadden geen last gehad en dat waren dus nog de enige twee vakken die ze samen hadden, al waren ze heel strategisch uit elkaar gezet; Vincent bij de deur rechts voorin en September bij het raam links achterin.
Toen ze de tweeling had gedumpt bij het lokaal, had ze haar jas gepakt en deze aangetrokken. Op dat moment klonk er een scheurend geluid en scheurde de hele jas in tweeën! Van achter haar hoorde ze gelag. Ze draaide zich boos om en keek vernietigend in de blauwgroene ogen van Vincent.
‘Wáár sloeg dat nou op?!’ Riep September uit. Het liefst ging ze een ruzie met Vincent uit de weg, aangezien hij de hele school achter zich had en zij helemaal alleen stond. Vincent zei niks, hij grijnsde alleen als een of andere gehandicapte gorilla. September keek hem dodelijk aan, smeet haar kapotte zwarte winterjas op de grond, slingerde haar tas over haar schouder en liep de school uit. Hard scheldend op Vincent sprong September op haar fiets en reed hard weg terwijl de gure decemberwind door haar dunne vest blies.
Tijdens de vijftien minuten durende rit stak September zeven sigaretten op, rookte er vier op, liet zes kinderen onder de tien schrikken en vijf boven de tien door heel hard “monstergeluiden” te gaan maken als ze langs fietste, ze maakte verscheidene honden gek en reed bijna een oude vrouw aan voor ze eindelijk de oprijlaan van haar boerderij op reed. Nog steeds Vincent iedere bedenkbare ziekte toewensend, smeet ze haar fiets tegen de schuur en liep direct naar haar muziekkamer waar ze, haar gitaar omdeed alles aanzette en direct begon met spelen. In haar hoofd had ze al een hele riedel met hate-songs gemaakt, speciaal opgedragen aan Vincent. Na tien minuten kloten, deed ze wild haar gitaar af en gooide hem bijna op de grond, maar ze bedacht zich. Ze zette het ding rustig neer en besloot gewoon de hele riedel op de computer af te spelen. Gericht tikte ze juist díé titels in, die nu precies in haar stemming paste. Nach Dir Kommt Nichts, Bleed It Out, 10 Things I Hate About You, Fuck it, Was Würdest Du Tun en zo nog vele andere. Alles werd danig hard afgespeeld dat Septembers trommelvliezen begonnen te jeuken en als antwoord zette September de muziek nog harder. Ze was zo blij dat deze kamer geluidsdicht was, nu had ze tenminste geen zeurende ouders aan haar deur “of de muziek wat zachter mag”—niet dat ze haar ouders zou horen over de muziek heen. Septembers woede verdween, terwijl ze wild meespeelde op haar gitaar en langzaam zette ze haar gitaar weg en begon ze te spelen op de piano. Rustige liedjes, kalme liedjes, verschrikkelijke kijk-mij-eens-emo-zijn-liedjes, zoals Simple Plan en andere emo-liedjes. Zachtjes zong September mee. Ze speelde het simpele deuntje mee van Heaven’s Not Enough en ze zong zacht mee, terwijl haar hele wezen allang haar lichaam had verlaten en nu ergens tussen niks en nergens zweefde. Na drie uur voelde September het mesje bijna tegen haar vlees branden en ze haalde een klein plastic dingetje uit haar schoen. Eigenlijk had er een plastic spiegeltje in gezeten, zo klein als je oog, zodat je net even kon kijken of je make-up nog mooi zat, maar September had het spiegeltje los getrokken en kwijt geraakt in de oneindige diepte van de bergen rotzooi in haar kamer en in de plaats van het spiegeltje had ze haar mesje gelegd, zodat het niet bot zou worden, niet zou breken en haar niet zou kunnen raken op momenten dat ze het niet wilde. Ze maakte het smalle dingetje open, maakte haar vinger nat, drukte deze op het mesje en haalde het er zo uit. Langzaam liet ze het mesje over haar huid glijden, aan niets denkend en zich enkel concentrerend op het mesje. September had nooit veel last van pijn, maar ze was ook weer niet zo’n sadist dat ze de pas geheelde wonden op haar enkel opensneed, ze pijnigde zichzelf liever door het te laten helen en zichzelf te laten beseffen dat het geen pijn meer voelde in haar huid en nog wel onder haar huid, daar waar ze het niet weg kon nemen. Ineens duwde ze hard op het mesje en trok ermee een lange, diepe streep van haar schouder tot de rug van haar hand. De pijn vocht het lege, onverklaarbare gevoel weg en September hunkerde naar meer, zoals alleen een verslaafde naar meer kan hunkeren. Een tweede, kortere snee verscheen op haar hand, haar elleboog kreeg het te voorduren en van haar gehele onderarm bleef weinig huid over dat nog wel te zien was onder al het bloed, September wist niet of ze vijf wonden had gemaakt die erg bloedde of duizenden kleine sneetjes, die net volliepen met bloed. Zo te voelen zat ze met tien er niet ver vandaan, al vertrouwde September haar zenuwuiteinden inmiddels net zo veel als ze de mensheid vertrouwde. September keek naar haar arm, die langzaam verdween onder het druipende bloed. Langzaam begon ze het uit te wrijven. Het zweet dat in haar handpalmen stond en van haar voorhoofd op haar arm druppelde, brandde in de verse wonden en uiteindelijk kalmeerde September voldoende om naar de douche te lopen het bloed eraf te wassen.
‘September, het eten is—OMG!’ Lize stond ineens in Septembers kamer, zonder te kloppen, en had Septembers arm gezien voor September het kon bedekken.
‘Jezus Christus, omg is geen woord, het is een afkorting! Zeg dan tenminste “Oh My God!” Je laat het klinken of je drie willekeurige letters uitroept.’ September had sterk het idee dat Lize niet stond te luisteren.
‘Wat is er gebeurt met je arm?!’ September dat ze dit maar op één manier stil kon houden; met een ruk stond September naast haar stoel en liep dreigend op Lize af, die twintig centimeter langer was, maar desondanks angstig achteruit deinsde.
‘Als jij hier ook maar met één woord over rept tegen wie dan ook, ik zweer het je, ik zorg dat jouw hele leven eruitziet als mijn arm nu. Ik zal je zoveel aandoen, dat je iedere dag wenst dat je je muil had gehouden. Begrepen?’ Lize knikte, terwijl ze met haar rug tegen de muur gedrukt angstig naar beneden keek. Ze kende September niet persoonlijk—en wie wel?—en dat maakte dat ze September direct op haar woord geloofde. Beiden waren op de hoogte van de roddels die door de school vlogen en intensiever werden onthouden dan welk schoolboek dan ook. September wist dat de helft ervan niet klopte—zover zij wist had ze nog niet in de gevangenis gezeten, kon ze niet vliegen en ook niet toveren—maar wat Lize niet wist, deerde September niet. September trok een vest aan en liep naar beneden, Lize achterlaten met een hartslag van tweehonderd.
‘Goedenavond, September, ik heb je vandaag nog helemaal niet gezien.’ Zei Marjolein op een overgelukkige toon.
‘Kan kloppen.’ Was het droge antwoord. Op dat moment kwam Lize binnen met het eten.
‘Oh, September, waarom had je dat gister nou gedaan?’ Sprong Marjolein over op een ander onderwerp, alsof het een schande was om je dochter de hele dag nog niet gezien te hebben.
September, die wist waarom Marjolein van onderwerp was versprongen, haalde enkel haar schouders op.
‘Dank je, lieverd.’ Zei Marjolein tegen Lize met zo’n suikerzoete glimlach dat het glazuur van Septembers tanden dreigde weg te branden. ‘Nou, September? Waar blijft het excuus?’
Septembers ogen vernauwde zich, ‘Es tut mir sehr leid.’ Zei September met een zoveel overtuiging, dat het duidelijk nep was.
‘September!’ Klonk Marjoleins stem schril.
‘Wat?’
‘Dat is geen verontschuldiging!’
‘Waarom niet!’
‘In die taal is niks wat het zou zijn in een andere taal!’
‘Waarom nou weer niet!’
‘Die lui hebben ervoor gezorgd dat ik mijn opa niet heb gekend!’
‘Oh God, daar gáát ze weer.’ Mompelde September en ze ging achterover zitten.
‘Ja, dáár ga ik weer! Weet je wel niet wat een puin zij hebben gemaakt van Europa?!’
‘Mam, dat was freaking twee generaties terug! Ik hoor nooit iemand er nog over!’
‘Komt omdat die mensen allemaal zijn uitgemoord door die fascisten!’
‘Zo zijn ze niet allemaal!’
‘Oh nee? Stond Hitler alleen dan?!’
‘Die indoctrineerde de hele boel!’
‘En ze lieten zich nog overhalen ook.’ Zei Marjolein met een zachte stem, vol walging.
‘Wie was hier degene die haar dochter de initiale S.S. had gegeven?’
‘Dat had daar helemaal niks mee te maken!’
‘Mijn favoriete Duitse bands hebben ook niets met Hitler te maken!’
‘Dat is niet hetzelfde!’
‘Dat is het wel!’
‘Als je maar niet denkt dat ik je zou laten gaan als ze net zo wordt als zij!’
‘Ik ga naar boven, bekijk het maar met je eten, als er ineens wat legerofficieren staan met tanks die vertellen dat ze hun leider komen ophalen om Polen binnen te vallen, dan komen ze voor mij.’ Ze stond op en begon weer naar de trap te lopen.
Marjolein stond op en begon achter haar aan te lopen. ‘Dat is niet grappig!’
‘Bedoelde ik het dan zo?’
‘Je spot ermee!’ Riep Marjolein de trap op, waar September halverwege op bleef staan.
‘Helemaal niet.’
‘Jawel! En het is niet iets om mee te spotten, je weet niet hoe verschrikkelijk het was!’
‘Jij ook niet.’ Merkte September scherp op. Nu had ze haar moeder klem, als ze zou zeggen dat het wel zo was—wat een grove leugen zou zijn—zou ze toegeven dat ze oud was, maar anders zou ze moeten toegeven dat zij, Marjolein Storm, ongelijk had.
‘Naar je kamer!’
‘Waar. Dacht. Je. Dat ik naar op weg was?’ De eerste drie woorden benadrukte September door haar voet hard te laten neerkomen op de volgende traptrede en jogde vervolgens de laatste paar treden op en klonk er enkel nog het dichtslaan van een deur. Na vijf seconde klonk ineens keiharde muziek, die na een seconde weer wegviel en enkel het einde nog liet horen van Marjoleins nijdige gegil naar haar dochter, om de muziek zachter te zetten.
14 december 2007 corrupt
echt hè?! Mijn moeder is zo irritant, mevrouw denk alleen maar aan haar voorkomen en iedereen moet er aan meespelen, of ze nou willen of niet! Ik kan daar zo agressief van worden, iedere keer als ik mijn kamer uitkom moet ik beginnen met toneel spelen, waar ik pas mee mag stoppen als ik weer terug in die kamer ben.
Misschien vind ze het fijn als ik al begin met spelen ín m’n kamer, sinds Lize het wel hip vind om zo mijn kamer binnen te stormen en maar te verwachten dat ze me kan vertellen wat ze wil. Ze kan dood vallen. Ze kunnen allemaal dood vallen! Echt zo fucking corrupt. zo oneerlijk. Ze kunnen de tyfus krijgen.
Shit, die klote wond
Pissig keek September naar de lange streep op haar arm die net open was gescheurd en voorzichtjes aan weer was begonnen met bloeden.
‘Fijn,’ Zuchtte September sarcastisch en begon de wond te bette met een tissue. Het bloeden stopte niet en uiteindelijk gaf September het op en ging opzoek naar een pleister. Maar pleisters waren er natuurlijk niet in het huis, want iedereen hier was perfect; perfecte familie—die geen wondjes hadden—een perfecte huid—die geen wondjes noch littekens droegen—en perfecte wonden—die niet bloedde en direct heelde. September was zo verschrikkelijk klaar met het constante toneelstuk dat ze moest opvoeren. Uiteindelijk wist ze zich te herinneren aan een rol van twee meter verband dat ergens stof lag te vangen onder haar bed. Met haar goede arm graaide ze over de grond onder haar bed tot ze een klein rood plastic kistje vond, het werd aan beide zijde dicht gehouden door zwarte klemmen. Het was haar EHBO-kistje, terug in de tijd waar ze er nog iets om gaf hoe haar huid eruit zag, verzorgde September haar wonden altijd zo goed, dat je nooit meer wat zag van de wondjes. Ze had speciale pleisters die wonden sneller lieten genezen, ze had ontsmettingsmiddeltjes, gaasjes, papieren zakdoekjes, watten en zes meter verband, het stoffen verband dat ze nu zocht en “wegwerp” verband, dat je niet kon wassen en opnieuw gebruiken. September pakte een paar tissues en legde die over de wond, alvorens het verband er omheen te wikkelen. Haar arm was nu helemaal stijf en van muziek maken zou niks meer komen die avond. Ze besloot het een dag te noemen en ze liet zich voorover op haar bed vallen en vlak voor ze in een droomloze slaap viel, besefte ze dat ze al twee dagen niks had gegeten. Morgen beter, dacht ze, wie weet.