24 December 2007 Ik heb het geprobeerd
echt waar
Wanhopig ging September op het hekje zitten, het was net iets lager dan haar knieën maar ze kon zitten en dat had ze nodig. Ze legde haar polsen op haar knieën en begon weer nagellak van haar nagels te schrapen. Ze had haar zwarte trui aan en de capuchon diep over haar gezicht getrokken, het hielp niet veel; de regen liep nog steeds over haar gezicht. Ze besefte dat het niet enkel druppels water waren die over haar gezicht liepen, maar ook tranen. Ze liet haar hoofd in haar nek zakken en liet de stromende regen over haar gezicht lopen. ze liet haar hoofd weer hangen, legde haar ellebogen op haar knieën en sloeg haar handen ineen, zodat ze haar hoofd erop kon laten rusten.
Diep in gedachten verzonken zat ze daar een tijdje. Misschien een uur. Misschien de hele nacht. Misschien maar een minuut.
Ineens voelde ze een hand op haar schouder. Ze week uit met haar schouders en keerde deze haar degene die haar had benaderd en keek met grote ogen op naar de jongen plus hond onder de paraplu. In haar schrik had ze haar gewicht naar achter geplaatst en was met haar hand opzoek naar de stang, waar ze op kon leunen, maar ze kon deze niet vinden; ze verloor haar evenwicht en viel midden in de plas waar ze de hele tijd al met haar voeten in had gezeten. Ze had het niet eens door, ze draaide zich wild op haar rug en hief haar been op, klaar om te trappen als hij te dichtbij kwam
‘Rustig, joh. Gaat het?’ Vroeg hij.
‘Donder op.’
‘Hé, chill man, ik wil alleen helpen,’ zei hij, eerder bezorgt dan verontwaardigd. ‘wat doe je hier? Alleen.’ Hij keek even om zich heen, ‘in de regen?’ Voegde hij eraan toe.
‘Gaat je niks aan.’
‘Kom op z’n minst met me mee naar binnen, hier verzuip je nog,’ stelde hij voor en hij stak zijn hand naar haar uit. September keek achterdochtig naar het gezicht achter de hand; halflang donkerblond haar sierde het knappe gezicht van een jongen niet veel ouder dan zij, misschien een jaar of twee. Zijn donkere ogen waren bijna zwart en hij deed haar vaag aan iemand denken, maar ze kon zo snel even niet bedenken wie.
‘Waar gaan we dan heen.’
‘Eerst de hond uitlaten en dan woon ik daar,’ En hij draaide zijn schouders om en wees naar een huis twintig meter achter hem.
‘Hoe kan ik je vertrouwen?’ Vroeg September achterdochtig.
‘Je mag ook daar al aanbellen, ik kom zo wel, ik heb nog een zusje en een broertje die samen met mijn vader op mijn thuiskomst zitten te wachten.’
Uiteindelijk draaide September zich om en zette zich af in de plas om zich omhoog te helpen. Ze keek de jongen nog een keer aan die haar een plekje onder zijn plu aanbood. September besefte dat ze letterlijk droop van de regen en sloeg het aanbod af. ‘Gaan we anders eerst even naar mijn huis?’ Stelde hij vriendelijk voor. September keek even om zich een en schudde toen haar hoofd. Haar zwarte haar viel in slierten om haar gezicht. De jongen liep haar voorbij en ze liep hem achterna als een schuchtere pup. De kniehoge border collie kwam naast haar lopen, het haar van de hond begon al wat te plat te hangen in de regen. September gaf het beestje een aai over de bol en het beestje ging wat dichter naast haar lopen.
‘Wil je d’r vasthouden?’ September keek op en zag dat de jongen de riem naar haar toe hield. Ze pakte de leren riem aan en deed de lus om haar pols. Ze voelde dat de jongen naast haar kwam lopen, maar ze bleef stug naar de hond kijken. Ze maakte een korte ronde, September wist niet hoe het kon maar toen ze bij de deur aankwamen was ze zo mogelijk nóg natter, het water sopte in haar schoenen en de regendruppel liepen vanaf haar capuchon zo haar nek in.
‘Kom binnen,’ zei de jongen, die de deur voor haar open hield. September keek hem achterdochtig aan en bleef staan. de jongen zuchtte, deed de paraplu een paar keer open en dicht zodat de druppels alle kanten op vlogen—allemaal op September—en liep naar binnen, er was een kleine hal. ‘Ik ben thuis,’ riep hij, ‘en ik heb een verstekeling mee genomen.’
Een lange man met kort bruin haar en donkere ogen deed de deur open die waarschijnlijk naar de woonkamer leidde, ‘een verstekeling?’
‘Ja, ze was overboord waarschijnlijk geslagen en in de oneindige diepte van een plas beland.’
‘En nu laat je haar voor de deur staan?’ Vroeg de man sarcastisch.
‘Ze wil niet binnen komen,’ zei de jongen schouder ophalend.
‘Ze wil niet binnen komen?’ Vroeg de man, meer tegen haar dan tegen zijn zoon. September vroeg zich ineens af wat ze hier nog deed, waarom rende ze niet weg. Ze stond hier recht tegenover twéé mannen, die ze níét kende. Maar aan de andere kant, het zangerige accent van beide stelde haar gerust en maakte dat ze bleef staan. ‘Waarom kom je niet binnen?’ September keek de man alleen maar emotieloos aan, ‘ze zegt niet veel hè?’ Vroeg hij aan zijn zoon.
‘Ze heeft tot nu toe vier dingen tegen me gezegd en geen van alle waren al te vriendelijk.’
‘Waarom nam je haar dan mee?’ Vroeg de man, met duidelijke afkeuring in zijn stem.
‘Wat moest ik dan doen? Haar in de regen laten staan,’ even hield hij stil terwijl hij weer naar September keek, ‘mam had het ook gedaan,’ zei hij uiteindelijk zacht.
‘Nou, goed. Kom maar binnen dan,’ en de man wenkte om aan te geven dat ze verder moest komen.
De jongen liep gelijk de trap op naar boven en September stapte voorzichtig over de drempel en bleef op de deurmat staan druppelen. De man zag dit ook, achter zijn rug opende hij de deur en hing wat naar achteren, ‘liefje, wil jij eventjes wat drogen kleren gaan halen, Geoffrey heeft een nieuw vriendinnetje meegenomen en ze … eh,’ hij keek weer even naar Septembers natte broekspijpen, ‘druppelt,’ besloot hij.
Een opgewekte stem klonk uit de woonkamer, ‘een nieuw vriendinnetje, wie is—September?’ Riep het meisje ineens uit, bij het horen van haar naam keek September op van haar natte kleding en zag Emiely in de deur opening staan.
‘Ken jij haar?’ Vroeg de vader verbaast, ineens viel alles op zijn plek, Geoffrey had zoveel op Gavin geleken en het accent was de lichtere versie van Emiely. September kon zich niet voorstellen dat ze zich zo blij kon voelen bij het zien van Emiely of om het feit dat ze bij hun thúís was. Om een onverklaarbare reden schoot er een brok in Septembers keel en dat irriteerde haar heel erg.
‘Ja, zij is dat meisje die ons de school had laten zien en zo,’ zei Emiely, ‘wat doe jij hier nou?’ September haalde haar schouders op. ‘Ik dacht dat jullie thuis kerstavond zouden vieren met al die vrienden? Waarom ben je weggegaan.’
‘Ik wilde weg, oké?!’ Zei September ineens hard. Haar stem sloeg over zodat het nog heftiger klonk dan het bedoelt was, ‘sorry,’ verontschuldigde ze zich tegen over een geschokte vader en een Emiely die dat meer stond te kijken van de verontschuldiging dan van de uitval, ‘ik zeg het liever niet.’
Emiely knikte, ‘Kom je? Dan geef ik je wat kleren.’ Even stond September voor een dilemma, wilde ze nou als eerste de trap op of na Emiely, ze hield er niet van als iemand achter haar de trap opliep, maar om als laatste de trap op te gaan hield in de ze niet kon zien wat Vader v/d Boogaart deed. Ze verkoos Emiely over haar vader en ging Emiely voor de trap op. Boven gekomen stond September te kijken naar vier deuren, naast haar was de trap naar beneden en aan de andere kant de trap naar boven. ‘Dit is mijn kamer,’ zei Emiely en ze liep naar de kamer direct links van de trap, ‘ik heb de grootste kamer gekregen.’
‘Hoezo?’ Vroeg September, niet dat het haar interesseerde, maar het klonk beleeft.
‘Ik ben het enige meisje in het huis. En ik heb meer ruimte nodig om al mijn spullen kwijt te kunnen.’
En dat klopte. Tegen de want rechts van September stond een lichtroze tweepersoonsbed met aan iedere kant een wit nachttafeltje. Op het bed lag een zijde dekbedovertrek waar het playboylogo op was te zien. Aan de andere kant van de kamer was de muur één grote spiegel, recht tegenover de deur was een lage witte ladekast waar Emiely’s make-up op was uitgestald en waar waarschijnlijk nog meer make-up ín was gestopt. Er waren drie grote ramen, ieder met ervoor twee pastelroze gordijnen. De vloerbedekking was wit en er liepen banen van de spiegel tot de muur ertegenover in drie tinten roze. De muur tegenover September was lichtroze, de muur achter het bed was wit en de muur waar de deur zat was wit en roze, de kleuren werden gescheiden door nepbond, in een lichte kleur roze, dat in sierlijke banen over de muur liep. Dit pluizige bond sierde ook de randen van de nachtkastjes en op de planken bij het hoofd- en voeteneind van het bed lag er ook een lange strook met dit bond. Aan de andere kant van de deur stond een witte kledingkast waar mooie tekeningen waren gemaakt en waar Emiely een joggingbroek en een trui uithaalde. Toen September even omhoog keek zag ze dat op het witte plafond roze glow-in-the-dark sterren en rondjes waren geplakt.
Emiely zat op het bed te kijken terwijl September haar kamer bewonderde, ‘het is misschien een beetje zuurstok, hè?’
‘Nogal.’
‘Gavin had me weerhouden om de kamer roze, wit, paars en geel te verven.’
‘Way to go, Gavin,’ mompelde September.
‘Hè?’ Vroeg Emiely, die ging verder zonder op antwoord te wachten; ‘als je die druipende kleren nou eens uit trekt? Dan kan ik het in de droger gooien.’ September keek even naar de roze trui waar een paar sokken op lag van zwart fleece. Onder de trui lag een grijze joggingbroek. September twijfelde even, als die kleding van Emiely was, waren die kleren vast ook net zoals de andere kleren van Emiely; strak, skinny en nauw. ‘De broek is van Geoffrey geweest, hij had ‘m achtergelaten toen hij op kamers ging.’ September maakte een kleine beweging met haar hoofd die aangaf dat ze het begreep. Langzaam begon September haar doorwekte vest van haar armen te rollen, maar hield op bij haar ellebogen, als ze het vest nog verder uit zou doen, zou Emiely de korsten zien. Septembers keek Emiely aan, die scheen te begrijpen dat ze wat privacy wilde. Ze legde een bostel klaar en een handdoek.
‘Heb je nog droog ondergoed nodig,’ zei Emiely behulpzaam bij de deur, ‘dan ligt dat in deze deur.’ En ze legde haar vinger op de deur het dichtst bij de spiegel. September maakte weer een knik beweginkje met haar hoofd en Emiely sloot de deur achter zich.
Een kwartiertje later kwam September met vochtig, geborsteld haar en bijgewerkte make-up in haar onbekende kleding de woonkamer in lopen. De woonkamer was rommelig en vol. De tinten waren voornamelijk donker, de muren waren een mossige kleur groen, op de grond lag parket dat een vreemde donkere kleur paars was en de meubels waren donkerbruin en oud. De muur tegenover haar—een grote schuifdeur—gaf beeld op een mooie tuin die haar wat deed denken aan hun eigen “pronk” tuin, maar dan voller. Overal hingen kerstlichtjes in verschillende kleuren en de kerstboom hing vol met felgekleurde ballen en versiersels. Het was vol en donker, maar vreemd genoeg voelde het knusser en meer huiselijk aan dan hun eigen woonkamer die was ingesteld op de blonde schoonheid van September en haar moeder.
‘Oh, daar ben je,’ Geoffrey kwam de keuken uitlopen met vijf borden in zijn handen. September liep een paar stapjes richting Geoffrey en keek om het hoekje; ze zag Emiely een bakplaat met aardappeltjes uit de oven halen, vrolijk meezingend met de draaiende kerstmuziek, terwijl haar vader de groenten stond te snijden en Gavin het vlees, die opkeek en naar haar knipoogde. ‘September?’ Met een ruk keek September om, ‘chill, man,’ zei Geoffrey weer, ‘kan jij mij even helpen met dit fonduestel?’
September keek naar het ijzeren pannetje en naar de vreemde spatels waar Geoffrey op wees, ‘wat is dat?’ Vroeg ze, oprecht verbaast.
‘Een fonduestel? Dat weet je toch wel?’ Zei hij lacherig, maar toen hij Septembers uitdrukkingsloze gezicht zag, gleed zijn lach van zijn gezicht af. ‘Heb jij nog nooit gefondued?’ September schudde haar hoofd.
‘Echt niet?’ Vroeg Emiely verbaast, September keek haar aan zonder iets te zeggen, ‘oh,’ zei Emiely, nog al uit het veld geslagen, ‘wij doen het iedere kerstavond.’
‘En met Pasen,’ vulde Gavin aan.
‘En met oud en nieuw gaan we gourmetten.’ Vertelde Geoffrey, die September de prikkertjes gaf, ‘bij ieder bord één en als je even het bestek wilt verdelen, zou ik het leuk vinden.’
September, die uit een gezin kwam waarbij de gasten nooit iets hoefde te doen, pakte de staafjes aan zonder precies te weten wat nu haar opdracht was. Ze legde voorzichtig de prikkertjes naast de borden, aan de kant van de vorken, waarna ze het bestek klaarlegde, de vorken rechts, de messen links—met de scherpe kant naar binnen—en de kleine lepels boven de borden.
Ze was nog niet klaar of Gavin riep haar, ‘wil jij de sauzen even op de tafel zetten?’
‘Tuurlijk,’ mompelde September onthutst. Ze zette de hete pindasaus en de vele Calvé-sauzen op tafel en deed lepeltjes in de pindasaus en in de mayonaise. Geoffrey had het fonduestel in het midden van de tafel gezet en de stekker in het stopcontact gestoken. De vader riep haar weer, of ze eventjes Gavin en Emiely wilde helpen met de bordjes en schaaltjes vlees, groenten en aardappelkroketjes op de tafel zetten.
Toen alles klaar was, was de tafel zo volgepropt dat het September zou verbazen als niemand iets van de tafel zou stoten met zijn of haar elleboog. Ze bad dat zou die persoon niet zou zijn.
‘September, oh, pardon, ik heb me nog niet voorgesteld,’ De vader van de tweeling stak zijn hand naar haar uit die ze timide aannam, ‘ik ben Eric, de vader van Geoffrey, Gavin en Emiely.’
‘Aangenaam, ik ben September Storm, ik zit bij uw zoon en dochter in de klas,’ dreunde September op, zoals het haar geleerd was.
‘Dat had ik gehoord,’ zei de vader van de tweeling glimlachend, ‘als jij nou hier gaat zitten, naast Emiely.’ September ging zitten met Emiely aan haar zij, Geoffrey tegenover haar en een muur naast haar.
‘Wie wil een woordje zeggen,’ vroeg Eric, terwijl hij zijn handen ineen vouwde. Iedereen deed hetzelfde en September legde haar gevouwen handen op haar schoot en keek naar haar bord, zoals haar moeder haar had geleerd.
‘Ik wel,’ stelde Emiely voor. September keek even verbaast op, ze was gewend dat de gastheer of –vrouw voorging in het gebed—als er gebeden werd dan. ‘Ik dank voor dit eten en dat onze nieuwe vriendin September hier bij ons aan tafel mag zitten. Ik wens ons mam ook een gelukkige kerst toe.’
‘Gavin?’
‘Ik dank ook voor het eten en ik hoop dat September het hier bij ons gezellig vind. Mama, we houden van je. Prettig kerstfeest daar in de verte.’
Dat was geen gebed, dacht September afkeurend, waarom zeiden ze het Onze Vader niet op en gingen ze eten?
‘Geoffrey?’
‘Ik wens ons mam en m’n vrienden terug in Eindhoven ook allemaal een goed kerstfeest toe.’
‘September?’
Met een ruk keek September op, moest zij nou ook wat zeggen? Eric knikte haar bemoedigend toe en Emiely draaide haar gebogen hoofd zo dat ze net naar September kon kijken. Ook Gavin en Geoffrey keken half op en keken September aan, Gavin knipoogde haar bemoedigend toe. ‘Ik, eh, dank voor dit eten en voor deze kerst,’ stamelde ze onzeker.
‘Zijn er nog mensen die je een prettig kerst wil wensen?’ Vroeg Eric.
‘Eh, ehm,’ Wíé wilde nou in vredesnaam een kerstwens van September Storm hebben? Ze had geen vrienden en de mensen die ze om zich heen had kon ze niet uitstaan. Op deze familie na gaf niemand haar het gevoel dat … deze familie haar gaf … of zo, ‘ik wil Emiely, Gavin, Geoffrey en meneer van der Boogaart danken voor hun vriendelijk en gastvrijheid.’ Ze keek op naar Eric, die haar goedkeurend toeknikte.
‘Wil je je ouders nog iets wensen?’ Giste Geoffrey.
‘Die zouden zich er toch niks van aantrekken,’ zei September grimmig. Door de huiselijkheid van dit gezin werd hun niet-huiselijkheid extra benadrukt.
‘Maar … doe het dan nog voor je eigen gemoedsrust,’ vroeg Emiely voorzichtig.
‘Voor gemoedsrust zal ik wel wat meer moeten doen, gemoedsrust heb ik allang op gegeven.’ Ze besefte dat ze haar mond voorbij had gepraat, ze draaide haar gebogen hoofd naar de muur, ‘ik stuur een kerstwens naar iedereen die op dit moment ons huis bevolkt,’ mompelde ze snel, nu was iedereen blij.
Een korte stilte overheerste de ruimte, September keek voorzichtig richting Eric en Emiely, ze ving even de verbaasde blik van Gavin op en keek weer snel naar haar handen, ‘amen,’ Zei ze snel.
‘Amen,’ zei Eric. Hij legde de klemtoon op de “e” in plaats van de “a”. Vreemde uitspraak, dacht September bij zichzelf. De tweeling en Geoffrey zeiden ook amen en keken alle drie tegelijk op. Goed gedresseerd, dacht September geamuseerd.
‘Eet smakelijk.’ Klonk het viermaal en September prevelde ook snel een “smakelijk eten.” Ze keek naar Emiely, die een stukje vlees aan haar prikkertje prikte en het in het pannetje stopte. Voorzichtig probeerde ze een roze blokje kipfilet aan haar prikkertje te prikken, maar het rauwe vlees gaf niet mee.
‘Kom op, beetje meer kracht, je zult het geen pijn doen,’ zei Emiely glimlachend. September boog haar hand en liet het prikkertje op ooghoogte hangen en stak toen met kracht haar prikkertje in het vlees. ‘En nu in het vet,’ zei Emiely en September deed haar prikkertje voorzichtig in het pannetje. Er staken nu vijf handvaten boven het pannetje.
‘En nu?’ Vroeg September, die bij God niet wist wat ze nu moest doen.
‘Wil je een stukje stokbrood?’ Vroeg Geoffrey die haar een sneetje stokbrood toe reek waar een dikke laag kruidenboter op was gesmeerd. September pakte het aan en nam een slokje van haar sinas.
‘Nu wacht je tot het vlees gaar is, dan doe je de volgende erin en eet je het eerste op.’
September maakte een begrijpend knik beweginkje, ‘en daar tussen?’
‘Praten we en eet je stukjes groente en stokbrood.’
September maakte weer een knikbeweginkje, ‘wij doen dit thuis nooit, wij hebben met kerst altijd een heel viergangen menu. Óf een lopend buffet, ligt eraan hoeveel mensen er komen. Voor meer dan tien kan moeder geen tafel regelen.’
‘Komen er zoveel mensen?’ Vroeg Gavin verbaast.
‘Ja, we hebben een groot huis met een grote stal ernaast, dikke vier meter hoog en daar vieren we altijd onze feesten. De familie feesten worden in het huis gevierd, maar als er zoveel mensen komen als tijdens de kerst of oud en nieuw of een verjaardag, dan vieren we het in de schuur.’
‘Hoe komen jullie aan zo’n groot huis dan?’ Vroeg Gavin, wat volgens Septembers moeder zou vallen onder de noemer “onbeleefde vragen”.
‘Mijn ouders zijn onder goed gesternte geboren, mijn moeder is dat huis en mijn vader met een goed uiterlijk waar mijn moeder op viel.’
‘Wat doen jouw ouders eigenlijk,’ vroeg Eric weer, deze vraag viel onder de noemer “goede opschep vragen” volgens Marjolein.
‘Pa is een goedbetaalde advocaat en moeder is …’ Ja, wat was haar moeder eigenlijk? Geen huisvrouw, maar ze was ook niet werkeloos, dat was te ordinair voor haar, ‘mijn moeder is society vrouw,’ besloot September.
‘Interessant,’ zei Eric fronsend, ‘dat doet me eraan denken, weten jouw ouders eigenlijk dat jij hier bent?
‘Nee?’ Gromde September bijna onverstaanbaar.
‘Wordt het dan geen tijd om dat wel te doen.’
‘Als het moet.’
‘Je ouders zullen zich waarschijnlijk erg zorgen maken.’
‘Ja, over wat de andere zullen denken,’ Mompelde September cynisch snuivend. Noch Eric, noch een van zijn kinderen zei wat en onverschillig pakte September haar stokje uit de pan en bekeek haar stukje kip, ‘ik bel zo wel,’ zei ze, om er van af te zijn. Tijdens het eten werd er gepraat over leuke dingen, dus voornamelijk was Emiely aan het woord en soms haar broers en September luisterde vooral en glimlachte als er wat grappigs werd vertelt.
Na het eten sprong Eric overeind, ‘als we nu met z’n alle gaan afruimen, kunnen we de cadeautjes doen en doen we het toetje tijdens een spelletje.’ Iedereen sprong op en begon borden, bekers of bestek te verzamelen. September pakte weer alle sauzen en plaatste ze in de koelkast, sinds ze die wel kon vinden en niet wist waar de prullenbak of de vaatwasser was. De drie kinderen vormde een team alsof ze zo gedresseerd waren: Gavin bracht het vieze servies de keuken binnen en zette het naast Emiely, hij gooide alles weg of zette het weg; Emiely waste snel de borden af en zette ze aan de andere kant van de gootsteen en Geoffrey ruimde de vaatwasser in, terwijl vader het fonduestel wegwerkte.
‘Als jij nou even mijn taak wil overnemen, ik moet boven even wat doen,’ zei Gavin. Emiely keek heb vragend aan met een blik die verbazing en verontwaardiging sprak in minimaal zeven talen. Hij fluisterde haar iets toe waarna hij door de deur naar de hal verdween. September bracht het overige servies naar achter en zette het naast Emiely op het aanrecht.
‘Wil je ook warme chocola?’ Vroeg Geoffrey.
September slaakte zachtjes een geërgerde zucht, het was niet zijn schuld, maar September hield gewoon niet van de uitdrukking “warme chocola”; het was chocolademelk, geen chocola. Ze knikte en keek rond of ze nog wat kon doen.
‘Kom, wij gaan alvast kaarsjes aandoen,’ zei Emiely vrolijk en ze trok September mee aan haar pols. September dook haar aansteker op uit haar zak en begon ook kaarsjes aan te steken, twee op de afgeruimde tafel, drie hele mooie kandelaren op het bijzettafeltje tussen de twee banken en een waxinelichtje op een schitterende goudkleurige harp die September eerder niet had opgemerkt. Haar nieuwsgierigheid onderdrukkend, ging ze verder met het aansteken van kaarsen, maar toen ze de laatste had aangestoken, draaide ze zich om en keek als versteend naar de harp, hij was statig en lang. Op de klankkast waren mooie versieringen aangebracht. Ze liep ernaar toe en liet haar vingertoppen licht over de klankkast gaan, zo licht dat ze het bijna niet aanraakte.
‘Mooi hè?’ Ineens stond Geoffrey achter haar. September draaide zich om en keek als versteend naar de jongen achter haar. Haar hard klopte twee keer zo snel als anders en ze moest alles in zichzelf aanspreken om niet achteruit te lopen en de harp omver te duwen. Geoffrey merkte blijkbaar dat hij te dichtbij kwam en zette snel een stap naar achter, ‘Mooi hè, de harp?’ Ging hij verder alsof er niks was gebeurd. Blijkbaar was hij het al gewend, iets dat September mateloos ergerde. September keek weer om naar het instrument.
‘Ja,’ was haar enige reactie.
Geoffrey streek langs de harp alsof het zijn ware liefde was, ‘hij was van ons mam.’
‘Was?’ Vroeg September.
‘Ja, weet je het niet?’
‘Wat?’
‘Ons mam is … dood,’ zei Geoffrey voorzichtig, een blik naar zijn broer en zus werpend, ‘begin dit jaar gestorven, vijf januari om precies te zijn. Zo jammer, ze was geweldig; knap, lief, altijd vriendelijk, ze had een oneindig geduld en een wil die bergen kon verzetten. Ze hield bijna net zoveel van het spelen van de harp als van ons, maar van ons hield ze altijd nog iets meer.’
‘Was ze alleen knap of was ze mooi?’ Vroeg September, wat achteraf gezien nogal een botte opmerking was. September wist dat een gestorven moeder een zwaar iets was, maar ze kon zich niet voorstellen dat iemand zo over zijn moeder kon praten zoals Geoffrey deed, alsof hij het over zijn idool had. Zo vol bewondering, liefde en respect.
‘Wat is het verschil, mama was beide.’
‘Knap is op het eerste gezicht, mooi zijn is een schoonheid die dieper gaat dan de huid, zelfs ’s morgens vroeg is diegene mooi, met zijn of haar haar alle kanten op en make-up als wallen onder de ogen.’
Geoffrey keek September doordringend aan, ‘zoals ik zei; mama was beide.’
‘Jij moet filosofie gaan studeren,’ melde Gavin, die langs kwam met wat borrelnootjes en chips. September keek smalend om.
‘Mama wilde ook altijd dat wij ook iets met muziek gingen doen, Geoffrey speelt gitaar en Gavin speelt bas,’ vertelde Emiely
‘Ja. En iedereen vind dat ons Emiely moet gaan zingen, maar ze wil niet, ze gaat liever drummen,’ Grijnsde Gavin.
‘Maar ons zusje wacht tot er een drumleraar toevallig aan de deur komt, zelf onderneemt ze geen actie,’ lachte Geoffrey, die een tik tegen zijn schouder kreeg van Emiely.
‘Ach, we houden wel van ons kleine zusje, hoor.’ En Geoffrey ging theatraal door zijn knieën en knuffelde zijn zusje, wiens hoofd net tot zijn borst kwam.
‘Dat is het lulligste, hè?’ Vertelde Emiely over de schouder van Geoffrey, die inmiddels op zijn knieën zat, ‘ik ben óúder dan ons Gavin—’
‘Wel vier hele minuten,’ onderbrak Gavin haar.
‘Maar ik ben wel het kleine zusje,’ vervolgde ze met een venijnige blik naar Geoffrey.
‘Je bent ook de kortste.’ Zei deze smalend. Het was waar, Geoffrey was toch al snel 1.90, Gavin was ongeveer vijf centimeter langer dan September—ongeveer 1.75 dus—terwijl Emiely niet langer kon zijn dan 1.65. Dit alles nam September in zich op terwijl ze naast Gavin op de bank ging zitten. Geoffrey plofte neer naast zijn vader op de bank die haaks op die van September en Gavin stond en Emiely maakte het zich gemakkelijk op een grote donkere poef.
‘Wie pakt er eerst?’ Vroeg Geoffrey enthousiast.
‘September?’ Stelde Emiely voor.
‘Wat?’ September wist wat ze pakken moest. Ze keek om zich heen, maar ze zag niks.
‘Een cadeautje, er ligt misschien niks voor jou tussen, maar ja,’ zei Emiely. September stond op en liep naar de boom. Ze pakte een vierkant cadeau dat ingepakt was in rood/groen gestreept pakpapier met vrolijke rendiertjes erop.
‘Voor wie is het?’ Vroeg Gavin nieuwsgierig. September maakte een “pff” geluidje, ten teken dat ze het niet wist. Tot ze ergens in een klein hoekje Gavin gekriebeld zag staan.
Ze liep terug naar de bank en gaf Gavin het cadeautje. Hij pakte het aan en stak zijn hand uit. ‘Het is niet van mij,’ zei September verdedigend.
‘Dus?’ Was het simpele antwoord. Voorzichtig legde September haar hand in die van Gavin en zijn vingers sloten voorzichtig om haar hand, alsof ze van porselein was. ‘Fijne kerst,’ zei hij, zo warm, zo vriendelijk, zo geméénd dat er een brok in Septembers keel verscheen.
Ze knikte bijna onmerkbaar, ‘jij ook,’ en ze glimlachte naar hem.
‘Pak nou ui-huit,’ riep Emiely ongeduldig uit. Het cadeau kwam waarschijnlijk van haar.
Gavin pakte zijn cadeau uit en keek blij naar het eerste deel van Lord of the Rings, ‘Dank je Emiel!’ En hij liep naar Emiely en gaf haar een dikke knuffel. September pakte voorzichtig het boek en bladderde er voorzichtig doorheen.
‘Mijn vorige exemplaar was kapot gelezen,’ vertelde Gavin, die haar waarschijnlijk had zien kijken. Hij liep naar de boom en pakte het volgende cadeau, gaf het aan Geoffrey en wenste hem ook een prettige kerst toe, net als bij September. Zo moest iedereen een cadeautje geven en diegene ook een vrolijke kerst toewensen.
September keek er observerend naar tot Emiely ineens voor haar stond en samen met Gavin een enveloppe vasthield, ‘voor jou,’ zeiden Emiely en Gavin in koor.
In stilte pakte September de enveloppe aan en keek vragend naar de tweeling. ‘het is niet veel, maar het gaat meer om het idee.’
‘Emiely, dat mag je zelf niet over je cadeautje zeggen,’ berispte Eric.
‘Maar het is toch zo!’ Verdedigde Gavin zijn zus. Eric besloot er maar niet mee in discussie te gaan. September pakte het envelopje aan en ging met haar vinger langs het flapje aan de bovenkant en opende de enveloppe. Erin zat enkel een klein dubbel gevouwen papiertje. Ze vouwde het open en zag tien kleine kadertjes. Er stonden dingen op zoals “een waardebon voor een nachtje blijven slapen” of “een waardebon voor gratis eten” en nog meer van dat soort dingen. Verbaast zat September naar de waardebonnen te staren.
Emiely plofte naast haar op de bank en ging tegen haar schouder hangen en wees naar de bonnetjes. September verstijfde een beetje maar dat scheen Emiely niet op te merken, ‘kijk, als je een van deze kaartjes inlevert, mag je een keertje “gratis”’ en ze maakte met haar vingers haakjes in de lucht, ‘doen wat er op het kaartje staat.’
‘Vroeger zetten we altijd dingetjes ertussen als “gratis in het bos poepen” maar dat lieten we maar een beetje weg,’ voegde Gavin er aan toe. September gnuifde een keertje en legde het papiertje naast zich op de bank met de enveloppe erop.
‘Volgende!’ Riep Emiely opgewonden en ze sprong op.
Al snel waren de cadeautjes op en begon de familie bordspellen te verzamelen om te gaan spelen. September, die nooit spellen speelde als ganzenbord of mens-erger-je-niet, keek weg en begon naar de harp te kijken.
‘Hij is mooi hè?’ Onderbrak Emiely haar gedachten gang.
September knikte, ‘we hebben thuis ook een harp maar daar mag ik nooit op spelen.’
‘En dat doe je ook nooit?’ Vroeg Gavin. September keek om en keek hem aan met een veelzeggende blik.
‘Dat was ook echt een dómme vraag,’ zei Emiely, grijnzend naar Gavin.
‘Kan je spelen?’ Vroeg Geoffrey uit het niets.
‘Pardon?’ Vroegen September, Gavin en Emiely.
‘Kan je spelen, op een harp? Kan je liedjes spelen?’
September keek onzeker rond, aan de reacties van de andere te horen, hadden ze liever niet dat zij, September, op de harp zou spelen. ‘Kan je dat?’ Vroeg Geoffrey weer. September draaide haar hoofd een beetje heen en weer, wat aangaf dat ze het wel een beetje kon.
‘Probeer het eens,’ stelde Eric voor, tot verbazing van September en de tweeling. Timide stond ze op en zette zich op het kleine krukje achter de harp. Ze kantelde het grote ding en zette het voorzichtig tegen haar schouder. Ze probeerde haar voeten weer goed op de pedalen onderaan te zetten en drukte ze allemaal in, zodat ze de simpele toonladder van C tot C kreeg. De zwarte snaren, die de C aangaven, en de roden, die voor de F stonden, staken sterk af tegen de mooie lichte snaren. Langzaam sloeg ze wat snaren aan, het klonk allemaal wel bekend in de oren, maar het duurde even voor September er iets simpels uit kon krijgen.
Thuis had haar moeder een piano en een harp, om duur te doen tegen vriendinnen of om een stukje te spelen als er belangrijke gasten waren. September mocht er niet aan te komen, maar opzicht was haar moeder enorm makkelijk om te bedonderen. Er lagen altijd wat boekjes bladmuziek op de vleugel in de woonkamer, voor de vleugel zelf en voor de harp, die September altijd stiekem van de stapel haalde en zichzelf wat leerde, uit pure verveling. Voorzichtig sloeg September de vrolijke tonen aan van Jingle Bells en zong zachtjes mee. Emiely keek lachend op van het klaarleggen van het bordspel.
‘Gezellig, live muziek,’ grapte Eric. Zo speelde September een paar kerstliedjes vrijwel allemaal kinderliedjes, waardoor Emiely of Gavin weleens meezongen, waaronder ook haar lievelingskerstliedje; Hoe Leit Dit Kindeke.
‘Jij weet wel waarde aan een liedje te geven,’ merkte Geoffrey op.
‘Hoezo?’ Vroeg September, die niet wist waar het over ging.
‘Je gooit al je passie er in, lijkt het wel.’
‘Ik vind veel van die kerstliedjes erg mooi,’ glimlachte September.
‘En dat is omdat?’ Vroeg Gavin nieuwsgierig.
“Omdat ik mezelf kan vinden in die liedjes, zodat ik kan zwelgen in zelfmedelijden.” ‘Omdat ze mooi zijn,’ zei September, de gedachte wegdrukkend. Gavin nog steeds aankijken begon ze lichtjes de snaren aan te slaan, ‘twinkle, twinkle, little star, how I wonder what you are,’ begon ze, Gavin en zij glimlachte nog even naar elkaar en Gavin ging verder met spelen en September verdiepte zich weer in haar muziek. Toen ze haar hele kerst repertoire had afgerateld, begon September aan andere liedjes dan kerst liedjes. Zo begon ze aan wat musicalmuziek, dat blijkbaar een gevoelige snaar raakte bij de familie, ze stopten met spelen toen September begon aan een liedje van de musical Les Miserables. Niet compleet bewust van de plotselinge verandering in het gedrag van de familie, speelde September gewoon door en zong onschuldig de tekst die het lied compleet maakte. Ze merkte pas dat er wat gaande was toen ze hoorde hoe een neus werd opgehaald. Ze keek opzij en zag dat Emiely bij Gavin op schoot was gaan zitten en stevig werd vastgehouden, terwijl Geoffrey over haar arm streelde en Eric naar voren reikte en haar knie vast hield.
‘Doe ik wat fout?’ Vroeg September, zich van geen kwaad bewust. Emiely schudde krachtig haar hoofd.
‘Ons mam was bezig met het oefenen voor deze musical, ze hoopte dat ze in het orkest kon komen.’
‘Oh sorry, ik speel wel wat anders,’ en direct begon September met het spelen van een ander rustig liedje, blijkbaar was dit ook geen aanrader, want zodra September de eerste drie woorden had gezongen, herinnerde ze zich dat dit nummer ging over iemand die haar vader—die gestorven was—om hulp vroeg. Dit gaat lekker, dacht September sarcastisch. Toch besloot September maar door te zingen, als het Emiely dwars zat, kon het er maar beter uit zijn. Tijdens het zingen hoorde September vaak een snikje of het ophalen van een neus, maar September bleef stug naar de harp kijken en doorspelen.
September negeerde de groep eventjes en na een tijdje gingen ze weer verder met het bordspel.
‘Dat doet me eraan denken,’ zei Eric ineens, ‘jij moet je ouders nog bellen.’ Op slag sloeg September vier noten tegelijk vals aan en legde ze haar handen plat op de snaren om het geluid te stoppen. De stilte die volgde was bijna tastbaar. Ze diepte haar mobiel op uit de zak van haar joggingbroek en toetste haar nummer in. Ze drukte op het groene telefoontje en legde het ding aan haar oor.
Terwijl de telefoon overging voelde September haar ademhaling versnellen.
‘Met Marjolein Storm?’ Klonk haar moeders vriendelijke stem.
‘Hoi,’ zei September dof.
‘September Cosette Eevie Storm! Waar denk jij mee bezig te zijn! We zitten hier met een huis vol visite en jij waagt het om James zomaar te slaan en weg te lopen?!’
‘Ik heb James niet geslagen! Die lul liegt dat-ie barst,’ verdedigde September zichzelf.
‘Ik wens niet dat James zo benoemd wordt!’
‘Hij verdient het,’ siste September.
‘Oh, ga je nu weer over dát verhaal beginnen?’ Haar vader kwam ook aan de telefoon, ‘dat verhaal is oud en om aandacht te trekken, moet je maar wat anders bedenken, September, dit is niet alleen al heel oud, maar ook nog eens erg beledigend tegenover James.’ Direct voelde September een brok in haar keel ontstaan, dit was zo oneerlijk.
Maar voor September er iets tegen in kon brengen werd ze onderbroken: ‘Hé Bar,’ de zoete verleidelijke stem van James klonk door de telefoon.
Iets in September knapte, ‘VAL DOOD, HONDENLUL.’ September klapte haar mobiel dicht en maakte een beweging of ze haar mobiel door de kamer wilde gooien, maar ze hield zich in en liet haar arm door de lucht zwiepen zonder de mobiel los te laten en liet haar ene hand in haar andere hand vallen en greep met twee handen haar telefoontje stevig vast.
‘September, wat is er?’ Vroeg Emiely geschrokken, maar September gaf geen antwoord. Bijna direct klonk de melodie van The Red Jumpsuit Apparatus’ 20 hour drive, die begon met harde gitaren wat vrijwel iedereen deed opspringen in schrik. September wrong de nagel van haar middelvinger tussen het dichtgeklapte ding en hield het tegen haar oor, ‘wat?’
‘September, ik ben zeer geschokt,’ klonk de hooghartige stem van haar moeder, ‘ik hoef je vanavond niet thuis te zien. Ik hoop dat je ergens kan slapen,’ en ze hing op.
Met de mobiel nog tegen haar oor stond September op en liep naar haar kaartje met bonnen, die nu allemaal een vouwrand hadden, omdat Emiely zich had verveeld. September scheurde het derde kaartje los en hield het op, terwijl ze haar mobiel eindelijk dichtklapte: ‘Is het goed als ik hier kom crashen vannacht?’ Verbaast keek de familie naar het bonnetje “Blijven slapen”.
‘Hoezo?’
‘Willen je ouders je niet thuis hebben met Kerst?’
September schudde haar hoofd, ‘ze hoeven me voor vannacht niet.’
‘Hoezo niet?’ Vroeg Geoffrey, eerder beledigt dan verbaasd.
‘Doet er niet toe,’ mompelde September verslagen, waarom geloofde haar ouders toch alleen zichzelf? Het was zo oneerlijk allemaal.
‘Zal ik je moeder even bellen? Dan weet ze dat je veilig bent,’ stelde Eric voor.
September haalde haar schouders op en reek hem het mobieltje aan, ‘het nummer staat onder “schuur”’
‘Hoezo schuur?’ Vroeg Emiely terwijl haar vader het nummer zocht en Gavin hem hielp door de 7 vier keer in te drukken en zo de “s” te selecteren.
‘Daar zijn ze nu.’ Herinnerde September haar.
‘Goedenavond, u spreekt met Eric van de Boogaart,’ onderbrak Eric, bij wie duidelijk was opgenomen, ‘ik bel omdat September hier bij mij is … nee, ze is geen last, ze is erg vriendelijk. We hebben net met z’n alle kerstavond gevierd … ze is hier bij mijn dochter en twee zoons … nee, het is geen probleem … ik weet het niet … September,’ hij keek naar haar, ‘heb je nog wat nodig van thuis, wacht hier komt ze even,’ en Eric reek September haar mobiel aan.
‘Ja, mag ik Lize even?’ Viel September met de deur in huis.
Al drie jaar lang verzorgde Lize het eten voor hen en was dus al drie jaar samen met haar familie uitgenodigd voor alle feesten bij hun thuis en mocht Lize ook mee als gezelschap voor September op het jaarlijkse bal van de grote baas van Septembers vader.
Aan de andere kant van de lijn klonk wat geruis en toen kwam Lize aan de lijn, ‘hallo, met Lize?’
‘Ja, September hier, wil jij even naar mijn kamer lopen.’
‘Jouw kamer?’ Klonk Lize angstig.
‘Ja, mijn kamer, tempo up, oké?’ Drong September aan.
‘Nu?’
‘Ja, nu, ja! Tempo, tempo, tempo!’ September stond op en liep naar de hal, waar ze op de trap ging zitten.
Ze hoorde gehaaste voetstappen aan de andere kant van de lijn, een deur viel dicht achter Lize en al snel hoorde ze de voetstappen op de hardhouten vloer die snel weer verdwenen, toen Lize door de hal was en de trap op was gelopen. ‘Ik ben er.’ Klonk het onzeker.
‘Oké, zie je m’n kleding kast?’
‘Ja?’
‘Doe die open.’
‘Ja?’
‘Zie je die zwarte rugtas helemaal achter in de kast, onder m’n opgehangen kleding.’
‘Dus niet achter de opgevouwen kleding?’
‘Zei ik opgevouwen? Ik zei opgehangen, trut’
‘Ik heb het, is het een beetje synthetisch stofje?’
‘Vast wel, zie je mijn bruine rugtas.’
‘Ook in de kast?’
‘Nee, niet in de kast, op de grond,’ snauwde September, ‘dûh!’ En ze kneep haar ogen dicht om haar stem kracht bij te zetten.
‘Die ene met doodshoofdjes?’
‘Die, als je hem open doet zie je een zwart boekje met een slotje, doe die in de tas en doe de tas weer dicht, beide tassen. Én de deur!’
‘Gedaan,’ melde Lize na een korte stilte waarbij de telefoon eventjes op de grond was gelegd.
‘Mooi, geef de tas aan m’n moeder en zeg dat dit de spullen zijn die ik nog nodig heb.’
‘Heb jij altijd een ingepakte tas in je kast liggen?’
‘Hou je neus uit m’n zaken, Lize,’ en met die woorden klapte September de telefoon dicht. Ze stond op, liet haar mobiel in haar zak glijden en liep de kamer weer in, ‘het is allemaal geregeld, ze komen het zo brengen.’
‘Wie komt het eigenlijk brengen?’ Wilde Eric weten.
‘Weet niet.’
‘Doe je mee aan Levensweg?’ Vroeg Gavin, die zich omdraaide op de bank om haar aan te kijken.
‘Pardon? Welke levensweg?’
‘Het spel Levensweg.’
‘Zal je me het eerst moeten uitleggen.’
‘Het is niet moeilijk,’ glimlachte Gavin en begon met zijn uitleg.
Het was al dik twaalf uur geweest toen ineens de bel ging.
‘Ik doe open!’ Schreeuwde Emiely en ze sprong overeind met het enthousiasme van een klein kind. Ze verdween uit Septembers zich toen ze naar de hal liep die achter de bank was waar September op zat. September richtte zich weet tot het spel en zag hoe Gavins gansje in de put viel. Inmiddels hadden ze praktisch ieder bord spel gespeeld dat ze in huis hadden en September kon zich de tijd niet meer heugen dat ze zich zo op haar gemak voelde in het bijzijn van drie mannen in een vreemd huis. Natuurlijk was dit gevoel haar niet lang gegund.
‘September,’ Emiely kwam terug uit de hal, ‘het is voor jou.’ Ze liep naar het stel op de bank en tot Septembers schrik verscheen een lange, bruinverbrande man vanachter Emiely. Zijn donkerbruine, vochtige haar—blijkbaar goot het nog steeds buiten—zat warrig en lag plat op zijn hoofd, hij haalde er een hand doorheen en de krulletjes schoten overeind en maakte het tot een sexy geheel. September vloog overeind en draaide zich geschrokken om, wat deed hij nou hier?!
‘Goedenavond allemaal, ik kom Bar d’r spullen brengen.’
‘Wie?’ Vroeg Geoffrey, die naast September zat en zich omdraaide op de bank.
‘Bar. Septembahr.’ Zijn zangerige Engelse accent klonk weer wat door, ‘ik ben naar Nederland geïmmigreerd vanuit Engeland elf jaar geleden en toen ik de kleine September ontmoette en haar naam uitsprak als “Septembahr” werd het kleine meisje erg boos,’ en hij lachte zijn witte tanden bloot naar September, die woedend terug keek, ‘en sinds die tijd noem ik haar “Bar” als een plagerijtje.’
Lul, dacht September.
‘Ik ben James trouwens,’ zei hij, hij stak zijn hand op als groet naar de familie die terug knikte.
‘Wilt u wat drinken?’ Vroeg Eric beleeft. Nee, dacht September, wees onbeleefd en geef hem het gevoel dat-tie moet opdonderen.
‘Oh, nee hoor, ik moet zo weer terug, ik mocht alleen even weg om Bars spullen te brengen. Ik slaap vanavond bij René en Marjolein en daar is het feest nog in volle gang, je mist echt wat, bar, het is echt heel gezellig,’ zei hij tegen September, die daar geen boodschap aan had, ze kon de feestjes van haar ouders missen als kiespijn. September knikte vaag en keek opzij, naar Geoffrey, die voorzichtig aan haar mouw trok om haar weer te laten zitten, ‘hier,’ zei James ineens en gooide Septembers tas naar haar toe en September kon de tas nog net opvangen voor hij tegen haar hoofd knalde. Ze voelde de vierkante veiligheid in de vorm van haar dagboek door het dunne stofje heen.
‘Dank je, ga maar weer, we zouden niet willen dat m’n grootmoeder je gaat missen,’ zei September, ogenschijnlijk vriendelijk, maar James en zij wisten allebei dat Septembers grootmoeder dol was op James en James dat dodelijk irritant vond.
James plakte een glimlach op zijn gezicht, die gespeeld was wist September en stak zijn handen in zijn zakken, ‘dat is een goed idee,’ zei hij, hij keek schuin omlaag naar Emiely die vol ontzag keek naar de lange knappe man en hij knipoogde naar haar. September, die net een knie op de bank had gezet om weer te gaan zitten, zette haar voet op de bank, de andere op de rugleuning van de bank en sprong over de bank tussen James en Emiely in.
‘Ga,’ fluisterde September gebiedend, maar zo zacht dat misschien alleen Emiely het had gehoord. James glimlachte zelfgenoegzaam, ‘krijg ik nog een knuffel dan.’
September voelde het bloed uit haar gezicht trekken, maar kon niet weigeren met een kamervol publiek. Ze liet hem zijn armen om haar middel slaan en ze sloeg haar armen om zijn nek. Hij drukte haar tegen zich aan.
‘Ah,’ hoorde ze Emiely vanachter zeggen. Blijkbaar was dit de aanmoediging die James nodig had, want hij ging een beetje door zijn knieën, verschoof zijn armen naar beneden en tilde September op. Geoffrey joelde en Emiely lachte.
‘Jullie lijken wel een getrouwd stel,’ merkte Gavin grijnzend op.
James liet los en trok September weer dicht tegen zich aan, ‘Ja hè? We gaan ook trouwen, toch Bar?’ De groep lachte en September duwde zich van James af, ze wilde weg hier.
‘Dank je, James, ga maar,’ en ze gaf hem een duw richting de deur die naar de hal leidde.
‘Wanneer zie ik je weer?’
‘Geen idee, da-hag,’ zong September met toon die duidelijk maakte dat ze wilde dat hij weg ging. Hij zwaaide nog even naar de familie en ging Gavin voor naar de buiten deur.
‘Oh My God!’ klonk het hard van de deur, ‘Jef! Kom kijken, hij heeft een Mercedes GLK 350!’ Geoffrey schoot om de bank en langs September.
‘Cool!’ Klonk het vanuit de hal. James opschepperige stem begon dingen te vertellen over de auto terwijl de twee jongens verrukte kreetjes slaakte. September begroef haar gezicht in haar handen en zuchtte diep, waarom moest James nou weer haar spullen komen brengen, ze moest even alleen zijn.
Ze ging weer zitten en wachtte tot de deur gesloten werd en de twee jongens weer binnen kwamen, ‘hij heeft een gave bak,’ verzuchtte Geoffrey vol ontzag.
‘Geweldig,’ mompelde September sarcastisch.
‘Hoe weet jij zo snel wat voor auto het was,’ zei Emiely quasigeïnteresseerd, terwijl ze haar nagels aan het veilen was.
‘Was niet moeilijk,’ begon Gavin en hij begon de kenmerken van James’ auto af te ratelen.
‘Ik wil niet onbeleefd doen, maar ik ben erg moe. Is het goed als ik naar bed ga?’ Onderbrak September.
‘Nee, dat is goed, het lijkt me sowieso een goed idee als we allemaal naar bed gaan, het is al bijna half één en morgen is het weer vroeg dag,’ merkte Eric op en hij beval iedereen om te helpen opruimen en daarna jaagde hij iedereen naar boven.
‘Waar slaap ik?’ vroeg September.
‘Bij Emiely in bed,’ vertelde Eric.
‘Pardon?’ September verstijfde, bij Emiely in bed? Punt een, kende ze het kind amper, en punt twee … ze wilde eigenlijk bij niemand in bed slapen, überhaupt niet, of het nou een meisje was of niet.
‘Bij Emiely, we hebben geen logeerbed meer, want daar slaapt Geoffrey al.’
‘Oh.’
‘Wil je niet bij mij in bed?’ vroeg Emiely lief. September keek naar de grond om de doordringende blikken van de familie te ontwijken en schudde toen haar hoofd. Ze wilde niet.
‘Waarom niet, ons Emiely bijt niet,’ merkte Geoffrey op waarna Emiely een grommend geluid maakte en in de lucht hapte, Gavin schoot in de lach.
‘Anders hebben we geen slaapplek voor je, ben ik bang,’ zei Eric.
‘Anders slaap ik op de bank?’ Stelde September voor, ‘vind ik niet erg, hoor,’ stelde ze de familie gerust.
‘Nee, dat vind ik niet nodig,’ Gavin begon zich ermee te bemoeien, ‘anders slaap je in mijn bed.’
Geschrokken keek September op en voelde het bloed uit haar gezicht weg trekken, ‘hoe bedoel je?’
‘Ik slaap bij Emiely in bed, dan kan jij in mijn bed,’ Gavin keek vragend naar Eric, die in dubio leek.
‘Ik weet niet of ik dat goed vind, jullie hebben niet voor niks een eigen kamer gekregen, jullie mama en ik wilde niet meer dat jullie in een kamer slapen, jullie zijn al bijna volwassen.’ Gavin en Emiely haalden perfect synchroon hun schouders op, ten teken dat het hun niets uitmaakte.
‘Pap, werkelijk, wát precies verwacht je nou dat er gaat gebeuren?’ vroeg Emiely sarcastisch.
‘Ja, pa.’ Viel Gavin zijn zusje bij.
‘Ik denk dat ze daar een punt hebben, pa,’ zei de laatste broer, Geoffrey. Eric gaf zich gewonnen en vertelde dat ze het maar regelde, voor zijn part zouden Geoffrey en Gavin bij elkaar in het logeerbed kruipen, zolang iedereen maar in een bed lag en met die mededeling liep hij de trap op naar de zolder, waar hij sliep.
Emiely gaf September een tandenborstel, een handdoek en een washand en Gavin ruimde snel zijn kamer een beetje op en toen kon September zich eindelijk afsluiten van de vrolijke, levendige meute vreemden waar ze de hele avond omheen had gehangen. Ze liep door de deur, keek de kamer rond en duwde toen de deur dicht met haar rug, waarna ze zich langs de deur op de grond liet zakken en tegen de deur bleef zitten.
Een klein klopje verstoorde haar stilte. Ze draaide zich om op de grond en de deur ging open, ‘lig je al?’ Klonk de gedempte stem van Geoffrey, die door het donker naar het bed tuurde. De kamer was paars en blauw en smal, veel smaller dan Emiely’s kamer. Nu het rolgordijn naar beneden was, was het bijna compleet donker in de kamer.
‘Nee, ik zit hier,’ fluisterde September en Geoffrey keek met een ruk naar beneden.
‘Wat doe je daar nou?’
‘Denken.’
‘Oh,’ en hij glipte door de deur, sloot hem weer en ging naast September zitten, die zich weer tegen de deur aan nestelde, ‘waar denk je over.’
‘Veel.’
‘Er is iets hè?’
Geschokt keek September op, hoe wist hij dat, wat ging hem dat aan, wat deed hij met zijn neus in haar zaken. September schoot direct in de verdedigingsmode, ‘hoezo?’
‘Ik studeer psychologie, het is mijn toekomstige baan om te zien dat iemand ergens mee zit.’
‘Dan zit je hier verkeerd, ik heb niks.’
‘Zeg je dat er niks is of—’
‘Er is niks!’ zei September fel.
‘Oké, sorry, volgens mij lieg je dat je barst, maar je wil het blijkbaar niet vertellen, mij best, hoor.’ September zuchtte en in stilte keken de twee tieners het duister in.
‘Ik wilde je even welterusten wensen,’ onderbrak Geoffrey de stilte, ‘dus bij dezen; welterusten,’ en hij boog zich naar September toe en gaf haar een aai over haar hoofd. September dook instinctief een beetje weg maar wist zich te vermannen.
‘Truste,’ Mompelde ze en schoof een beetje weg van de deur om Geoffrey de doorgang te verschaffen.
‘Moet de deur dicht?’
‘Graag.’
‘Tot morgen,’ en met die woorden deed hij de deur dicht.
24 december 2007 niet 3x kut, maar 2x kut
Ik lig nu in het bed van Gavin in het huis van Gavin en Emiely, Gavin ligt nu bij Emiely in bed en in de kamer naast me ligt Geoffrey, de oudste broer van de tweeling. Ik heb hier dus kerstavond gevierd, sinds ik thuis niet meer welkom was. Ik was weggelopen nadat ik klaar was met schrijven en dus wil moeder me niet thuis hebben vannacht, ik zou haar voor lul hebben gezet. Trut, van mij mag ze hier daar en nu dood vallen. Ik was buiten toen Geoffrey ineens langskwam, hij was de hond aan het uitlaten en blijkbaar was ik vlak bij hun huis gaan zitten. Ik mocht mee, daar eten en kerstavond vieren, ik heb zelfs een kadootje gekregen, ik heb maar wat muziek gespeeld op de harp van hun overleden moeder. Gaat net alles een beetje goed, komt James mijn spullen brengen, en die lul durft nog te vragen om een knuffel. Ik
‘Geoffrey?’ Verbaast keek September op van haar dagboek, toen ze Gavins roep hoorde, ‘zit je nog steeds bij September in de kamer?’ het klonk nogal plagerig.
‘Ga slapen,’ was Geoffrey’s antwoord.
‘Je zit er nog steeds!’ Kirde Emiely.
‘Helemaal niet!’ Klonk Geoffrey’s grommende stem uit de naast gelegen kamer.
‘Geoffrey en September zitten in een boom, k-u-s—’
‘Bek dicht!’ Riep Geoffrey.
‘Hoor je dat, Gavin?’
‘Een bekentenis!’ kirde ze tegelijk.
‘Donder op.’
‘Fuck jullie,’ voegde September er aan toe.
‘Sep gaat zich er ook mee mengen!’ Giechelde Emiely.
‘Sep?!’ riep September verafschuwd. Emiely gierde het uit.
‘Jongens, nu is het klaar, we gaan slapen,’ kwam de autoritaire stem van Eric vanaf de zolder. September ging liggen en viel met een lichte glimlach op haar mond in slaap.