Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23906 Besucher (51318 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
25 December
25 december 2007 Merry fucking X-mas Ik had natuurlijk de nacht doorgebracht bij de familie v/d Boogaart, maar daar kon ik niet blijven, die vieren kerst bij hun familie hier in de stad. Dus ik heb nu net m’n spullen ingepakt en vertrek zo maar weer naar huis … en toch was het een leuke kerst. ‘September? Ben je daar?’ Marjoleins stem weerklonk van de woonkamer toen September het huis in gestrompeld kwam. ‘Yo,’ was haar enige reactie. Vanavond zou pap thuis eten met zijn nieuwe secretaresse a.k.a. sletje. Het kind was vast pas net negentien. Haar vader stelde niet veel eisen aan zijn assistentes, vaak waren het van die stagemutsjes. Niet dat James veel beter was; hij had ze nog veel vaker dan haar vader, stelde nog minder eisen aan zijn sletjes en had ze het liefst nóg jonger, smerige eikel. Druk scheldend op James, de wereld en het leven, liep September naar haar kamer, rukte daar het raam open en ging in het raamkozijn zitten. Ze stak een sigaret op en pakte haar andere mobiel die de hele nacht op de vensterbank had gelegen. Ze had twee mobiels één waarvan haar ouders wisten en één waarvan ze niks wisten. Zo kon September weggaan wanneer ze wilde zonder verveelt te worden met sms’jes van haar ouders en ze kon ook niet worden opgespoord door de politie, omdat haar zwarte klapmobiel natuurlijk niet hetzelfde nummer had als haar roze schuifmobiel. Na de zeven sms’jes van de variaties op “waar ben je” te hebben verwijderd, zag ze een berichtje van Zilver, een meisje uit de buurt met bijna net zo rare ouders als die van haar, want wie noemde zijn kind nou Zilver? Maar het scheen ook niet haar echte naam te zijn, maar een tweede of derde naam. Maar dan nog! “Je gitaar is klaar, wanneer kom je hem halen? Ik heb alle tijd. Zil” was het berichtje. Zilver was een meisje dat gitaars maakte, vaak op aanvraag en vaak voor September. Ze vroeg er een behoorlijke prijs voor, maar het was het waard; je kon het bloed, zweet en tranen op de gitaar zien spiegelen. Zilver had het van haar vader geleerd, die in de bak zat voor een passionele moord en haar moeder was een beetje hetzelfde als Septembers moeder; knap, gelukkig en blind voor de problemen van haar dochter. Een van de twee dan, met haar nieuwe vriend had ze een tweede kind, Heavenlie van vier. September draaide zich om in het raamkozijn en stapte op het dak. Ze liep naar de parkeerplaats van de auto en sprong op het dak van de auto, iets wat ze had geleerd door te veel 8 Mile te kijken. Ze liet zich voorover vallen en ving zich op het laatste moment op door haar voet uit te steken en sprong op die manier via de motorkap op het kiezelpad. Het knerste onder haar voeten terwijl ze haar capuchon opsloeg en haar vest wat verder dicht ritste. Ze liep over het verharde landweggetje en sloeg het tuinpad van het eerste huis aan haar linker hand in. Zilver zat al in haar raam en haar gele motor stond overdwars over het pad. ‘Ik wist dat ik een gracht rond mijn huis had moeten graven,’ riep Zilver haar toe. ‘Ik denk dat jouw ouders hetzelfde denken als ze jou zien.’ ‘Ik doe de deur wel open.’ ‘Doe dat.’ Zilver verdween en een halve minuut later stapte September het huis in en liep direct de trap op, zonder verder nog te groeten. Ze bleef even voor de deur staan, waar een bordje hing “verboden voor onbevoegde” stond erop en eronder was met watervaste stift “en moeders” geschreven. ‘Heb je dat zelf bedacht?’ Vroeg September met lichte spot in haar stem. ‘Die is me toegezonden uit de hemel,’ schamperde Zilver en ze opende de deur. In een lichte streep schoot Zilvers kat voorbij. ‘Schijtluis,’ zei September tegen de plek waar Franklin onder het bed was verdwenen. ‘Stop met het schelden op mijn kat en pak je gitaar aan.’ Een mooie blauwe gitaar waar het hout nog doorheen scheen werd haar aangereikt. September sloeg wat snaren aan. ‘Ja, hij is al gestemd,’ zei Zilver ietwat ongeduldig. September keek enkel op, zonder haar hoofd af te wenden, en schoot haar een sarcastische, ongelovige blik toe. Behendig en snel bespeelde September alle snaren terwijl ze een voor een alle fretten indrukte, van boven naar beneden. Ze draaide een heel klein beetje aan een van de knoppen boven aan de hals. Ze draaide de knop zo weinig dat het verschil te verwaarlozen was; September deed het eerder om Zilver op de kast te jagen, die ook zuchtte en geërgerd haar ogen rolde. ‘Grow up,’ adviseerde ze September. ‘I’m having more fun staying young.’ Een heel grove leugen. Het maakte hoogstwaarschijnlijk geen reet uit of September jong of oud was, echte lol zou ze toch niet zo snel hebben. September sloeg nog wat snaren aan, ‘Hit the road, Jack, and don’t ya come back no more, no more, no more, no more. Hit the road, Jack, and don’t ya come back no more,’ zong ze, met meer furie dan je eigenlijk uit het nummer kon halen. ‘En hoe was jouw kerst?’ ‘Schitterend!’ ‘Je meent het?’ September keek enkel sarcastisch op. Zilver besefte de ironie in Septembers stem en sprong over op een ander onderwerp, ‘de mijne was ook die uit een sprookjesboek.’ ‘Vroeg ik daarnaar?’ ‘Nee?’ ‘Zie ik eruit alsof het me wat interesseert?’ ‘Laat maar, ik hoor het al weer,’ chagrijnig ging Zilver op haar bed zitten. De stilte duurde voort tot Zilvers Somalische kater, Franklin, ineens op Septembers schoot sprong. Langzaam en afwezig begon September de kat te aaien. Niet dat ze van dieren hield, maar die beesten schenen allemaal van haar te houden. ‘Toon eens wat loyaliteit, knuffelslet.’ Grijnzend keek September op. Zilver keek schamper van de kat naar haar en stond toen op. ‘Verrader,’ mompelde Zilver nog zacht. Franklin leek zich er niks van aan te trekken en begon rustig te spinnen. ‘Vanavond nog het etentje?’ September keek enkel sarcastisch op; al zolang als September zich kon herinneren werd eerste kerstdag afgesloten met een kerstdiner. Eerst werd het altijd gevierd met de opa’s en oma’s, maar sinds daar nog maar één oma van over was—het ergste secreet van allemaal—is zij ooit vervangen door James en later kwam er ook het secretaressesletje van haar vader bij. ‘Wat gaan jullie eten?’ ‘Al sla je me dood.’ ‘Dat heb ik nog nooit gegeten? Is het lekker?’ ‘Mijn god, waar is het zout? Zo flauw heb ik ze nog nooit gehad,’ zei September. Ze duwde Franklin van haar schoot, pakte de gitaar, sloeg deze over haar schouder en liep richting de deur. ‘Je weet waar de uitgang is,’ melde Zilver die op haar bed ging zitten. September had haar hand al op de deurklink liggen toen ze ineens een brief met een stempel van Gevangenis Merksplas zag liggen, een brief van Zilvers vader. ‘Een nieuwe brief?’ Vroeg September zonder zich om te draaien. ‘Hmm?’ Afwezig keek Zilver op vanaf haar bed. September pakte de enveloppe en hield hem op zodat Zilver hem kon zien, ‘je vader. Een nieuwe brief?’ ‘Ja.’ ‘Had-ie nog iets interessants te melden?’ ‘Behalve een gevechtje waarvoor hij is weggelopen niet veel. Ja, nog wat over je gitaar.’ ‘Mijn gitaar?’ ‘Nou, destijds was het mijn gitaar, maar je snapt wat ik bedoel.’ September knikte, ‘wens hem fijne kerst van me.’ Niet dat de man September kende, maar goed. ‘Zal ik doen, je zal waarschijnlijk alleen geen antwoord krijgen … althans niet snel.’ ‘Hoezo?’ ‘Moet volgende week op “zakenreis”,’ en Zilver tekende de aanhalingstekens in de lucht. ‘Hoezo?’ ‘Patricia wil dat ik een of andere band ga volgen.’ Zilver werkte bij een bekend tijdschrift, Soundcheck, en ze was er goed in, heel erg goed. Patricia was haar baas en wilde altijd dat Zilver de beste baantjes zou doen, zodat ze extra goed zouden verkopen, maar vaak gaf Zilver daar haar eigen draai aan. Net als September had ze overal schijt aan, al was September alleen maar vervelend tegen zij die haar in de weg liepen, terwijl Zilver iedereen in haar miserie wilde betrekken. Eigenlijk was ze best wel een aansteller. ‘Enig,’ zei September sarcastisch. ‘Nou,’ stemde Zilver schamper in. ‘Dan zie ik je voorlopig nog niet terug?’ ‘Inderdaad. Ga je me missen?’ ‘Als kiespijn. Fijne reis, laat maar wat van je horen als je terug ben.’ En September liep door de deur naar buiten. ‘Je hoort m’n muziek wel weer verschijnen,’ riep Zilver haar na. Toen September de trap afstormde zag ze de kleine Heavenlie staan. Het kind keek haar met vragende ogen aan en September bleef het kind kil aankijken terwijl ze de resterende treden naar beneden liep. De twee bleven elkaar even aankijken en toen boog September zich ineens heel snel naar voren en zei heel plots: ‘boe!’ Het meisje zette een stap naar achter, struikelde en viel. Direct begon ze te krijsen en September liep rustig door de deur naar buiten.
25 december 2007 Het kerstdiner
Ieder jaar weer opnieuw. Het o-zo gehate Kerstdiner—voeg hier een eng dreigend muziekje in—waar we “gezellig” met z’n alle aan een tafel gaan zitten om tegen onze wil in te eten (moeder vind zichzelf dik worden tijdens de feestdagen, vader duikt liever het bed in met zijn vriendin en James kan ook wel wat anders bedenken om te doen. gore eikel) Gelukkig is die klote vakantie ook al weer bijna voorbij, ik word echt gek als ik hier de hele dag opgesloten zit. Op de muziek na, dat is wel lekker. Een zacht klopje op de deur deed September opkijken van haar dagboek. ‘September?’ Het licht bruine, karamelkleurige haar van René Storm kwam om het hoekje kijken. Haar ogen zochten die van haar vader en de kolkende poelen vloeibaar zilver waaruit zijn irissen leken te bestaan. Ze had zijn oogkleur geërfd, al vond zij nog steeds dat die van haar stormachtiger waren. Haar vader had schitterend grijze ogen die geluk weerspiegelde en liefde straalde. Die van September straalde hooguit kilte uit en weerspiegelde enkel haar eigen spiegelbeeld. ‘Ja pap?’ ‘We gaan zo eten, ben je klaar?’ ‘Bijna.’ Ze had haar joggingbroek en T-shirt nog aan. Ze had haar blouse en legging al klaar liggen, maar de rok die ze erbij aanmoest was nog spoorloos. Eigenlijk wist September dondersgoed waar de rok lag, maar ze hoopte dat ze hem niet aanhoefde als ze maar lang genoeg volhield dat ze hem kwijt was. Het was alsof haar vader haar gedachte kon lezen: ‘ik heb je rok trouwens gevonden.’ En hij gooide het bloedrode ding des onheils naar zijn dochter toe, die het geïrriteerd opving, ‘hij lag achter in mijn sokkenla.’ ‘Hoe komt-ie daar nou weer,’ zei September sarcastisch met een overduidelijk gespeelde vragende toon in haar stem. Hij glimlachte en knipoogde naar haar, ‘zorg je dat je over een kwartiertje beneden ben?’ En hij liep haar kamer uit, de deur achter zich sluitend. Ze trok haar joggingbroek uit en trok de zwarte ligging aan. De zwarte blouse had een paar kreukeltjes in zich, September had gehoopt dat daar niks meer aan te doen kon zijn, zodat ze het niet aan hoefde te trekken, maar haar moeder had gezegd dat het bijna niet te zien was en dat ze zich niet moest aanstellen. September had daarop geantwoord met het argument dat Marjolein September zelf had geleerd dat ze op zulke speciale gelegenheden, er perfect uit moest zien. Marjolein had gezegd dat September dit aantrok of haar kamer—haar muziekkamer—zou op slot gaan. En daarmee had Marjolein de discussie gewonnen. Haar zwarte stropdas werd tussen haar ondergoed vandaan gegraaid en September keek naar zichzelf in de spiegel. Zwart met rood, om toch nog een beetje in de kerststemming te blijven. Snel smeerde ze nog wat zwarte oogpotlood en rode lippenstift op haar gezicht en schoot in haar pumps, voor ze naar beneden ging. ‘September, wat zie je er toch weer oogverblindend uit.’ Nog voor ze de versierde eetkamer binnen was, hoorde ze haar vader slijmen, ‘Ja toch, James?’ ‘Beeldschoon,’ complimenteerde James. September ging zitten. Tegenover haar zat het meisje. Het sletje van haar vader. ‘Dit is September,’ stelde haar moeder September voor aan het meisje. ‘Hallo, ik ben Melinda,’ ze stond half op en stak haar hand uit naar September. ‘Je heet Melinda?’ September maakte geen aanstalten om de hand aan te pakken ‘Ja,’ ‘Weet je wat dat betekend? Het meisje keek verward van September naar haar vader. ‘Melinda is een duister of zwart serpent,’ zei September vernietigend. ‘Oh … nou,’ ze wist duidelijk niet wat ze zeggen moest, ‘en wat betekend September dan wel niet,’ zei ze bitchy alsof ze net een wereld opmerking had gemaakt. ‘Doorgaans is September de negende maand van het jaar. Maar verder betekent het ook zevende.’ ‘Waarom zevende? Was je de zevende in de familie,’ zei ze op een toon van een populair meisje, duidelijk was zij op de middelbare school de mooiste, de meest gewilde en de domste waar altijd alle jongens omheen hingen en waar September dagelijks mee te maken kreeg door middel van onoriginele maandopmerkingen. ‘Nee, September was de zevende maand in het Romaanse jaar.’ ‘September, doe niet zo naar,’ merkte Marjolein op. ‘Ik vertel alleen maar de waarheid,’ zei September quasi-onschuldig. ‘Wat hebben je moeder en ik je nou geleerd over dat soort uitbarstingen?’ ‘Verbaas me.’ Haar vader keek haar aan op die manier die door haar hart sneed. Haar vader was nooit boos of heel verdrietig of heel streng, althans zo leek het. Hij schreeuwde nooit, zijn zachte melodieuze stem was altijd zacht en vriendelijk. Nu trokken zijn wenkbrauwen samen van teleurstelling en deze verandering maakte dat hij eruit zag als een vader die net van zijn drie jaar oude zoontje een grote mond had gehad. Het was ontwapenend. ‘Als je niks vriendelijk over iemand weet te zeggen, kan je beter niks zeggen.’ September maakte schamper een instemmend geluidje en wende haar blik af. Haar vader ging naast het meisje zitten, terwijl James naast September ging zitten, tegenover haar vader. Als laatste kwam haar moeder nogmaals binnen, Lize helpend met het eten naar de eettafel te brengen. ‘Eet smakelijk,’ wenste Lize hen, toen alles stond. ‘Dank je, Lize, je mag naar huis gaan. Nog een prettige kerst en tot de zevenentwintigste,’ wenste Marjolein haar. ‘Prettige kerst allemaal.’ Ze wenste haar een prettige kerst, waarna ze de kamer verliet en liet de familie alleen met het eten. ‘En, Bar? Ben je al beter geworden sinds vorig jaar?’ Vroeg James. ‘September is non-stop aan het spelen, dus dat zal wel zo zijn,’ schepte haar moeder op, ‘laat vanavond anders weer wat aan hem horen.’ Dit, wist September, werd een avond van horror.
Contact
Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN
Lupe.Sjiler@hotmail.com
Het lettertype
voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.
Mijn verhalen
A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);
Verhalen die staan onder het kopje "Rest":
The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
Mijn Short Stories/korte verhalen
9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
Codes en credits
Ik gebruik soms bepaalde codes:
En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel
Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)