19 december 2007 irritantER
Mijn GOD! Die tweeling is zowaar nog erger dan me moeder! Ze hóúden de bek maar niet, ik word er godvergeten-knetter-geschift van! Steeds maar dat gewauwel continu aan me kop. Ik dacht dat ik het ergste had gehad toen me neefje en nichtjes hier een week bleven logeren, maar dit overtreft alles! Vooral die Emiely, die kan d’r bék houden! Ik snap ook niet waarom ze om me heen hangen, ik bedoel … het is niet dat ik nou echt vriendelijk tegen ze doe … eerder het compleet tegenovergestelde van vriendelijk. Ik blijf ze afsnauwen en weggooien, maar ze blijven terug komen, als een stel irritante geluidproducerende frisbees. Mijn hemel. En thuis wordt het ook al weer leuk … december de 25e nadert, “gezellig” met pa, me moeder en iedereen met wie pa werkt aan één tafel.
James weer zien.
Met een diepe zucht legde September haar dagboek weg. Ze dacht aan school, aan de tweeling en aan James. Hopelijk is James dit jaar niet zoals … ze drukte gedachte weg, weigerend er aan te denken, hopen was toch hopeloos, alsof het ooit anders werd. De tweeling had gister vrolijk verteld over de kaaswinkel van hun vader en het arbeidstekort dat ze hadden, als een soort stille hint. September doorzag de hint, maar negeerde deze. Ze keek op de klok en zag dat deze acht uur aan wees. Tijd voor school. Nog twee dagen en dan was het vakantie.
Helaas was voor September de vakantie eerder een straf dan een zegen. De kerst kwam eraan. Een tijd voor vrolijkheid en familie. Maar voor September was het een tijd van hel, toneelspelen en vreemde mensen. Haar moeder moest altijd een van haar “society party’s” geven waarbij heel Nederland was uitgenodigd en waarbij September de “perfecte dochter” moest spelen. Ze wist niet wat erger was; de aanwezigheid van de onbekende mensen of de verwachtingen van de onbekende mensen. September stond op, pakte haar tas en skateboard en ging rustig op weg naar school. Als September haar hoofd leeg wilde maken, ging ze skateboarden, een gewoonte van vroeger. Het feit dat ze te laat kwam bij biologie, deerde haar niet veel. De leraar was meestal toch te laat … en verder was hij bang van haar. September kon biologie in danige bochten wringen dat biologie iets was om je voor te schamen, hoe ze het voor elkaar kreeg wist ze niet, maar meestal begon het met iets onschuldigs als het zenuwstelsels en eindigde het op een pijnlijke en bloederige dood waarbij kippen je de ogen uitpikte. Mocht het toch zo zijn dat deze biologie leraar niet van horrorfilms hield.
Met een behendig gebaar trapte September tegen de achterkant van haar skateboard aan, zodat hij omhoog vloog, in haar hand. September liep de school in en legde het skateboard boven op de kluisjes naast de deur.
‘September,’ klonk het dreigend. Ze draaide zich om en zag de conciërge staan, boos. September schudde ongeduldig met haar hoofd, iets dat “wat” moest betekenen. ‘Je bent te laat.’ September rolde schokkerig met haar ogen, alsof ze rondkeek zonder haar hoofd te bewegen en herhaalde haar gebaar. ‘Je moest je om acht uur melden. Het is nu vijf over half negen. Dat is een dag erbij.’ September stak haar duim op en begon alle 43 trappen op te lopen.
‘Zal ik maar een “L” achter je naam zetten, September?’ vroeg de biologieleraar die zowaar op tijd was vandaag.
‘Val dood,’ zei September rustig terwijl ze door het gangpad naar achter wilde lopen. De leraar verkwam dat door haar bovenarm te pakken. September draaide zich om en keek enigszins, héél licht geschrokken, met haar lippen een beetje van elkaar geweken, naar de hand en met schokjes bewogen haar ogen via de arm van de leraar, naar zijn gezicht. Ze bewoog haar hoofd niet en trok haar bovenlip enkel nog wat verder naar boven en liet de spiertjes rond haar neusvleugels enigszins tillen, als een spastisch trekje wat een heel dreigend effect gaf. Ze trok haar arm met een ruw gebaar los, ‘raak me nog een keer en ik klaag je aan,’ zei ze dreigend en doordringend, ze hield haar tong even tussen haar tanden en liet de “n” in de lucht hangen. Ze trok haar tong terug en heel de klas leek zijn adem in te houden. De leraar vermande zich en hield zijn arm voor September, om haar tegen te houden. September zag het vanuit haar ooghoek en weigerde haar gezicht af te wenden, ze trok haar lippen weg en ontblote haar tanden, die ze van elkaar deed. De leraar leek geïntimideerd, hij ging een beetje achteruit hangen, maar hield zijn arm als barricade voor haar. Een zacht gesis klonk op uit Septembers keel en ze blies als een kat, de ogen van de leraar werden groot, maar hij bleef waar hij was. Septembers geblaas zwol aan en ineens liet ze het gesis hard klinken en ze bewoog haar gezicht met een schok een beetje richting de leraar.
Ook al was het slechts een paar centimeter, de leraar hing nog verder naar achter en verloor zijn evenwicht. Terwijl de leraar net wist te voorkomen om te vallen door een been in de lucht te gooiden en zich vast te grijpen aan de dichtstbijzijnde tafel, liep September met een dodelijke, gefixeerde blik naar achter, niet links of rechts kijkend. Ze dreunde haar tas neer op de tafel en keek vijandig door de klas, die haar als één man hadden gevolgd en die haar nu allemaal aankeken. Ze stak haar middelvinger op en bewoog haar arm een paar keer wild heen en weer en keek hierbij even door de klas. Toen plofte ze neer en zakte onderuit, zodat de tas haar het zicht over de klas ontnam.
‘Jij krijgt strafwerk, meisje,’ klonk de leraar beschaamt van de andere kant van de klas.
September ging met nog een wilde beweging om haar tas heen hangen en keek de leraar gemeen aan, ‘dat cavia’s uw vingers maar mogen aanzien voor voedsel en aan deze eten tot er van uw armen niet meer over is dan stompjes,’ en ze verdween weer achter haar tas.
‘Eruit!’ zei de leraar, trillend van woede, met overslaande stem en hij wees naar de deur.
‘Ik ben er net!’ riep September terug van achter haar tas. Het volgende moment stond de leraar naast haar en hij wees met zijn hand nog steeds met zijn arm omhoog richting de deur, al leek hij sterk te overwegen om September ermee een uithaal te geven. ‘Durf het eens,’ zei September zacht doch duidelijk hoorbaar.
‘Er-uit,’ siste de leraar, op elke lettergreep duidelijke druk leggend.
‘Make. Me,’ zei September op dezelfde manier terug. Een spiertje rond zijn neus begon zenuwachtig te trekken. Met een vlaag draaide hij zich om en liep naar voren, bloedlink was’t ie. Maar niemand op de wereld was zo link als September, met de komende twee weken in het vooruitzicht.
Met wilde gebaren vertelde de leraar de stof van die dag en gebood iedereen met een woede die hij nooit liet zien dat iedereen eraan moest gaan werken.
Ze waren nog geen halfuur bezig, of er werd op de deur geklopt. Het hoofd van de gymleraar stak om de hoek, ‘mag ik storen?’
‘Tuurlijk!’ zei de bioleraar overdreven hoffelijk.
De gymleraar keek even of hij serieus werd genomen en begon toen te vertellen over een reisje naar Griekenland, waarbij ze een week culturele dingen zouden gaan bekijken. ‘Het is in mei en ik wil het uiterlijk 31 januari weten,’ ving September nog net op. Ze was goede voornemens aan het bedenken voor volgend jaar en ze krabbelde ze allemaal op een briefje.
Goede voornemens voor het nieuwe jaar:
- Wereldoverheersing plannen
- Overgaan zonder op wonderen te hopen
- Hopen dat ik me aan bovenstaande hou
- Hoop bij voorbaad al opgeven
Even liet ze haar pen boven het papier hangen en dacht na over wat ze als volgende wilde schrijven. Ze zuchtte en krulde haar lippen naar binnen, diep in gedachten. Ze krabbelde wat neer en zette er direct weer een streep doorheen en schreef eronder nog wat dingetjes dat ze nooit zou uitvoeren
- Hoop bij voorbaad al opgeven
- De tweeling een kans geven
- James castreren met een lepel
- Moeders haar grijs verven
- Pa’s secetaresses dwingen aangifte te doe
‘September?’ September keek op en zag dat de twee leraars en de rest van de klas haar allemaal aankeken. September maakte weer haar “wat” hoofdgebaar. ‘Ga jij niet mee?’ vroeg de gymleraar.
‘Nee?’ vroeg September, die niet echt wist waar het over ging.
‘Naar Griekenland niet?’
‘Griekenland?’ Ineens besefte September weer waar ze was en wat er was verteld, ‘oh, uhm … ik … kijk wel,’ September was even van haar stuk geslagen door de plotselinge vraag dat ze haar gebruikelijke botheid even vergat. Achteraf had ze het liefst gewoon “nee!” geroepen, maar dat kwam op dat moment niet bij haar op.
‘Dat is goed,’ zei de leraar op een toon alsof zijn kind voor het eerst een optelsom succesvol had gemaakt. September schoot weer terug in haar gebruikelijke doen en haar wenkbrauw kroop langzaam omhoog. Hij wilde nog wat zeggen, maar werd onderbroken door de bel en September liep als eerste de klas uit en ging op weg naar Engels, nog diep denkend over het castreren van James—wat ze met een lepel zou doen—en de secretaresses van haar vader—die allemaal aangifte gingen doen van seksuele intimidatie en alles wat daarop volgde, zoals seks met minderjarige. September huiverde nog even, als ze er zo over na dacht, was haar vader een behoorlijk gore vent, terwijl ze, van al haar familieleden, nog wel de meeste positieve herinneringen met hem had beleeft.
‘Hoi, hoi!’ riep Emiely vrolijk toen September de klas binnen kwam. September zuchtte en besloot maar naar ze toe te lopen, ze hadden een plekje voor haar vrijgehouden en zo beroert waren ze nou ook weer niet.
‘Ze is er zowaar,’ zei Gavin met een licht zelfgenoegzaam lachje. September wierp hen een blik toe en gooide haar tas op de lege tafel tussen Emiely en Gavin in. Ze liep om de tafel van Gavin heen en ging zitten. De leraar begon gelijktijdig zijn verhaal en vijf minuutjes later, kreeg September een blaadje onder haar neus geduwd:
hoi September hoeist? met mij goed!
September onderdrukte de aandrang om haar wenkbrauw sarcastisch op te trekken tegen het papiertje, het handschrift was zo … zoet. Het viel eigenlijk nog mee dat er geen hartjes op de op de “i” stonden in plaats van puntjes.
dus?
Schreef ze terug, niet wetend wat ze ermee aanmoest.
nou gewoon intresse
September maakte een tekentje dat aangaf dat ze sarcastisch, met opgetrokken wenkbrauw schuin naar Emiely keek:
¬_¬
Ze schoof het papiertje weer terug en hoopte ervan af te zijn. Ze keek naar het bord waar de leraar Engelse grammatica stond uit te leggen dat ze allang begreep. Hij legde het uit met een stuk of vijf zinnen, steeds dezelfde maar steeds een andere tijd. Ze hoorde het geluid van schuivend papier en ze zuchtte voor ze naar beneden keek:
is er wat?
‘What the,’ fluisterde September tegen zichzelf.
hoezo?
Zenuwen kriebelde voorzichtig in haar buik terwijl ze wachtte op een antwoord
je bent zo stil
Verdomme, ze moeten uit m’n zaken blijven, dacht September vijandig.
ben geen prater
Zo, opgelost. Althans, zo leek het:
hallo! wat is er?
Gavin begon zich ermee te bemoeien. September begon zich er aan te ergeren, waar haalden ze dat vandaan!?
niks! wáárom vraagt iedereen dat!
September schoof het briefje een stukje naar voren en gaf met haar vinger een ferme tik tegen de zin om haar irritatie kracht bij te zetten.
interesse 
Was Gavins antwoord. Terwijl September even nadacht of ze nu gerust gesteld werd door dit antwoord en dat de tweeling het enkel vroeg om erachter te komen of er iets was, dan dat ze zagen dat er iets was, schreef Emiely wat op het briefje, dat Gavin doorstreepte en er wat onderschreef. Weer schreef Emiely wat op het briefje en wilde het net aan Gavin terug geven toen September het briefje onderschepte en er vinnig neerschreef:
zij ik ook al
zei <-- mierenneuker
okee
vinden jullie het echt nodig dat dat klotepapiertje steeds langs mij moet?
De tweeling las het en aan twee kanten hoorde September gegnuif dat overging in geluidloos gegiechel. Gewichtig keek September voor zich uit en onderdrukte de aandrang om beide hoofden tegen elkaar te slaan. Emiely pakte het briefje weer:
sjagerijn :p
Gavin pakte het briefje over en September sloeg met de muis van haar hand tegen haar voorhoofd. Hij streepte het door:
sjagerijn :p
chagerijn :p
September keek naar het papiertje en gaf Gavin een tik tegen zijn voorhoofd, alvorens ze het briefje afpakte en neerkrabbelde:
sjagerijn :p
chagerijn :p
chagrijn
Fuck you both
En ze hield het briefje op, eerst naar Emiely en toen naar Gavin, terwijl ze hen een emotieloze blik toewierp. De tweeling schoot in de lach en September legde het briefje onder haar boeken toen de tweeling werd berispt op hun gelach.