Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  Amnesia
  The Kiddnap-recover
  Septembers Storm
  => 13 December
  => 14 December
  => 19 December
  => 24 December
  => 25 December
  => 31 December
  => 1 Januari
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23906 Besucher (51319 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
31 December
31 december 2007                                                Oudjaars markt
 
Kerst cadeautjes:
Schoenen.
Zilveren ringetje van mijn vader, wat enkel om mijn pink past.
Een computer programma om muziek op de computer te componeren en een bijbehorend snoertje om instrumenten aan de computer aan te sluiten.
Een Ultrasone hooftelefoon (een edition 9! Like, oh my god!!)
Een electronisch drumstel.
en een nieuwe basgitaar, sinds de vorige uit het raam is gevallen (note to self: niet in het raamkozijn gitaar spelen)
 
Kijken wat het volgend jaar nog doet. De cadeaus van vorig jaar hebben net de zomer gehaald.
 
Vandaag is er weer oudjaars markt in het stadscentrum. Ben weer uitgenodigd om te spelen, dus gister is mijn nieuwe electronische drumstel naar de binnenstad gebracht en vandaag zijn mijn gitaren (een electrisch en een acoestisch), versterker en sampler opgehaald. Het enige wat ik moet meenemen zijn twee microfoons, want die van de binnenstad zijn drie keer knudde
    oh, en me keyboard natuurlijk!
wens me succes.

Het was een koude winter, maar te warm voor sneeuw, zoals altijd eigenlijk. Terwijl September zich klaarmaakte onder het afdakje in de Nieuwstraat, begon ze al wat publiek te trekken. Op het laatste moment had ze ook besloten om haar keyboard mee te nemen, om nog wat rare geluiden te produceren.
Links stond haar drumstel, rechts haar keyboard, voor haar haar sampler en mengtafel, met de voetbediening op de grond en haar gitaren achter haar. De elektrische was haar nieuwe gitaar, die van Zilver, die inmiddels beplakt was met zilveren tribals.
In de afgelopen dagen had ze een heel repertoire kerstliedjes in haar hoofd gestampt en met haar nieuwe koptelefoon, waar ze geen genoeg van kon krijgen, wist ze zeker dat ze het optimale geluid uit haar instrumenten kon toveren.
Op haar keyboard had ze een klein bordje geplakt.

ik speel op aanvraag en kan deze aanvraagjes
ook opnemen en op cd zetten voor u   .
 
Opgenomen nummer:
2,-- per cd’tje

Verder had ze het ook niet meer dan redelijk gevonden om een klein spaarvarkentje neer te zetten op haar keyboard, een kleine tip kon nooit kwaad.
Zodra ze zich had geïnstalleerd, wende ze zich naar haar keyboard en begon een kerstliedjesmedley te spelen dat ze had afgekeken van een Disney film. Omdat ze ook veel kinderliedjes speelde (sinds de meeste kerstliedjes óf duizend malen gecoverd zijn óf kinderliedjes zijn) stonden er al snel een aantal moeders en kinderen om haar heen. Soms speelde ze liedjes twee keer, zodat de kinderen konden meezingen.
September mocht dan heel bot, ruw en agressief overkomen, maar ze was dol op alles dat nog oprecht geloofde in magie en de goedheid van de wereld en daarom kon ze heel erg genieten van het kijken naar kinderen.
Toen ze tijdens het spelen van De Herdertjes Lagen bij Nachten ineens een paar keer getrommel hoorde, keek ze om en zag ze een jongetje en zijn zusje dat op haar elektronisch drumstel zaten te meppen.
‘Willen jullie ook meespelen?’
De kinderen leken zich in eerste instantie dood te schrikken, September met haar zwarte haar, donkere make-up en dito kleren kwam alles behalve toegankelijk voor.
‘Willen jullie dat?’ Vroeg de moeder van de twee, de kinderen knikten timide.
‘Cool, kennen jullie ook nog een leuke liedje?’ De kinderen leken te denken, ‘wat dachten jullie van Midden In De Winternacht? Kennen jullie die?’ De kinderen knikte. ‘Nou, kom maar dan!’ Moedigde September aan, en ze haalde de thermosfles met cappuccino en de laptop van haar versterker, zodat de kinderen erover heen konden klimmen.
‘Oké,’ begon September met een serieus gezicht en op een toon alsof ze de kinderen een staatsgeheim ging vertellen. Onderwel zag ze vanuit haar ooghoek, hoe de vader zijn camera had gepakt en was gaan filmen. ‘Jullie krijgen van mij een belangrijke taak. Bij het liedje worden er allemaal instrumenten genoemd, toch?’
Het jongetje stak zijn vinger in de lucht, ‘dat weet ik,’ zei hij trots. September gokte hem een jaartje of zeven, acht, ‘een bel, een trom en een fluit!’
‘Inderdaad! Ze zingen over vogels, over een citer, over fluiten en over een bel en een trom.’
‘Ik kan het hele liedje zingen,’ vermelden het kleine meisje dat hooguit twee jaar jonger was dan haar broertje.
‘Mooi, dan wil jij mij misschien wel helpen met de fluiten en de vogeltjes? Dat gaan we op mijn keyboard doen,’ en September wees naar haar keyboard, ‘en jij wil vast wel op mijn drumstel helpen met de bellen en de troms?’ vroeg ze aan het jongetje. ‘Hoe heten jullie eigenlijk?’
‘Ik ben Julia,’ zei het meisje en netjes gaf het meisje September een hand.
‘Hallo Julia, ik ben September.’
De jongen lachte, ‘dat is een maand, joh!’
‘Ja, en mijn naam.’
‘Echt?’
September knikte serieus, ‘Oh, ik heet Remco,’ Remco draaide zich om naar zijn moeder, ‘mama, waarom heten wij niet als maanden?’
Moeder en vader moesten lachen en ook September grinnikte even, ‘Nou. Zal ik het even voordoen, Remco?’
De jongen knikte en met veel toneel legde September uit hoe hij op de twee grijze plateaus moest slaan. Na een halve minuut van het juiste geluid uitzoeken, waarbij het publiek moest beoordelen of het wel goed op een bel en op een trom leek—wat Julia en Remco liet kirren van het lachen, omdat September bij een geluid volhield dat dát echt een bel was, terwijl het geluid van een scheet uit haar versterker kwam—wist Remco wat hij moest doen.
September rolde haar kruk voor haar keyboard en tilde Julia op haar schoot, ‘Kan jij een beetje piano spelen?’ Julia schudden nee, ‘oh, dan gaan we het makkelijk maken. Kan jij dit naspelen?’ en September drukte drie toetsen naast elkaar steeds twee keer in en een vierde toets drukte ze één keer in. Julia speelde het na en herhaalde het een paar keer.
‘Goed zo, dat moet jij doen, oké? Ik zeg wel wanneer je het moet doen. En dan komt er dit geluid uit,’ September drukte een van de honderd knopjes in op haar keyboard en uit haar keyboard klonk vogelgetjilp.
‘En wie doet de citer?’ Wilde Remco weten.
‘Dat doe ik, kijk maar,’ en September wende zich tot haar akoestische gitaar en stemde deze anders, zodat het leuk klonk als September er met haar platte hand op sloeg.
‘Mag ik dat doen?’ Vroeg Remco, die dat ook best wel gaaf vond.
‘Doe maar niet, je moet voorzichtig slaan, niet te hard, niet te zacht. Ik doe het liever zelf.’ Aan het gezicht van Remco kon je zien dat hij graag nog even wilde door zeuren, maar de definitieve klank in haar stem gaf aan dat ze geen tegenspraak zou accepteren.
‘Oké, zullen we dan?’
September wilde net beginnen, toen ineens de moeder van de twee over haar mengbord hing, ‘wil je het voor ons opnemen?’
September knikte, ‘wilt u voor mij dan wat foto’s maken?’ En ze gaf de vrouw haar polaroid. De vrouw knikte, kreeg uitleg hoe het werkte en ging klaar staan. September knipoogde naar Remco en drukte de juiste knopjes op haar sampler in.
‘Jullie moeten goed in de microfoon zingen,’ vermelde September nog even, de microfoon naast Remco werd door zijn moeder wat dichter bij hem gezet en de microfoon achter het keyboard hing ook hoog genoeg voor Julia. ‘Jullie mogen beginnen met zingen als ik het zeg, oké?’ De kinderen knikten.
September speelde een korte intro, knikte naar Remco en begon met Julia te zingen.
‘… antwoord op ons hopen,’ zongen ze. September drukte snel op het knopje op haar keyboard en Julia speelde haar korte solootje feilloos. September stelde snel haar keyboard in op een functie die zorgde voor de benodigde “fluit”-geluiden en boog zich naar haar gitaar, waar ze even ritmisch op tikte, en gelijk weer terug veerde om de “fluiten aan te blazen”
‘Laat de bel,’ kling! Klonk het als een koebel, ‘laat de trom,’ trom-trom! Deed Remco, ‘laat de beltrom,’ kling-trom, ‘horen. Christus is geboren.’
Toen het liedje was afgelopen—veel te snel naar Septembers zin, ze vond het eigenlijk wel leuk om met de kleintjes te spelen—ging September even aan de gang met haar mengtafel en laptop en een minuutje later deed September het cd’tje in het hoesje en verruilde het met haar camera, een stapeltje foto’s en een briefje van vijf.
‘Houd de rest maar,’ glimlachte de moeder. September dankte haar en keek hoe het gezinnetje wegliep.
‘Dat was leuk, mama, ik wil ook gitaar gaan spelen!’ Hoorde September Remco roepen tegen zijn moeder.
‘Ja, en ik wil op pianoles!’
September lachte en keek naar het kleine meisje voor haar.
‘Wilt u misschien Stille Nacht spelen?’ Vroeg ze verlegen.
‘Ja hoor, en wil jij misschien meezingen bij mij?’ Het meisje knikte en liet zich door haar vader over de mengtafel heen tillen. September zette haar op haar schoot en begon te spelen.
Het meisje keek met grote ogen naar de vingers van September die als spinnen over de witte en zwarte toetsen vlogen.
September voelde dat ze veel publiek trok en vaak klonken er kreetjes als “schattig” of “ah”. Het zachte stemmetje van het kleine meisje maakte dat September zich ook inhield, zodat haar stem niet zou overheersen.
Toen ze klaar waren klonk er applaus en met een vluchtige blik wist September zeker dat ze vanavond meer fooi had gekregen dan de vijfentwintig euro die de organisatie haar betaalde.
Toen ook dat meisje weg was, kwam het eerste verzoekje: Alles is Liefde van Bløf.
‘Wilt u het helemaal, met de drums en alles erop en eraan, of gewoon om nu naar te luisteren, met alleen de gitaar?’
De twee keken elkaar aan, ‘We weten niet precies wat je met dat eerste bedoelt, dus verras ons daar maar mee.’
September grijnsde, dat zou wel goed komen.
Snel zocht ze het liedje op in haar mp3 en zette haar nieuwe koptelefoon op. Ze besloot akoestisch te blijven, want ze had geen zin in jankende gitaren. Ze luisterde even, pakte haar gitaar, stemde deze en al vrij snel had ze het ritme te pakken.
Ze rolde naar haar drumstel toe, zette de sampler aan en na vier minuten spelen en kutten stond het eerste deel erop.
‘Dat was deel één,’ verkondigde ze plechtig aan het stel, die elkaar goedkeurend aankeken. ‘Deel twee is de gitaar,’ en ze pakte haar gitaar. Eigenlijk moest ze ook nog een bas hebben, maar die had ze niet meegenomen. Verder had ze geen akoestische bas, omdat ze zo groot waren en nogal veel ruimte innamen. Vaak speelde ze de bas gewoon op haar gitaar. Het gaf niet hetzelfde effect, maar dat deerde haar niet zo veel. Na de gitaar twee keer te hebben ingespeeld, pakte ze de microfoon, stelde de hoogte bij en speelde haar resultaat tot zover af op over de versterkers, wat ze tot dusver nog niet had gedaan, om het publiek nieuwsgierig te maken. Inmiddels veroorzaakte haar publiek een opstopping in de smalle straat en iedereen keek afwachtend af. Net toen ze het aan wilde zetten, bedacht ze dat er ook nog een piano doorheen zat. Dat was minder. Ze had het graag zo willen zingen. Ze besloot het achterwegen te laten en alleen vanaf de bridge te spelen.
Ze stelde haar sampler in op de microfoon en op het keyboard.
Ze zette zich demonstratief neer achter een van de twee microfoons en zette de muziek aan. Ze telde af en begon te zingen. Onderwel bleef ze iedereen aankijken en zorgde ook dat ze geen tel hun aandacht verloren. Hoe ze het deed, deed ze het, maar Septembers blikken kunnen je afstoten, maar ze kunnen je ook aantrekken op een niet te verklaren manier.
Toen ze de laatste zin voor de bridge had gezongen, bleef ze nog even wachten tot het korte stukje “gitaarsolo” voorbij kwam en ze rolde op het laatste moment snel naar het keyboard en wist haar vingers in een wilde gooi in een keer goed op het toetsenbord te krijgen en begon gelijk met spelen, verder zingend in de microfoon boven het keyboard.
Net voor de laatste noot uit haar versterker uitsteeg, had September snel de opname afgesloten. Ze hield er niet van als er gejuich op haar opnames te horen was. En gejuich was er. Er werd gejuicht, geklapt en gefloten en met een blik op haar spaarvarkentje, wist ze hoe laat het was: tijd voor een korte pauze. Om haar geld in haar tas te stoppen en een busje neer te zetten. Het was een soort collectebus waar officieel een plaatje op had gezeten met een felicitatie erop, maar September had het zo handig gevonden om het als giftenpotje te gebruiken, omdat het geld er niet zo snel uit gejat zou worden (heel gedoe, eerst het slotje lostrekken, dan de dop eraf en het potje maakte een hels kabaal als het geld erin bewoog) dus had September het etiket er afgetrokken en het gebruikt als fooienpot.
‘Sorry mensen, mijn vingers worden stijf van de kou, even opwarmen binnen, bij een verwarminkje.’ En met die woorden stond September op en stapte over haar versterker het winkeltje ernaast in. Het was een kinderkledingzaak.
‘Goedemiddag, leuk gespeeld?’ Vroeg de vrouw achter de balie, ‘ze lijken nogal vol van je.’
‘Zijn ze ook,’ glimlachte September, ‘kan ik hier even opwarmen?’
‘God, kind. Je zult ook wel bevroren zijn in dat rotweer, in enkel een vestje.’ En de vrouw ging September voor naar achter, waar ze gelijk wat water opzette.
‘Mag ik ook even mijn thermosfles bijvullen?’ Vroeg September en ze hield haar tasje spullen op. Direct ging de vrouw koffie zetten. Het belletje van de winkel ging wat aangaf dat de vrouw even wegmoest, om de klanten te helpen. September vond het niet erg, ze was al die mensen even zat, even alleen zij en haar gedachtes. Het varkentje zat in haar tas en de collectebus werd voor de laatste keer gecontroleerd of hij wel echt leeg was.
Toen ze na een kwartier haar lunch naar binnen had gewerkt en haar handen had gewarmd aan een grote bak thee, bedankte September de medewerkster voor haar vriendelijkheid en liep weer naar buiten.
‘Wacht even,’ hoorde ze achter zich, ze draaide zich om naar de vrouw, ‘Het kaaswinkeltje heeft een voetenwarmertje, misschien kunnen ze er één missen.’
‘Is goed,’ en met die woorden sloot September de deur achter haar.
Nu ze zo-even binnen was geweest, viel het haar ineens op dat het inderdaad best koud was buiten, ze besloot direct naar het kaaswinkeltje te lopen, dat naast haar opstelling stond.
‘Nog even wachten,’ zei ze tegen de man van de security die haar instrumenten in de gaten hield. Ze jogde de kaaswinkel in, waar het best druk was, en liep naar voren. Net toen ze niet meer terug kon, besefte ze van wie de winkel was.
Eric en Emiely stonden op vol tempo mensen te helpen.
‘Septembergh!’ Riep Emiely dolgelukkig uit.
‘Wat doe jij nou hier?’ Vroeg Eric.
‘Uhm … ik verzorg de muziek hier?’
‘Hebben jullie haar niet gehoord dan?’ Vroeg de man naast haar, ‘ze is heel goed, hoor!’
‘Speel jij muziek?’ Vroeg Emiely.
‘Ik máák muziek en ik spéél op instrumenten. Maar. Ja, dat doe ik. Daar kom ik hier ook voor. Ik hoorde dat jullie—’
‘Loop maar even door naar achter, September, we zijn op dit moment een beetje druk,’ zei Eric, die een vrouw haar geld terug gaf.
September liep langs de balie en de manden eieren naar achter, waar ze beeld kreeg op een keuken en op Gavin.
‘Hé, cool,’ was zijn eerste reactie, ‘wat doe jij hier?’ Ging hij verder op dezelfde toon. September liep verder en toen zag ze ook Geoffrey en een oude man staan, die aan het afwassen waren.
‘Ik verzorg de muziek aan de overkant van de straat.’ Ze knikte naar Geoffrey en glimlachte naar de man
‘Gaaf, ik wist niet dat jij muziek maakte?’
‘Dat kan kloppen. Daar kwam ik voor,’ de chaos in de zaak en het feit dat Gavin door bleef gaan met kazen in stukken snijden, brachten haar wat van haar apropos.
‘Wat is er dan?’ Drong Geoffrey aan.
‘Ik hoorde dat jullie een voetenwarmer ding hebben.’
‘Ja,’ reageerde Gavin en hij trapte tegen een wit kastje waarin roodgloeiende stangen achter een roostertje hingen.
‘Ik wil hem lenen,’ kwam ze maar ter zaken.
‘Oh, maar deze hebben we zelf nodig of niet?’ Gavin draaide zich om, alsof hij toestemming vroeg aan de rest.
‘Ik sta hier de hele tijd af te drogen, opa staat de hele tijd af te wassen en jij loopt de hele tijd heen en weer, als we het nog niet warm genoeg hebben van die lichaamsbeweging, dan staan we in ieder geval niet lang genoeg stil om onze voeten te warmen,’ merkte Geoffrey droog op.
‘Daar heb je je antwoord,’ Gavin draaide zich weer naar September, ‘neem maar mee, we hebben nog een verlengsnoer boven liggen.’
‘Waar boven?’
‘Die pak ik wel even,’ de oude man, blijkbaar hun opa, droogde zijn handen snel af aan een van de zes drogende theedoeken en reek September de afwasborstel aan, ‘als jij mijn werk even overneemt.’
Onwelwillend, maar niet in de positie om te weigeren, pakte September de afwasborstel aan en nam zijn plek in.
‘Dus. Speel jij hier vaker?’
‘Vorig jaar met oud en nieuw, met de zondag voor kerst dit jaar en vorig jaar en dit jaar met de dag van cultuur.’
‘Dat is al een paar keer,’ merkte Gavin op. September haalde haar schouders op.
‘Schuift het nog een beetje?’ Vroeg Geoffrey met een knipoog.
‘Vijfentwintig euro per keer en de fooien mag ik houden.’
‘Krijg je veel fooi?’
‘Ja. Ik verkoop ook de liedjes die zijn aangevraagd, dus zo verdien ik er nog wat bij.’
‘Hoeveel heb je al?’
‘Een spaarvarkentje vol.’
‘Is dat veel?’
‘Meer dan vijfentwintig euro, dat kan ik je wel vertellen.’ De twee broers leken wel perfect op elkaar ingespeeld, alsof ze deze conversatie hadden geoefend, ze vroegen om en om wat de volgende vraag zou zijn. Eigenlijk klonk het best logisch, maar toch, de manier waarop de vragen geformuleerd werden, ze vulden elkaar precies aan. September—die alleen maar met twee mensen te gelijk sprak als het een ruzie betrof—stond er van te kijken.
‘Is het hier altijd zo druk?’
‘Het is oudejaarsdag, wij zijn tot en met de zesde gesloten, nu is de tijd om je kaas, noten en paté in te slaan.’
‘En de tappas,’ vulde Geoffrey aan, wat Gavin deed lachen.
‘Mis ik wat?’ Vroeg September, niet snappend wat er zo grappig is aan Spaanse hapjes.
‘Flauw grapje, had je bij moeten zijn geweest,’ hikte Gavin.
‘En waarom zijn jullie dan dicht tot en met de zesde gesloten, de tweede valt al op een woensdag als je persé nieuwjaarsdag wilt overslaan.’
‘We zijn wegens familiare redenen gesloten.’
‘Kijk eens aan, meis.’ De opa van de jongens kwam de keuken ingelopen met ene mooi opgerold snoer onder zijn arm, ‘achter de deur zit een stopcontact in de muur. Veel succes nog met spelen.’
September, die geen zware “familiare redenen” wilde horen, nam het snoer aan, bedankte en wilde net de keuken uitvluchten toen Gavin haar nog riep.
‘Hoe laat ben je klaar,’
‘Wil om vijf uur gaan opbreken.’
‘Gezellig, dan kan je ons komen helpen,’ melde hij opgewekt.
‘Pardon?’
‘We sluiten om zes uur en we willen graag vóór middernacht thuis zijn, het zal nogal een rotzooi zijn, dus dan kan je ons mooi nog even helpen.’
‘Waar is het deel waarin mijn instemming wordt gevraagd?’
‘Dat heb ik overgeslagen, je zou toch nee zeggen.’
‘Waarom ga je er nu vanuit dat ik wel op kom dagen?’
‘Pap!’ Riep Gavin ineens hard, zodat September opschrok.
‘Wat?’
‘September komt ons vanavond helpen met opruimen.’
‘Gezellig! Wat leuk, September!’ Klonk de stem van Emiely.
Gavin glimlachte enkel naar haar en keek haar aan met een blik in z’n ogen dat zei “nu zit je eraan vast”. September keek of hun opa nog keek en stak zijn middelvinger naar hem op, voor om te draaien en de zaak uit te lopen.

Het kacheltje had geholpen en om vijf uur besloot September het een dag te noemen en ze begon met het helpen van de security om haar spullen naar een busje te brengen die haar instrumenten terug naar huis zou brengen.

Emiely had tot vijf keer aan toe de moeite genomen om haar een dampende beker chocolademelk te brengen, dat uit een zakje kwam, aangemaakt was met water, maar desondanks enorm lekker smaakte.
Het fooienpotje zat tot de nok toe vol en ook het varkentje stond nu echt op knappen. September had bij lange na niet verwacht dat ze zóveel geld zou verdienen vandaag. Van de drie pakken lege cd’s die ze had meegenomen, had ze er geen een meer over en ze had het laatste halfuur opnameaanvragen moeten weigeren, tenzij ze zelf even een cd-pakje gingen kopen. Gelukkig had een aardige medewerker van de fotoshop in de straat haar probleem vernomen en had haar een pakje van de zaak aangeboden als ze zijn aanvraag zou spelen.
De organisator kwam haar te gemoed lopen toen de security net de laatste spullen wegbracht.
‘Gelukkig dat ik je nog tref,’ begroette de man haar, ‘is het goed gegaan?’
September knikte, de informatie dat ze zoveel geld had verdiend dat ze het fooienblikje had moeten legen in haar tasje om ruimte te houden voor nieuwe fooien, hield ze voor zichzelf.
‘Hier is je geld en ik bedank je namens de hele cultuurcommissie van Maassluis.’
‘Doe ze maar de groeten terug, ik moet nu gaan, ik moest nog helpen opruimen bij het Kaaswinkeltje.’ En ze wees naar de open schuifdeur naast zich.
 ‘Oh, dan zal ik je niet langer ophouden, hartelijk bedankt nogmaals en ik hoop je weer te zien met de Paasmarkt.’
‘Ik zal er zijn, meneer. U kent me nummer,’ en met die woorden liep September de winkel in.
‘Goddank, dat ben je,’ zei Gavin bij wijze van een groet, ‘Hier, trek dit over je kleren aan,’ hij duwde haar een gele blouse in handen en een blauw schort. Inmiddels hingen overal handdoeken te drogen en waren Geoffrey en de heer v/d Boogaart waren nog steeds snijplanken, kaasmessen, pannenlikkers en bestek aan het afwassen, ‘als je dat aanhebt,’ ging Gavin verder, ‘loop je de winkel in en neem je alle kazen mee die bijna op zijn.’
‘Hoe kan ik nou iets meenemen dat bijna op is.’
‘Als de gesneden stukken bijna opzijn, moet je de hele kazen meenemen naar achter, dan kan ik ze snijden, neem wel de kazen die in de koeling liggen, de buitenlandse kazen, achter de kassa liggen natuurlijk ook nog kazen, maar dat zijn gewone Nederlandse kazen, die worden op verzoek van de klanten gesneden.’
September knikte instemmend en trok snel de blouse en het schort aan.
Al vrij snel liep September de hele tijd heen en weer tussen de keuken en de winkel. Niet alleen de kaas moest ze nu meenemen, maar ook lege salade-, paté- en tapasbakjes werden mee naar achter genomen, waar ze de vulling moest halen uit de koelcel, die bijna warmer aanvoelde dan in de zaak zelf, waar de schuifdeuren wagenwijd openstonden en nu de zon onder was gegaan, werd het voelbaar kouder. Haar handen waren rood en gevoelloos en haar tenen deden pijn van de kou. Het was simpel en geestdodend werk, maar het gaf desondanks een goed gevel; ze wist dat ze iets zinnigs aan het doen was; het feit dat ze iemand uit de brand hielp gaf een zelfvoldaan gevoel.
Na een halfuur werd de laatste klant de winkel uitgebonjourd met een vriendelijke glimlach van Emiely die de deur achter hem dichtdeed.
‘Oké,’ Riep Eric en verzamelde zo ieders aandacht, ‘even een kleine wie-gaat-wat-doen. Emiely, wil jij met September even de salades, tappas en patés gaan schoonmaken. Gavin, jij gaat de noten vacuüm verpakken en Geoffrey, jij wast het laatste af. Pa, gaan wij de kazen inpakken?’
De heer v/d Boogaart knikte en Emiely pakte September bij de pols en laadde haar handen vol met patés.
Met ieder drie bakken paté in handen liepen ze terug naar de keuken, waar Emiely de patés uitstalde onder een cilinder met papier erin dat “de tork” genoemd werd, omdat die naam op de voorkant van de plastic cilinder stond gedrukt. Emiely liet September in sneltreinvaart zien hoe ze de bakken moest schoonmaken. Emiely ratelde enorm snel en haar sterke Brabantse accent maakte het soms moeilijk te volgen, maar gelukkig was het geen werk waarvoor je gestudeerd moest hebben, je moest gewoon goed poetsen.
‘En dan leg er een plasticje overheen,’ ze voegde de daad bij het woord, ‘en leg je hem in de koelcel.’
Terwijl Emiely wegliep met het bakje paté, pakte September alvast een stukje tork en begon te poetsen.
‘En wat vond je ervan?’ Vroeg Geoffrey, die een handdoek te drogen hing en voelde of een van de andere al droog genoeg was om er iets meer droog te krijgen.
‘Chaotisch,’ was Septembers samenvatting.
‘Sja, met Kerst is het normaal nog drukker, maar nu we sinds dit jaar een week dicht gaan met oud en nieuw, is het op oudejaarsdag niet te toppen, zo druk.’
‘Sinds dit jaar pas?’
‘Sinds dit jaar dicht voor een week? Ja, vorig jaar zijn we twee dagen open gegaan en zijn toen twee weken gesloten geweest.’
September knikte. Ze was wel nieuwsgierig, maar besloot er niet over te beginnen. Ze wilde niet nieuwsgierig zijn.
‘Dus met de feestdagen werken jullie allemaal hier?’
‘Jep,’ antwoordde Emiely, die inmiddels al aan de derde bak paté begonnen was, terwijl September net aan haar tweede begon, ‘het is een familiebedrijf, hè. Opa werkt mee, van hem was de winkel tot begin deze maand, toen is hij er officieel mee gestopt en heeft papa het overgenomen. Het jaar dat ons Geof vijftien was geworden moest hij met ons pap en mam mee naar Maassluis om hier te gaan helpen, toen hielp oma ook nog mee en toen Gav en ik oud genoeg waren, kwamen wij ook helpen en kon oma stoppen. Door de weeks hielp toen ook nog een andere vrouw mee, omdat onze oom drie jaar terug naar Duitsland was verhuisd. Die is er ook mee gestopt toen wij hier kwamen wonen.’
‘Het is inderdaad een familiebedrijf,’ stelde September vast.
‘Ja, papa is eigenlijk een beetje een vreemde eend in de bijt, omdat dit bedrijf eigenlijk via de kant van ons mam ging.’
‘Máár ik ben lekker ingeburgerd,’ zei Eric glimlachend, terwijl hij met zijn elleboog de hendel van de koelcel naar voren trok.
Toen de afwas gedaan was, de kazen waren weggewerkt en ook de laatste saladebakken in de koelcel gezet waren, wist September niks beters te doen dan te kijken hoe Geoffrey de vloer dweilde en de tweeling de koelingen, waar de ongesneden kazen nog inlagen, afsloot door er een scherm overheen te schuiven.
September keek voor het eerst die dag de ruimte eens écht door en zag hoe er op de toonbank onder de Nederlandse kazen een foto stond van een familie. September herkende Gavin, Emiely, Geoffrey en Eric eruit en ze besloot dat de twee oudsten de grootouders waren en de onbekende man de nu Duitse oom was waarover gesproken was. Hij had zijn arm over een donkerharige vrouw, waarschijnlijk de tante, en aan zijn andere kant stond een mooie vrouw, haar blonde haar viel tot net over haar schouders en haar blauwe ogen kon je zien stralen ondanks de grote van de foto. Ze was mooi, écht mooi. Qua uiterlijk was ze net zo mooi als haar moeder, voordat die haar haar begon te blonderen en er lijntjes op haar gezicht begonnen te tekenen. Deze vrouw leek wel de eeuwige schoonheid en jeugd te hebben. In de ogen van Marjolein was te zien dat ze geluk forceerde en zich dwong om eeuwig blij en gedistingeerd te zijn. Deze vrouw had dit van zichzelf. Ze leek op Emiely, behalve de ogen, maar ze had de kalmte van Gavin over zich. Deze vrouw zou niet impulsief zijn, zoals Emiely, maar haar acties rustig overwegen en dan een verstandig besluit nemen. Ze zou instinctief weten wanneer iemand een knuffel nodig heeft, of een luisterend oor, of een schouder om op te huilen.
Althans, dit was wat September zich voorstelde terwijl ze naar de foto keek, naar de gelukkige familie die uitbundig, vrolijk en alles behalve gedistingeerd op de foto stond. Vereeuwigd om geluk uit te stralen vanaf een glanzend papiertje op een toonbank in een kaaswinkel.
‘Dat is de familie,’ zei Gavin, die met zijn handen tegen de toonbank leunde en met een voet zachtjes tegen de onderkant schopte.
I figured,’ merkte September droog op.
‘Hmm?’ Gavin keek op met een blik die midden hield tussen milde interesse en een vraag
‘Dat had ik door.’
‘Daar zijn Emiel en ik,’ hij wees op de foto, ‘Geof, opa, oma,’ hij ging met zijn vinger over de foto en wees de mensen aan, ‘pa en dit is mama.’
Hij wees naar de vrouw die er op zich niet echt speciaal uit zag, maar toch iets over zich had. Net als bij Geoffrey kreeg zijn stem een ondertoon van diepgewortelde liefde die zelfs de dood niet kon doorbreken.
‘Ze is mooi,’ zei September.
‘Ja hè?’ Zuchtte Gavin.
Aan haar andere kant verscheen Geoffrey, ‘ik had het je gezegd,’ merkte hij op, ‘ons mam is beide, knap én mooi. Wat het verschil ook mag zijn.’
‘Dit,’ en September wees op de vrouw op de foto, ze durfde de foto niet aan te raken uit angst dat ze een vette vlek op het glanzende papier zou maken, ‘dit is mooi, dit is pure schoonheid, dit is het beste voorbeeld wat ik heb van mooi zijn.’
‘Kinderen, zijn jullie klaar?’ Klonk de stem van Eric, ‘we zijn al klaar, laten we gaan.’
‘Waar moet ik mijn werkgoed leggen?’ September hield het bundeltje kleding op.
‘De waszak,’ klonk het uit vier monden in koor en Emiely hield een witte zak met blauwe strepen op, waar September haar kleding in deponeerde.
‘Ga je nog even met ons mee?’ Vroeg Emiely lief, ‘opa komt bij ons oud en nieuw vieren en we gaan thuis lekker gourmetten en glühwein drinken.’
‘Ik denk dat September zich thuis moet melden, het is per slot van rekening oud en nieuw. Verder vonden haar ouders het ook niet leuk dat ze er met Kerst niet was.’
‘Dat lag niet aan u hoor, dat was iets wat daarvoor gebeurt was, wat ze niet leuk vonden.’
‘Je mag bij ons even een glühweintje komen drinken, maar je kan niet mee-eten, daar hebben we niet genoeg voor, dat moet je thuis doen, je kan vanavond nog wel even gelukkig nieuwjaar komen wensen.’
‘Ah, pap, toe nou,’ zeurde Emiely, maar Eric schudde stellig zijn hoofd.
‘Niks persoonlijks, September, maar ik wil graag oudejaarsavond even vieren met m’n familie.’
‘Heel begrijpelijk,’ stemde September in.
‘Maar je komt nog wel even bij ons wat drinken, als bedankje voor je hulp vandaag,’ zei Gavin die naast haar kwam staan en een hand op haar schouder legde. Echt op haar gemak voelde ze zich niet met die hand op haar schouder, maar ze besloot hem niet af te schudden.
‘Hoe ben je hier gekomen?’ Vroeg Geoffrey terwijl ze richting de uitgang liepen.
‘Oh, m’n tas,’ herinnerde September zich, ze pakte haar tas, die voor haar skateboard lag, waarmee ze gelijk Geoffrey’s vraag had beantwoord.
‘Gaaf,’ merkte hij op, ‘je skate?’
‘Nee, ik gebruik dit als peddel, ik ben aankomen varen via de maas,’ merkte September bijdehand op. Geoffrey, Eric en de tweeling schoten in de lach en de heer v/d Boogaart grijnsde breed.
‘Ik mag jou wel,’ merkte hij op, ‘wij zijn in ieder geval allemaal met de fiets, sinds het niet zo ver is. Houd je dat bij denk je.’
‘Waarschijnlijk wel.’
‘En anders kom je gewoon bij een van ons aan de bagagedrager hangen,’ vond Emiely.
De deur werd afgesloten en bij de brug stonden vijf eenzame fietsen te wachten op hun eigenaar. September liet haar skateboard op de grond vallen en wachtte met één voet op het board tot iedereen er was.
De weg naar het huis van de familie v/d Boogaart was kort en het tempo was prima bij te houden door September, zeker omdat ze lichtelijk bergafwaarts gingen. Verder was het ook makkelijk te doen doordat September de jas van Gavin in haar rechterhand hield.
‘Ik doe de openhaard aan!’ Riep Emiely, nog voor iedereen goed en wel zijn jas had opgehangen in het kleine halletje.
‘Dat doet ze niet!’ Riep Geoffrey gelijk.
Gavin hield zijn zusje tegen, ‘ik heb haar!’
‘Snel, pap, doe wat voor ze weer het hele huis in de fik steekt!’
‘Wat nou! Dat was een ongelukje! Ik kon toch ook niet weten dat dat houtsblok terug zou komen rollen?’ Verdedigde Emiely zichzelf.
‘Daarom moet je eerst het hout er inleggen en het dan pas aansteken,’ zei Gavin op een plagend toontje van iemand die tegen een kleuter praat.
‘Krijg wat,’ wenste ze haar broers toe, ‘ik pak de glühwein wel.’
‘Dan steek ik dat ding wel aan,’ zei Geoffrey, die uit de trapkast een paar vierkante blokken hout haalde.
Al snel knetterde de openhaard lekker, was de hond uit de bench gehaald en zat iedereen met een warme beker glühwein in zijn handen op de bank.
September had het zich gemakkelijk gemaakt op de lage poef en de minihond kwam even bij haar kijken.
‘Hoi beestje, gelukkig nieuwjaar, hè.’ Ze aaide het beestje dat naar haar opkeek, als ze op de grond zou zitten zou ze nog net niet op ooghoogte zitten met de hond, het was misschien net veertig centimeter hoog. Het hondje snuffelde aan haar gezicht en likte een keer langzaam over haar wang, alsof de hond niet zeker wist of ze het wel zou toelaten.
‘Nou, nou, je mag je bevoorrecht noemen,’ merkte Eric op, ‘normaal heeft ze het niet zo op vreemde.’
‘Ik trek beesten aan,’ merkte September droog op, iedereen lachte, ‘nee, echt waar,’ zei September glimlachend, ‘waar ik ook ga, sta of zit, als er een beest in de buurt is, vind het me en kroelt het met me.’ Weer gelach.
‘Maar dit is ook wel een kroeldoos, hè,’ zei Emiely tegen het beestje en trok het naar zich toe, ‘je bent een kleine kroeldoos, je bent een kleine kroeldoos, dat ben je, jawel, dat ben je.’ Ze duwde met haar handen de lange snuit van het beestje heen en weer zodat het speels naar haar handen hapte.
‘Niks kroeldoos,’ merkte Gavin op, ‘een kleine slettebak, dat is ze.’
‘Ben je een slettebak, ben je me kleine slettebakkie,’ kirde Emiely in een vreemd stemmetje tegen het beestje, die het allemaal best leek te vinden.
‘Hoe oud is ze?’ Vroeg September, die toch lichtelijk vertederd was door het beestje en haar baasje.
‘Een jaar en drie maanden ongeveer,’ Gavin keek vragend naar de rest.
‘Dat klopt, ze werd vier september geboren,’ stelde Geoffrey vast.
September sloeg een keer op de grond, ‘kom es hier, beestje, heb jij ook iets van een speeltje of kan jij alleen maar kroelen?’
‘Jawel, ons Jaylynn heeft heel veel speeltjes, hè Jay? Ga ze pakken, ga je knuffel pakken!’ Moedigde Emiely aan.
‘Hoe heet ze?’ Vroeg September terwijl het beest dolgelukkig wegsprong naar haar bench om de knuffel te pakken.
‘Jaylynn.’
‘Jullie hebben wel een voorliefde voor niet-alledaagse namen, of wat?’
‘Hoezo?’ Vroeg Gavin.
‘Nou, van negen van de tien Kevins die in Nederland wonen, schrijf je de naam met K-E, niet met G-A, Emiely wordt vaak geschreven en uitgesproken als Emmelie en wordt afgekort tot “Em” niet tot “Emiel”. Ik weet niet hoe je jouw naam schrijft, maar dat zal vast ook niet met J-E-F beginnen.’
‘Nee, met G-E-O-F,’ merkte Geoffrey op.
‘Ik bedoel maar, en zelfs de hond heeft een niet-alledaagse naam. U bent eigenlijk de enige die de uitzondering op de regel is,’ Zei ze tegen Eric.
Eric glimlachte, ‘Ronja hield van namen. Van ze opzoeken, de betekenissen erachter vinden en ze schrijven op een unieke manier. Ze wilde dat onze kinderen uniek zouden zijn, dat zelfs van hun naam er niet dertien in een dozijn gaan.’
‘Ik zou een moord doen voor een naam waarvan er dertien in een dozijn gaan,’ merkte September op, die nooit iets anders dan vervelende dingen over haar naam had gehoord.
‘Oh, ons mam zou van je naam gehouden hebben,’ bemoeide Emiely zich ermee. Jaylynn was inmiddels al weer naast September gaan staan met een pluche eend in haar bek.
September glimlachte en pakte de eend aan beide kanten van de bek vast, ‘laat eens los, dan. Mag ik apporteren?’ Vragend keek September op naar Eric.
‘Ga maar een trekspelletje met haar doen, dadelijk gaat ze even uit en dan mag je met haar gaan rennen, maar daarvoor is dit huis iets te vol en iets te breekbaar.’
Geoffrey reek achter zich, naar de bench waar alle speeltjes op lagen en gooide haar een wildgekleurd touw toe met twee knopen aan weerszijde, ‘ga maar met je flos spelen.’
De flos belande met een doffe klap op de vloer en September kon zich zo voorstellen dat je daar iemand mee kon doodknuppelen. Desondanks deden zij en de hond een greep naar de flos en rende Jaylynn trots weg met de flos in haar bek. Ze keek om naar September om te kijken waar ze bleef, maar September was weer op de poef gaan zitten, wetend dat ze een achtervolging zou ontknopen zodra ze de hond achterna zou gaan.
Het hondje kon het niet lang volhouden en kwam al snel voorzichtig terug lopen met de flos in haar bek en haar staart recht naar achter. September keek recht voor zich uit en zag vanuit haar ooghoek de hond dichter en dichterbij komen. Toen de hond binnen bereik van September was, haalde ze uit en pakte ze de andere kant van de flos.
Jaylynn sprong op en begon gepassioneerd aan de flos te trekken, wild met haar staart zwaaiend. Voor een paar minuten speelde September met de miniatuur versie van de tv-held Lassie, tot Emiely kwam aanlopen met de riem, ‘Ik ga nog even met de hond uit en dan gaan we eten, Sep, dus dan moet je naar huis.’ Het was inmiddels al bijna acht uur en de nieuwjaarsborrel zou bij haar thuis ieder moment kunnen beginnen. Ze hoopte dat de band van vorig jaar er ook was; een van de gasten hadden twee zonen die in een bandje zaten en met hen had ze het lekker kunnen vinden, met z’n drieën hadden ze de muziek zitten maken die avond. Zo had ze James die keer kunnen ontlopen.


31 december 2007                                                woep-te-diddel-lie-dee

10 ... 9 ... 8 ... 7
... 6 ... 5 ... 4 ... 3 ... 2 ... 1 ...


Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Do you want your own website too?
Register for free