Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  Amnesia
  The Kiddnap-recover
  Septembers Storm
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  => 9/11
  => Cry Wolf, Cry
  => Donkere Nacht
  => Duister Bos
  => Fly Away
  => Hoog Sammie, Kijk Omhoog (NIEUW)
  => Lonely Snow
  => My Brother
  => My Lullaby
  => My Lullaby (En)
  => Op Het Podium
  => De Stem
  => Tequila & Coconut (NIEUW)
  => The Wall
  => The Wall (En)
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23643 Besucher (50921 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
9/11

De straat is vol van mensen, overal lopen mensen, rennen mensen, kijken mensen en ik loop er tussen; elf jaren jong met een vader, moeder en grote zus die alle drie in het WTC werken.
Ik had maar één doel: mij bij hun voegen.
Hoe ik deze klus moest klaren en wat ik zou doen als ik er ook daadwerkelijk in slaagde om hen te bereiken, waren zorgen voor later, nu overwon mijn kinderlijke drang naar de geborgenheid van mijn ouders het van mijn wil om te overleven. The survival of the fittest gaat niet op als je elf bent en weet dat je ouders in gevaar zijn.
Een donkere vrouw pakt me bij mijn schouder en draait me om, 'kom hier meisje, waar zijn je ouders?'
'Daar,' en ik wijs naar de zwarte rook die uit gebouw één en twee komt. De vrouw mompelt dingen als "och liefje", "arm schaap" en meer van dat soort dingen waarvan ik het nut niet begrijp. Ik moet erheen, ik trek me voorzichtig los en loop als in een trance naar het rode lint dat van lantarenpaal naar lantarenpaal liep en mij de vrijheid benam om mij te herenigen met mijn familie. Ik kijk om me heen en schiet onder het lint door, niemand ziet me—hoop ik—en ik begin te rennen.
'Daar! Verdomme, kom terug! Meisje, kom terug!' klinkt het van achter me. Zware voetstappen klinken op het asfalt en ik begin sneller te rennen.
Net op het moment dat ik een hand om mijn pols voel sluiten, klinkt een hels gerommel. De man achter me begint een heel scala aan scheldwoorden af te draaien en als versteend kijk ik hoe het dak van gebouw twee verdwijnt in een grote wolk. Ik ruk me los en begin als een wilde richting de Twin Towers te rennen, mijn onderbewuste wéét dat ik net mijn grote zus ben verloren maar mijn geloof in de goedheid van deze wereld weigert te geloven dat er zojuist een gat is geslagen in ons familieportret.
'Dat kind mag niet verder komen! Roep eenheid zeven op dat er een meisje hier rondloopt!' hoor ik de man achter me roepen. Ik sprint weg van de mannen en ren de lange weg af terwijl er een grote rookwolk mij tegemoet komt. Ik voel de rook mij omringen en het ontneemt mij het zicht. Mijn kennis van New York City is na elf jaar struinen groot genoeg dat ik, ondanks mij beperkte zicht, mij weet te oriënteren.
Langzaam trekt de wolk weg en weet ik dat ik nog maar een paar straten verwijderd ben van het WTC. Nog steeds woekert het vuur uit de toren die daar nu alleen stond, zonder zijn tweeling, net als ik, zonder mijn ouders of mijn zus. De straat is bedekt met stof en het is stil, dodelijk stil. In de verte klinkt het geloei van een politiewagen, ambulance of brandweer, maar verder klinkt er niks, geen vogeltje, geen auto, geen niks. Ik zucht en kijk rond. De straten die ik ken—drukbevolkt, vol en gehaast—zijn nu leeg, verlaten en stil. Het verlies van de stad die ik kende drukt zwaarder op me dan het verlies van mijn zus. Er bestaat geen twijfel of mijn zus nog leeft, ze werkt zo hoog in het gebouw dat ze er nooit meer uit zou zijn gekomen. Het is een bittere gedachten voor een kind van mijn leeftijd. Deze situatie maakt mijn toch al heldere kijk op de wereld nog helderder. Mijn moeder laat me graag in een sprookjeswereld leven, maar mijn zus is een hardcore rationalist, al het kwaad van de wereld, alle wreedheid werd mij verteld, niet zo bloederig als het in het echt is, maar toch wordt ik iedere dag met mijn neus op de werkelijkheid gedrukt, tot grote ergernis van mijn moeder.
Terwijl ik mijn gedachte over alles laat gaan ben ik inmiddels van sprinten overgegaan in slenteren. Mocht iemand mij nog volgen, zouden ze me binnen een mum van tijd hebben.
Ineens wordt de complete stilte verbroken door gegil, gebulder en gerommel. Ik kijk op en ik zie hoe de paal op het dak van de laatste Twin Tower in het stof verdwijnt. Samen met de toren voel ik hoe mijn knieën heb begeven en ik zink neer in het midden van de weg, ooit druk bevolkt met stationwagons, nu compleet verlaten. Ik zet mijn voetzolen tegen elkaar en ga in kleermakerszit op de weg zitten.
Terwijl een reusachtige stofwolk op mijn af komt bulderen, druppen de tranen over mijn wangen en ik druk mijn handen tegen mijn ogen en pers mijn lippen op elkaar. Ik voel hoe het stof op mij neerdaalt. Kleine brokstukken en stenen knallen tegen mijn schouders, mijn rug en de achterkant van mijn hoofd. Mijn haar flappert om mijn hoofd en terwijl het gebulder weg sterft blijven mijn snikken als enige over. Mijn handen zitten onder het stof, het zit in m'n neus, in mijn haar en een beetje in mijn mond. Maar dat is het minste dat ik aan mijn hoofd heb; mijn ouders werken danig hoog dat ze er niet meer uit hadden gekund.
Ik ben alleen. Bedolven in stof en alleen. Mijn oren ruisen van de stilte. Mijn huid tintelt op plekken waarvan in niet wist dat je het zou merken als ze zouden tintelen. Ik wrijf over mijn bovenlip en het puntje van mijn neus om het vervelende kietelende gevoel te laten verdwijnen. Langzaam begin ik naar voren en naar achteren te bewegen terwijl mijn gehuil met de seconde harder wordt. Lange, luide uithalen verbreken de stilte en vulde de lege omgeving met diep verdriet.
'Meisje toch,' klinkt het achter me, ik draai me om en zie een man, grijs onder het stof, over mij heen hangen, 'wat is er gebeurd?'
Ik kijk naar de plek waar ooit de Twin Towers stonden, maar tussen de twee gebouwen zie ik nu niks meer. Ik kan alleen maar huilen. De man kijkt met me naar de grote leegte die heel Amerika voelt.
'Wat doe je?' klinkt het van achter ons. Een tweede schaduw valt over me heen, ik kijk niet op of om, verzonken in mijn eigen verdriet, 'Oh, maar dat is—' klinkt de vrouwenstem. Ze hurkt voor me neer en ontneemt me het zicht op de leegte, het is de grote zwarte vrouw van net, 'hé, wat doe jij nou hier?'
'Ik wil naar mama,' snik ik.
'Waar is jouw mama dan?' Vraagt de vrouw. Ik veeg met de rug van mijn hand langs mijn neus en wijs naar de lege plek tussen de gebouwen. De vrouw kijkt om en haar mond vormt een perfect ronde "o". Ze kijkt naar de man achter me.
'Misschien zijn ze eruit gekomen?' stelde de man voor, ik schudde enkel mijn hoofd en snikte op welke twee verdiepingen mijn ouders werkte.
'Dat is boven de inslag,' zegt de man zachtjes tegen de vrouw.
'Kom maar liefje, jij mag met mij mee.' De vrouw pakt me bij mijn hand en trekt me voorzichtig overeind. Ik blijf staan, maar kan me niet bewegen, ik kan alleen maar huilen en verlangen naar de geborgenheid van mijn ouders en de nuchterheid van mijn zus. De vrouw tilt me voorzichtig op en terwijl ik mijn hoofd op mijn armen laat rusten, die ik om haar nek heb geslagen, kijk ik over haar schouder naar het gat in het stof waar ik heb gezeten.
'En als niemand haar komt ophalen, heb ik nog wel een leeg bedje over.' Ik hoor het haar zeggen, maar het dringt niet door. Terwijl ik nog in het verleden leef, omringt door een pluche rand, sta ik aan het begin van een nieuw leven, met vreemde mensen en een scherpe kartelrand.

Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Would you also like to have your own website?
Sign up for free