Langzaam liet hij zijn ogen over zijn lichaam gaan. Hij wist dat het fout was, maar hij kon het niet helpen, het was sterker dan hijzelf. Enthousiast reageerde Bill op een vraag van de interviewer en maakte de hele zaal aan het lachen met een grap die Tom zelf even gemist had. Hij had het niet door, maar hij krulde om de paar minuten zijn lippen naar binnen en likte ze vochtig. Hij zuchtte ook vaak, iets wat hem dan weer wél opviel.
‘En wat vind Tom ervan?’ Hoorde hij de interviewer zeggen. Tom keek alsof hij precies wist waar het over ging. ‘Ik ben het wel met Bill eens.’ Zei hij, tien tegen een dat het dan wel goed was, alles wat Bill vond en dacht, vond Tom ook.
‘Werkelijk?’ Vroeg de interviewer grinnikend. Tom dacht even na, met een beleefde glimlach op zijn lippen, en hij ving de blik van zijn broer, die hem met opgetrokken wenkbrauwen en een grote grijns op zijn lippen aan keek. Tom begreep niet wat er precies aan de hand was, maar knikte vervolgens toch nog maar een keer ja.
‘Dus jij vind ook dat je meisjes gebruikt als tissues?’ Zei Bill grinnikend, ‘en ik maar denken dat we eindelijk ergens niet hetzelfde over dachten.’ Spotte Bill, wetend dat er wel meerdere dingen waren. Tom knipperde een paar keer met zijn ogen en gaf uiteindelijk toe dat hij niet had zitten opletten.
‘Waar lette jij dan op?’ Fluisterde Bill terwijl de interviewer weer even tegen de camera ging praten.
‘Zit een lekker ding daar.’ Mompelde Tom terug. Bill zuchtte, schudde zijn hoofd en schoot in de lach.
‘Bedanken jongens, voor dit gesprek en hopelijk tot snel en veel succes met jullie komende tournee.’ De jongens knikte, namen afscheid en liepen samen van de set af.
Een half uur later zat Tom achter het stuur van zijn auto met Bill naast zich. Ze reedde al een tijdje in stilte en af en toe keek Tom even naar links, naar zijn broer, die op zijn knieën zat te drummen op een liedje van Tom Jones. She’s a lady.
‘Well she's all you'd ever want, she's the kind they'd like to flaunt.’ Zong Bill mee. Hij keek grijnzend naar zijn broer, die zijn blik op de weg hield. ‘And take to dinner. Well he always knows his place.’ Begon hij ineens te zingen, Tom keek verbaast op van de weg, zijn broer vragend aankijken, om dan weer terug te kijken naar de weg. ‘He’s got style, he’s got grace, he’s a winner.’ Tom begreep nog steeds niet waar dit heen ging, waar doelde Bill op? ‘He’s my brother, whoa, whoa, whoa, he’s my brother. Talkin’ about my little brother.’ Toen viel bij Tom het kwartje.
‘Ha! Dat moet ik zingen!’ Riep Tom grijnzend
‘Ga je gang.’ Lachte Bill. Tom zond verder, afwisselend naar de weg en naar zijn broer kijkend. Bill kirde van het lachen en klapte in zijn handen. Toen het nummer afgelopen was, lachte ze nog even door.
‘Dit nummer is écht niet voor jou geschreven,’ Riep Tom tussen twee lachbuien door.
‘Waarom nou weer niet?’
‘Well he’s never in the way, is er al één om mee te beginnen.’ Tom keek uitdagend naar zijn broer, ‘en dan hebben we nog “well he’s never asks for very much.”’
‘En verder?’ Grijnsde Bill uitdagend. Tom dacht na.
‘Verder eigenlijk niet. Verder klopt hij wel.’ In stilte gingen de twee zwijgend de tekst af, iedere “she” in een “he” vervangend. He knows me through en through, she knows just what to do and how to please me. Schoot er door twee hoofden, allebei beseffend hoe mooi het paste, het paste perfect, vond Tom, wat hem weer terug bracht bij zijn dilemma van die avond.
Zuchtend draaide Tom zijn hoofd weer naar de weg en keek weemoedig door de voorruit naar buiten.
‘Tommi? Wat is er?’ Tom schudde zijn hoofd bijwijze van een antwoord. ‘Jawel, ik zie het toch aan je.’ Tom parkeerde op de parkeerplaats voor het huis en stapte uit zonder te antwoordde. ‘Hé Tom? Zei ik iets verkeerd?’ Voor het hek begon er ineens een serie gegil te klinken. De fans hadden de auto van Tom aan zien komen en Bills stem gehoord en stonden nu te gillen voor het gesloten hek. Zo gewoon als dat ze altijd zouden doen, liepen de jongens naar het huis, zwaaiend en roepend dat ze de volgende keer weer handtekeningen gingen uitdelen. Tom ramde de sleutel in het slot, smeet de deur open en sloeg hem bijna in het gezicht van Bill weer dicht. ‘Tom, wat is er nou!?’ Zei Bill meer geschrokken dan boos.
‘Niks!’
‘Lul niet.’
‘Doe ik niet.’ Maar het klonk niet zo zeker als Tom het bedoelde, hij kon niet liegen tegen Bill, en zelfs als zou hij het wel kunnen, zou het nog geen zin hebben, Bill zou hem doorzien alsof hij van glas was. Tom draaide zich om, om Bill in het gezicht te kunnen kijken en nog één keer te proberen om de schone schijn op te houden alvorens naar zijn kamer te verdwijnen. Toms ogen werden groot van schrik en hij week een klein beetje achteruit toen hij recht in de zwartomrande donkerbruine kijkers keek van zijn identieke tweelingbroer. De vlinders in zijn binnenste fladderde weer op.
‘Tom lieg niet tegen me, daar kan ik, punt één, niet tegen en, punt twee, is het zinloos, want ik zie het toch gelijk.’ En hij legde zijn gebogen wijsvingers even tegen de wangen van Tom. Hij keek Tom nog even speels vragend aan en bewoog zijn handen toen een beetje heen en weer, het gezicht van Tom langzaam met zich mee trekkend. Toms handen vond Bills heupen en bleven daar rusten. Alleen zij bestonden nog, alleen hun twee en verder niemand, niet de gillende fans voor de deur, noch de rede waarvoor ze daar stonden te gillen; de bekendheid van de tweeling. Niemand had nog enige betekenis, behalve hun twee. Bill zuchtte en Tom voelde de warme adem tegen zijn gezicht. Hij sloot zijn ogen even en toen hij ze weer open deed zag hij dat Bill zijn hoofd lichtelijk gekanteld had. Toms ademhaling versnelde enigszins. Toms handen lagen nu duidelijk op Bills heupen, maar Bill scheen er óf geen erg in te hebben óf het niet erg te vinden. Bill legde zijn voorhoofd tegen dat van zijn broer. ‘Je weet toch dat je me altijd alles kan vertellen?’ Een glimlach verspreide zich op het gezicht van Tom en gelijk op die van Bill. ‘Zo ken ik je weer.’ Toms vlindertjes leken wel de oerknal na te bootsen. Tom boog zijn hoofd wat omhoog en drukte een zacht kusje op het topje van Bills neus. Tom verwachte nu op zijn minst een “jongens” reactie, maar Bill gilde geen “bah” of veegde het topje van zijn neus af. Hij glimlachte nog breder en drukte zijn lippen zacht op die van Tom, zo zacht dat laatstgenoemde even twijfelde of ze wel degelijk lipcontact hadden. Bill drukte zijn lippen iets harder op die van Tom en na even verbijsterd te zijn geweest, drukte Tom Bill dichter tegen zich aan en sloeg Bill zijn armen om de nek van Tom.
‘Ik dacht dat jij op meisjes viel.’
‘Die gebruikte ik als tissues, weet je nog?’ Werd er gemompeld tussen twee kussen door. Voorzichtig opende Tom zijn mond en liet zijn tong over die van Bill glijden, die even twijfelde maar toen ook zijn mond opende. Toms tong verkende de binnenkant van de mond van Bill en vond diens tong. Ook al wist hij dat Bill een tongpiercing had, toch trok Tom zijn tong eventjes terug toen hij langs het metalen bolletje gleed. Bill zuchtte even en verdiepte zich in de kus, net als Tom, wat de kus passioneler maakte, maar waarschijnlijk ook fouter.
‘Tom,’ Mompelde Bill die zijn voorhoofd weer tegen die van Tom legde, maar hem niet aan keek. Hij bleef strak naar de print op Toms te grote shirt staren.
‘Hmm?’
‘Dit is fout.’ Tom probeerde Bills blik te vangen, maar deze bleef strak naar beneden kijken.
‘Hoezo.’
‘Weet je wel.’
‘Ja.’ Ontkennen had geen zin, dit was fout.
‘We zijn broers en niet zomaar broers, een tweeling en niet zomaar een tweeling maar een eeneiige tweeling en niet zomaar een eeneiige tweeling maar een –’
‘Beroemde eeneiige tweeling,’ Maakte Tom de zin van Bill mompelend af, ‘ik weet het.’
‘Wat gaan de fans er wel niet van vinden, en de pers, mijn god de pers zal het geweldig vinden.’ En Bill sloot beschaamt zijn ogen, terwijl hij met zijn ene hand de print van Toms shirt overtrok en de andere tegen de nek van Tom hield. Tom tilde de kin van Bill een beetje op en keek zijn tien minuten jongere broertje recht aan.
‘De hel met de fans en de hel met de pers, jij hóórt bij mij, zoals...' tom zocht naar iets wat als vergelijking kon dienen, 'zoals warmte bij vuur hoort.’ Schoot Tom plots te binnen. Noch Bill noch Tom zelf had ooit verwacht dat zoiets poëtisch ooit uit de mond van Tom zou komen. Ze hielde even stil. Tom zuchtte. ‘Du bist,’ begon hij zacht te zingen, ‘alles was ich bin, und alles was Durch meine Adern flieβt.’ En zijn lippen vonden die van Bill weer.
|