'Jij zit hier alleen?'
Toen ik opkeek van mijn boek, zag ik een zwartharige jongen naast mijn tafel staan. Het woord “punker” kwam bij me op, waarschijnlijk was dat, omdat de beide zijdes van zijn hoofd nagenoeg kaal waren behalve de voorste paar plukken. Met zijn zwarte kleding als een tweede huid zo strak, deed hij me eigenlijk meer aan een emo denken en een emo-liedje schoot in mijn hoofd.
'Ja,' was mijn reactie, die bijna aanvallend klonk.
'Goed als ik hier zit dan?' Hij zat al tegen de tijd dat hij zijn zin had afgemaakt.
Zijn nagels waren zwart gelakt, zijn lip, oren en neus waren gepierced en op zijn armen was een schaakpatroon getatoeëerd.
Hij droeg een zonnebril die het voor mij onmogelijk maakte om zijn ogen te zien.
'Wat wil je van mij?'
'Niks.'
'Wat doe je hier dan?'
'Zitten.'
'Dat hád ik door, ik ben niet blind,' zei ik een beetje snauwend. Hij was nog steeds niet gestopt met het scannen van het plein, 'maar waaróm?'
Voor het eerst sinds ik hem zag, richtte hij zich tot mij en legde zelfs zijn hand op de mijne, die al op de tafel lag, 'kijk liefie, bepaalde mensen zijn me aan het zoeken en ik wil eigenlijk niet gevonden worden. Alsje-, alsjeblieft, verpest m'n cover niet, 'ké?' Bijna geen van zijn woorden maakte hij helemaal af en de meeste woorden werden aan elkaar geplakt tot één monsterlijk lang woord.
Ik trok mijn hand terug en leunde weg van hem, hij zat in de stoel naast me en was enorm mijn persoonlijke ruimte aan het enteren.
Hij haalde een beanie uit een klein rugzakje dat voor mij tot op dat moment onopgemerkt was gebleven. De zwarte beanie maakte zijn unieke kapsel minder opvallend.
'Je heb een naam?'
'Waarom zou ik jou die vertellen.'
Hij nam zijn bril af en keek me aan met een grijns op zijn gezicht en één wenkbrauw opgetrokken, 'probeer gewoon een conversatie te starten, moppie.'
'Nou, wat is de jouwe?' Vroeg ik.
Hij keek weer weg, zonder te antwoorden.
De stilte tussen duurde voort, enkel verbroken door de voorbijlopende menigte en de overige geluiden van een grote stad. Onze poses bleven ook hetzelfde, tot een serveerster langs kwam om te vragen of we wat wilde eten of drinken.
'Ja, hebbie een Tequila voor mij?'
De serveerster en ik keken hem allebei even verbaast aan. Het was net iets na een uur in de middag.
'Nou, geef mij dan maar een Malibu,' bestelde ik.
'Ga je voor de kokosnoten?' Vroeg hij met een knipoog toen de serveerster wegliep, 'ga je coco-nuts?'
Dit keer was ik het die wegkeek en de vraag negeerde.
'Dus, Coconut, wat was je aan het doen?' Hij strekte zijn zijwaarts en liet zijn hand losjes over mijn schouder bengelen, de relaxte impressie geven van iemand die van de Amsterdamse zon zit te genieten met zijn geliefde.
'Nou, ik zou gaan studeren na deze lunchpauze.'
'Studeren zuigt.'
'Het verreikt me met een toekomst.'
'De mijne ook.'
'Wat doe je dan?'
'Uitvoerende kunsten. Dansen. Jij?'
'Literatuur.'
'Saai. Je haar is trouwens wel geweldig.' Hij hield een van mijn wit geblekte dreadlocks en veegde ermee mijn pony van mijn voorhoofd.
'Dank,' zei ik en keek toe hoe hij direct een nieuw drankje voor ons beide bestelde toen de serveerster zijn Tequila voor zijn neus zette.
'Dus,' hij goot zijn drankje naar binnen en ik besloot hetzelfde te doen, sinds de volgende al in aantocht was, 'jij stond op het punt om je te verdiepen in een van Wolkers' verhalen?'
'Oh, God nee. Meer zoiets als Charles Dickens en William Blake.'
'Engelse literatuur? Waarom?'
'Nederlandse literatuur is weerzinwekkend.'
'Waarom dat?' vroeg hij met een vage glimlach om zijn lippen.
'Ooit Turks Fruit gelezen? Of een van Wolkers' andere werken? Het is seks van pagina één tot aan het einde!'
Hij lachte, leunde van me vandaan en trok zijn wenkbrauwen op, 'lieve God, jij ben zo'n meisje, Christelijk opgevoed, of wat?'
Het koste mij een paar seconden om te begrijpen waar hij het over had, waarna ik ook een beetje meelachte, 'oh nee, nee-nee-nee-nee. Begrijp me niet verkeert; ik heb niks tegen seks, seks voor het huwelijk of vieze woordjes. Maar … alsjeblieft zeg, houd het lekker voor jezelf, houd het in je eigen kamer!' Hij lachte weer alsof ik net een grap had vertelt, 'ik hoef niet te lezen dat jouw pik schraal werd door de te grote hoeveelheid seks!' Tegen deze tijd was de spanning tussen ons gebroken en hadden we al twee drankjes op en hadden een derde bestelt.
'Dus, jij studeert Engelse literatuur, waar?'
'Oxford.'
'Wat?! Niet waar!' Riep hij uit en sloeg bijna de volgende Malibu uit de obers handen.
'Wel waar,' zei ik, trots op wat ik had bereikt.
'Dus, wat doe je hier dan? Thuis voor de vakanties?'
'Niet precies. Heb mijn ouders niet gezien sinds ik mijn studie begon, twee jaar geleden.'
'Waarom?'
'Daarom.' En ik keek weer weg. 'Ik blijf in een hotel,' begon ik weer, 'en jij?'
'In een kleine studentenflat hier in de buurt, studeer aan de Hogeschool voor Uitvoerende Kunsten hier in Amsterdam.'
'Dat is zo gaaf,' zuchtte ik. Inmiddels goten we allebei het vierde drankje naar binnen en ik voelde hem inmiddels al flink zitten, sinds ik niet gewent ben om meer dan drie wijntjes per week te drinken. Ik besloot dat het tijd werd om de bon te vragen.
'Je gaat weg?' Vroeg hij met een blik in zijn ogen die ik eerder nog niet had gezien. Het leek bijna op angst.
'Nou, ja. Ik ben klaar hier.'
'Ik vond het wel gezellig.'
'Ik ook, maar Robinson Crusoe ligt in mijn hotelkamer mijn naam te roepen.'
Hij pakte zijn portemonnee en legde een briefje van twintig op het tafeltje voor zijn vier Tequila's, 'kan ik niet met jou mee?'
Hij keek me weer aan en nu wist ik het zeker, hij was bang. He wilde echt niet gevonden worden. Tegen beter weten in, knikte ik naar hem. Hij glimlachte breed, leunde voorover en kuste mijn lippen.
Ik was totaal overdonderd en hij trok me dichter tegen zich aan toen de ober het geld kwam ophalen.
Om de een of andere reden voelde het niet eens zo heel fout om zo dicht bij hem in de buurt te zijn, hij had een heerlijke geur bij zich die totaal natuurlijk rook. Waarschijnlijk was dat de alcohol.
Toen ik opstond draaide de wereld ook lichtelijk mee en ik had er al gelijk een grote hekel aan.
'Waar is je hotel?'
'Je staat ervoor.'
Hij keek om en keek verbaast naar het restaurant, 'Oh, het restaurant is onderdeel van het hotel!' Zei hij.
Om een voor mij onbekende reden, pakte ik mijn zijn hand en nam ik hem mee het hotel in, richting de lift.
'Je ben eindelijk ontdooid,' stelde hij vast toen ik op het knopje bij de lift drukte. Ik leunde tegen de muur en keek naar hem op. Ik hief mijn hand op en trok in een lome beweging de beanie van zijn hoofd.
'Zo ben je veel leuker.'
Hij duwde me speels tegen de muur, zette een stap dichterbij en kuste me weer zachtjes op de lippen.
Een belletje gaf aan dat de lift er was en de mensen die uit de lift kwamen keken ons afkeurend aan. Ik was het wel gewend, meeste mensen vonden mijn haar ongehoord—het had me ook wat problemen bezorgt binnen de muren van Oxford—en iets in mij zei dat dit ook niet de eerste keer is dat Tequila een rare blik richting zijn kapsel kreeg.
Mijn kamer was op de zestiende verdieping, de zestiende kamer waar je langs kwam vanaf de lift gezien. In mijn kamer aangekomen viel het me ineens op wat een enorme megazooi het was. Overal stonden boeken opgestapeld, van schoolboeken tot Engelse Literatuur, van Amerikaanse sci-fi tot Nederlandse kasteelromannetjes. Her en der lagen ook wikkels van snoep of snacks en ik had een eigen ijzerwinkel kunnen beginnen met de hoeveelheid energiedrankblikjes.
Tequila pakte van het bureau een van de Red Bull blikjes, met een afdruk van rode lippenstift op het lipje, en schudde het licht, waarna hij het aan zijn mond zette en de resterende energiedrank in zijn mond goot. Toen hij het blikje terug zette keek hij ook naar het roodgekleurde lipje en wreef even met zijn duim over zijn bovenlip, 'er zit niks, hè?' Vroeg hij als bevestiging.
'Kunnen we wel wat aan veranderen,' opperde ik speels met mijn hoofd schuin, zodat de kamer weer draaide.
Met dezelfde scheve grijns liep hij naar me toe en duwde me op het bed, waarna hij op me sprong en al vrij snel eindigde al onze kleren op grond en lieten we ons helemaal gaan.
Daar mijn moeder me goed had opgevoed en mij altijd had vertelt goed voorbereid te zijn voor een “je weet maar nooit” situatie zoals deze, werd het nog een hele uitdaging om, met een kop vol Malibu, je te proberen te herinneren waar je die condooms gestopt had, maar na een paar minuutjes en heel veel gelach, hadden we ze gevonden en konden we verder met de bezigheden waar ik van walg over te lezen in Nederlandse literatuurboeken.
'Weet je?' Bracht ik op, nadat we vijf minuten hadden liggen nagenieten, 'ik moet echt nog heel veel lezen, vind je het erg als ik je eruit trap?'
'Nee hoor, ik snap het wel.'
'Mooi.'
'Onder één voorwaarde.'
'Wat?' Ik draaide me om en leunde op mijn ellebogen.
'Ik wil wel je nummer en je E-mailadres.'
Ik kon een glimlach niet onderdrukken en grinnikend liet ik me terug op zijn borst vallen.
Hij gleed onder mij vandaan en begon zijn kleding bij elkaar te rapen, waarna hij zich opsloot in de badkamer. Toen ik op de klok keek zag ik dat het al bijna weer tijd was voor het avondeten. Ik zou roomservice wel wat laten brengen, ik had nog vijf dagen voor drie boeken.
Toen we ons beiden hadden aangekleed, ik enkel in een joggingbroek en shirt, omdat ik ook nog wilde douchen, stonden we beiden voor de deur van mijn hotelkamer.
Zijn zwarte kleding stak scherp af tegen mijn witte shirt en lichtgrijze joggingbroek. Zijn zwarte haar was de direct tegenovergestelde kleur van de mijne en zelfs onze nagels waren tegenovergesteld gekleurd, het enige wat overeen kwam was alles onder de boven huid. Hart en ziel waren nu samen verworven, geest en gevoel bleken genoeg op elkaar ingespeeld voor een middag als we net hadden. We lijken zo anders en toch zo gelijk.
Na dik een halve minuut in zijn helblauwe ogen te hebben gekeken en deze wazige, mislukt literaire gedachte te hebben gehad, drukte ik alles weg. Ik kuste hem nog een keer op de wang, deed de deur voor hem open en keek toe hoe hij vertrok.
'Ik bel je nog wel!' Riep hij me toe vanuit de gang.
'Is je geraden!'
'Gaat wel lukken, jij bent een van de weinige meisjes die ik ooit ben tegen gekomen die de afstand Amsterdam-Oxford wel waard zijn!' Inmiddels was hij de hoek om en hoorde ik enkel nog zijn stem.
'Ik ben hier nog vijf dagen!'
'Mooi zo!'
'Vanmiddag was leuk!'
'Het was meer dan geweldig!' en toen klonk enkel nog het dicht glijden van de liftdeuren en het gezoem van adrenaline in mijn oren. |