‘Jezus, Tom. Ik heb je nou al duizend keer gezegd dat het me speet!’ Schreeuwde Bill pissig tegen Tom. Hij lag languit op de bank, een uur voor hun optreden, met Siënne languit op zijn borst.
‘En nu nog een keer alsof je het ook daadwerkelijk meent!’ Schreeuwde Tom terug.
‘Ik méén het ook.’ Zei Bill met een hoog stemmetje en hij pakte weer een streng van Siënne’s haar en begon het rond zijn vinger te draaien. In een half jaar was zijn wenkbrauw piercing weer terug—zij het in zijn andere wenkbrauw—was de wond op zijn wang zonder al te opvallend litteken geheeld, net als zijn wenkbrauw, al miste deze nog steeds haar op de plek waar ooit een wond had gezeten. Zijn blauwe plekken waren weggetrokken, zijn wonden waren geheeld, de leus op zijn borst zou nooit meer helemaal wegtrekken, maar dat zag toch niemand en zijn geheugen was weer terug en beter dan ooit. Zijn haar was deels terug en hij had er weer extensies in laten zetten, zodat zijn haar weer wat leek op wat het vroeger was. Nadat hij onderzocht was in het ziekenhuis, kon hij aan de politie het signalement van de vier daders geven, die dezelfde week nog waren opgepakt.
Sinds een maand waren ze weer gaan toeren en het beste van alles was dat hij nog steeds samen was met Siënne.
‘Als we nou eens stoppen met schreeuwen,’ opperde Siënne, ‘we zijn geen vijf meer en ruziën dus niet meer over niet-doorgetrokken wc’s’
‘Ga jij eens leuk wildvreemde onder struiken vandaan pikken.’ Opperde Tom geïrriteerd.
‘Ja, en dan wereldberoemd worden.’ Voegde Bill er knipogend aan toe. Hij keek liefdevol naar beneden, naar zijn redder, verzorger, beschermer en grote liefde, die lekker knus tegen zijn borst lag. Hij plantte een kus op haar mond toen ze haar kin ophief om naar hem te kijken en hij dacht bij zichzelf:
‘hiervoor zou je je geheugen voor opgeven.’
15 augustus 2008 00:00