Hoofdstuk 12
Het weerzien
Die ochtend ging heel vroeg de wekker bij Siënne, maar ze was al voor de wekker wakker geworden en dus was het enkel een signaaltje dat ze eruit moest. Ze sloop de kamer uit en haar eigen kamer in, waar ze wat schone kleren uit haar kast haalde. Ze keek even naar de handdoek op de spiegel, die Bill blijkbaar braaf had laten hangen, net zoals alle andere handdoeken. Met een simpele beweging trok ze de grote badhanddoek van de spiegel en liet hem op de grond vallen. Ze nam snel een douche en kleedde zich aan, ze deed haar haar en make-up en begon koffie te zetten. Toen ze op haar klok keek, zag ze dat ze slechts een kwartier hadden voor de band zou komen. Ze pleegde snel een telefoontje met Tom, over wáár ze precies woonde en dat scheen precies op tijd te komen, want ze reden Venlo net in. Toen Siënne ophing besefte ze ineens dat ze Bill nog helemaal niet had horen bewegen.
Ze klopte op haar kamerdeur, waar Bill net nog lekker lag te ronken, en opende langzaam de deur. De gordijnen waren nog steeds dicht en Bill lag nog steeds in bed, al was hij nu al zeker wakker. ‘Bill, kom je eruit?’ De ademhaling versnelde ineens nog meer als dat hij al ging. ‘Bill?’
‘Nee.’ Piepte Bill met een stem die niet leek op de zijne.
‘Kom je er niet uit?’
‘Nee.’
‘Jawel Bill, van alle keren dat je last kon hebben van plankenkoorts, is dit er niet een.’
‘Dit is anders.’
‘Nee, dit is niet anders.’ Ook al is dat het wel, ‘kom er nu gewoon uit of moet ik je eruit trekken alsof je een kleuter bent, je wilt toch niet dat je broer je zo ziet.’ Dit scheen Bill aan te moedigen om op te staan. ‘Hier, je schonen kleren.’ Ze had hem die avond nog horen douchen, dus dat was niet nodig, verder was er niet eens meer tijd voor. Net op dat moment ging de bel. ‘Kan je het zelf?’ Bill knikte zwijgend. ‘Schiet je op, ik bereid ze nog even voor en dan mag jij komen.’ Weer knikte Bill.
Siënne nam de hoorn van de haak en ze hoorde stemmen beneden. ‘Hallo?’
‘Hallo, wij zijn het.’
‘De deur is open.’ Zei ze terwijl ze op de knop drukte. Ze hoorde hoe mensen de hal verlieten en binnen vijf minuten verschenen Tom, Georg en Gustav op de galerij.
Voor de gelegenheid waren de jongens blijkbaar in hun normale outfit gekomen, ze droegen wat ze altijd en het enige wat hun identiteit kon verbergen was dan ook een zonnebril. Siënne schudde alle drie de jongens de hand en leidde ze naar binnen.
‘Doe je jas maar uit, je schoenen ook graag.’ Vermelde Siënne. De jongens deden braaf wat hun gevraagd werd. ‘Ik ben zo terug, wacht hier.’ Siënne liep de hal uit en controleerde de woonkamer, om te kijken of Bill daar niet zat te wachten. De woonkamer was leeg. ‘Kom maar.’ Wenkte Siënne.
‘Wat is dit.’ Vroeg Georg, die de badhanddoek over de spiegel in de hal optilde.
‘Oh, dat was … leg ik zo wel uit, haal er maar af.’ Ze trok de handdoek van de spiegel en begeleidde de jongens de woonkamer in. ‘Iets te drinken.’
‘Nee dank je, wel graag wat uitleg.’ Viel Gustav met de deur in huis. Siënne zuchtte en ging op de lege bank zitten, terwijl de drie jongens zich op één bank hadden gepropt.
‘Ehm, nou, ik vond Bill dus dinsdag avond, hij was er erg slecht aan toe. Hij was half bij bewustzijn, ik moest hem meer dragen dan dat hij zelf kon lopen. Eerst dacht ik dat hij gewoon dronken was en in de modder had liggen rollen. Maar het bleek dus dat hij verschrikkelijk in elkaar geslagen is.’ De vuisten van Georg en Gustav balde zich en Tom beet hard op zijn onderlip. ‘Ik weet niet of jullie alles willen weten over zijn toestand die avond, maar hetgeen dat hij er aan over heeft gehouden is een uitgescheurde wenkbrauw, z’n piercing is er gewelddadig uitgetrokken, zijn tongpiercing is eruit gehaald, ook alles behalve zacht en hij zit van onder tot boven onder de schrammen, sneeën en blauwe plekken. Zijn haar is toegetakeld, dat is nu … ja … weg.’ Siënne wist het niet anders te verwoorden. ‘Ze hebben het eraf geknipt, heel onregelmatig. In zijn nek hangt nog een beetje haar, om de tatoeage te bedekken denk ik en verder is het kort geknipt, ik heb geprobeerd het iets regelmatiger te maken en nu draagt hij vaak een pet of een ander mutsje.’ Tijdens het verhaal vloekte de jongens af en toe of gaven op een andere manier te kennen dat ze het verschrikkelijk vonden. ‘Als jullie dit weten, is het misschien tijd om Bill erbij te halen. Ik waarschuw jullie nog wel, Bill lijkt totaal niet meer op wie hij ooit was—van binnen en van buiten—dus verwacht dit ook niet van hem.’ Op dat moment klonk heel erg verslagen een klein stemmetje door de gang naar de woonkamer zijlen. ‘Siënne?’
‘Oh God,’ Mompelde Siënne zacht, ‘Wat is er Bill?’
‘Ik kan het niet alleen.’
‘Jij bent er toch.’ Fluisterde Gustav medelijdend.
‘Daar gaat het niet om. Ik kom eraan, schatje.’ En met die woorden stond ze op, verontschuldigde ze zich tegenover de jongens en wilde net de woonkamer uitlopen toen ze Bill in de deuropening zag staan. Toen Tom Bill zag ademde hij scherp in en draaide abrupt zijn hoofd op, zijn lippen had hij naar binnengekruld, waarschijnlijk om niet te laten zien dat ze trilde.
Bill stond daar, in enkel een broek, met zijn bovenlichaam bloot. De blauwe plekken, schrammen en meswonden werden geaccentueerd door de morgenzon die vol de woonkamer in scheen. Hij stond er met een zijde bloesje in zijn handen en op zijn borst waren de wondjes weer opengesprongen op de plekken waar hij zijn huid straktrok als hij zijn armen naar achteren deed. Siënne besefte dat dit traumatische gevolgen kon hebben voor de jongens en duwde Bill gelijk de kamer uit. ‘Kom hier.’ Snel stopte ze het bloeden en hielp Bill in zijn blouse. ‘Knoop maar dicht.’ Zei ze en ze draaide zich om, om de tegenoverliggende kamer—de woonkamer—in te lopen. Daar vond ze Tom, met de troostende handen van zijn twee vrienden op zijn schouders. Hij zat voorovergebogen, zijn ene arm lag nutteloos op zijn knieën en met zijn andere hand ondersteunde hij zijn hoofd. Waarschijnlijk huilde hij. ‘We zijn er weer.’ Mompelde Siënne. ‘Wil iemand een bekertje water.’ Zonder op te kijken liet tilde hij zijn ene arm even op, stak zijn hand in de lucht, waarna hij deze weer lusteloos op zijn knieën liet ploffen.
‘Hoi Tom.’ Begon Bill voorzichtig. Tom stopte even met ademen en slikte hoorbaar. Toen hief hij zijn hoofd op, rechtte zijn rug en ging achterover hangen tegen de bank, zijn ogen waren inderdaad bloeddoorlopen en er kleefde tranen aan zijn donkere wimpers.
‘Hey.’ Fluisterde hij en hij glimlachte bemoedigend. Siënne verdween even naar de keuken voor een dienblad met bekertjes water, want ze voelde de (huil)bui al hangen. Toen ze terug kwam, was Bill al op de lege bank gaan zitten en maakte hij de indruk alsof zijn moeder visite had en hij erbij moest komen zitten. Hij had zijn knieën tegen elkaar gedrukt en zijn handen ertussen geklemd, zijn rug was gebogen en hij maakte een gespannen indruk. Op zijn blouse begon een bloedvlek te ontstaan op zijn schouder, bij zijn nek.
‘Je bloedt.’ Georg had het ook opgemerkt. Bill keek naar zijn schouder en legde zijn hand erop, alsof hij het zo kon laten verdwijnen. Siënne ging naast hem zitten en ontblootte zijn schouder. Een heel erg beurse schouder kwam in zicht en Tom bedekte zijn gezicht met een hand en mompelde “oh, God.”
‘Het is al beter aan het worden.’ Zei Bill eentonig. Tom keek verbaast op. ‘Een paar dagen geleden was het zo erg dat ik m’n schouder amper kon bewegen.’ De drie jongens slaakte een zucht van woedde. Tom ging ineens voorover zitten, met zijn ellebogen op zijn knieën.
‘Weet je Bill, ik wil gewoon zeggen … weet je …’ Hij wist niet wat hij zeggen moest of hoe hij het zeggen moest, althans die indruk maakte hij, ‘het spijt me.’
‘Van wat.’
‘Van dat allemaal.’
‘Was dat jou schuld?!’ Vroeg Bill verongelijkt.
'Ah, man! We've been through this!' Zei Gustav verontwaardigd.
‘Ga jezelf nou niet de schuld geven, man, daar schieten we niks mee op.’ Kwam Georg voor zijn vriend op. Even was het stil, Tom boog zijn hoofd en na een klein tijdje zag Siënne een traan naar beneden druppen.
‘Ik moest zorgen … voor mijn kleine broertje.’ Klonk het gefluister ineens, zo zacht dat het bijna niet hoorbaar was. Gustav sloeg een arm om Toms schouder, die Tom niet afschudde. Weer was het even stil. Bill keek gebiologeerd naar zijn huilende wederhelft, oppervlakkig wetende dat dit zijn wederhelft was, emotioneel voelend dat dit zijn wederhelft was, maar niet broederlijk voelend dat het zijn wederhelft was. Zachtjes—en waarschijnlijk onbewust—was hij iets gaan neuriën. Hij keek verbaast op naar Siënne. ‘Ik kan me iets herinneren.’ Alle drie de jongens keken met een ruk op en Tom veegde snel met zijn hand een traan van zijn wang.