Hoofdstuk 13
De herkenning
‘Wat dan?’ Vroeg Siënne vriendelijk, zonder de nieuwsgierigheid die ze voelde te laten doorklinken.
‘Een liedje.’
‘Welke?’ Vroeg Gustav, die de hele tijd bijzonder stil was geweest.
‘tam tam tam derdedam tam tam tam,’ Dit herhaalde hij een paar keer, steeds een nootje hoger. Alle vier herkende ze de melodie, maar niemand kon een woord uitbrengen.
‘En verder?’ Vroeg Tom. Bill haalde zijn schouders op en iedereen ontspande zich weer. Siënne gleed van de bank af, ging op haar knieën tussen de bank en de salontafel zitten en reek Tom een glas water aan, die hij direct aanpakte.
‘Halt mich, sonst treib ich…’ Zong Bill op de melodie van zijn geneurie. Tom verslikte zich in zijn water en zette het snel neer. ‘In die Nacht.’ Stilte ‘Irgendwann wird es Zeit sein, lass uns gemeinsam - In die Nacht.’ Weer een stilte, het nummer scheen in vlagen terug te komen, want hij gooide het helemaal door elkaar. Deze keer was het langer stil, terwijl Tom met stille berusting zijn glas tussen zijn vlakke handen liet draaien en de rest tussen de twee heen en weer keek. ‘Du bist …’ Bill keek Tom vragend aan, ‘alles was ich bin—’
‘Und alles was durch meine Adern Flieβt.’ Zongen de twee samen. De ogen van Tom stonden vol tranen, die over zijn wangen rolde toen hij knipperde. Bill stak zijn hand uit, reek en veegde met de toppen van zijn vingers de traan van Toms wang. Tom had zijn ogen gesloten en genoot van de aanraking zo te zien, hij pakte Bills hand en drukte hem tegen zijn wang. Bill gleed langzaam van de bank af en kroop op zijn knieën naar Tom toe en sloeg zijn armen om de schouders van zijn huilende broer. Tom sloeg zijn armen om Bill heen en drukte hem tegen zich aan. Bill maakte een keelgeluidje dat aangaf dat hij pijn had en Tom verminderde zijn grip maar liet Bill niet los. Siënne kon tijdens dit vertederende moment maar drie dingen denken: ohmijngod, wat is dit schattig; waar is m’n fotocamera en; als twincest liefhebbers dit zien, zouden ze genoeg schrijf-, teken- speculeerinspiratie hebben voor een eeuw. Ze schudde haar hoofd om de fangedachtes uit haar hoofd te bannen. Ze wenkte naar Gustav en Georg en gaf aan dat ze naar de keuken zouden gaan en de twee broers even alleen zouden laten. Voorzichtig stonden de twee op en Siënne liet ze voorgaan door de deur en richting de keuken. Ze haalde de grote plant voor de deur van de woonkamer weg—omdat de woonkamerdeur nooit dicht ging had ze er een plant voor gezet om te voorkomen dat mensen hem tóch dichtdeden—en toen ze de deur bijna dicht had gedaan, hoorde ze het hartverscheurende gesnik van Tom, dat hij eindelijk los liet.