Hoofdstuk 17
De benadering
De daarop volgende nacht kon Siënne weer niet slapen, maar dit keer lag het niet aan de maan, maar aan Bill. Ze had het idee dat er steeds meer bij hem terug kwam, maar niet op de manier waarop de psychologen hadden gehoop, bij het einde beginnen en gaandeweg terug. Nee, Bill was begonnen op die bewuste dag waarop hij iemand er opuit had gestuurd om Siënne te halen. Hij had zich inmiddels ook al het hotel in België en de vliegreis naar Dusseldorf herinnerd. De volgende stap was de nacht van de kidnapping en dan was het slechts afwachten. Ondanks dat hij niet precies wist wat er die nacht gebeurt was, voelde Bill zich toch ongemakkelijk en had de ontmoeting met zijn moeder wéér drie dagen uitgesteld, voor de derde keer. Simone liep inmiddels ook de deur plat bij een psycholoog en ze hoopte dat ze, de volgende keer dat ze haar zoon in haar armen kon sluiten, hij precies weer wist wie hij was en wie zij was. Bill begon meer rond Siënne te hangen, zoekend naar geborgenheid, een schuilplaats zoekend voor het angstige vooruitzicht, die zij hem niet kon bieden.
Zoals de nacht ervoor werd de stilte die nacht weer gebroken door voetstappen en een luidruchtige ademhaling. Dit keer keek Siënne om en zag Bill, in enkel een joggingbroek, achter haar staan.
‘Mag ik erbij komen zitten?’ Siënne ging met haar benen gestrekt zitten en legde haar hand erop, om aan te geven dat hij wel weer op haar schoot mocht komen zitten. Tegen Siënne’s verwachting in, ging hij naast haar zitten en trok háár opschoot. Hij sloeg zijn armen om haar midden en trok haar stevig tegen zich aan. Haar armen zaten vastgeklemd onder die van hem en zijn grip was zo stevig, dat ademen moeilijk werd.
Ze legde haar hoofd op zijn schouder en zo zaten ze samen in het donker.
‘Ik ben bang.’ Het was nog net hoorbaar, zo zacht verbrak het gefluister de stilte. Siënne zuchtte en probeerde haar arm los te krijgen. Bill merkte dat hij Siënne te strak hield en verloste zijn grip een beetje. Siënne legde haar hand op zijn wang en duwde haar voorhoofd zacht tegen zijn andere.
‘Weet ik. Ik had niet anders van je verwacht.’
Een zachte snik doorbrak de stilte, ‘ik wil zo graag alles weten, maar ik wil me die dag niet herinneren.’ Snikte hij.
‘Hé, liefje, het is goed. Ik ben bij je, ik ben bij je. Ik ga niet weg.’
‘Nooit meer?’
Een volgende stilte werd geboren. Het antwoord op die vraag zou een belofte zijn, en ze kon het zich niet veroorloven te liegen tegen deze gebroken ziel.
‘Nooit meer is een hele lange tijd.’
‘Ik wil je bij me hebben. Een hele lange tijd.’ En hij trok haar weer wat dichter tegen zich aan en hij draaide zijn hoofd zo dat ze elkaar recht in de ogen keken.
Zo zaten ze even enkel diep in de ogen te kijken en toen boog Bill zijn hoofd langzaam en kuste haar zacht op de lippen. Siënne tilde haar hoofd op en keek Bill vragend aan, op zoek naar een verklaring. Bill keek vragend terug, op zoek naar goedkeuring.
In zijn ogen kon Siënne een vonkje zien opleven, hoe donker het ook was. Langzaam bewoog ze haar gezicht naar die van hem en kuste hem terug. Even bleven ze zo zitten, lip tegen lip, geen van beide bewegend, tot Bill haar voorzichtig kleine kusjes begon te geven, die zij beantwoordde.
Haar armen vonden langzaam hun weg om zijn nek en begon zachtjes zijn achterhoofd en nek te strelen, alle pijnlijke plekken ontwijkend. Ze voelde hoe Bill zijn mond opende en zijn tong voelde voorzichtig aan haar lippen, waarna hij zich weer terugtrok. Als antwoord opende Siënne haar mond ook en voelde voorzichtig aan Bills tanden. Al snel voelde ze zijn tong weer en begonnen ze samen een spel, heel voorzichtig, zodat het de nieuwe tongpiercing geen pijn deed.
Ineens gebeurde het: Bill schoot met zijn hoofd achteruit, gaf een gil en rolde om, zijn handen om zijn hoofd geklemd en luid kreunend.