Di­ni entico dac Intrecko
Where to go ...  
  Home
  Updates
  Laat je mening horen
  Nieuwsbrief
  A 2010 Fairytale
  Amnesia
  => Proloog
  => Hoofdstuk 1
  => Hoofdstuk 2
  => Hoofdstuk 3
  => Hoofdstuk 4
  => Hoofdstuk 5
  => Hoofdstuk 6
  => Hoofdstuk 7
  => Hoofdstuk 8
  => Hoofdstuk 9
  => Hoofdstuk 10
  => Hoofdstuk 11
  => Hoofdstuk 12
  => Hoofdstuk 13
  => Hoofdstuk 14
  => Hoofdstuk 15
  => Hoofdstuk 16
  => Hoofdstuk 17
  => Hoofdstuk 18
  => Hoofdstuk 19
  => Hoofdstuk 20
  => Epiloog
  The Kiddnap-recover
  Septembers Storm
  Spring Nicht, Flieg
  Rest
  Short Stories
  Gedichten
© Lupe Sjiler
Sinds de laatste keer dat de counter weer op nul sprong (XD), gingen 23618 Besucher (50851 Hits) je voor, op weg naar mijn oneindige wereld van fantasie!
Hoofdstuk 15

Hoofdstuk 15           

De herintroductie

 

‘—en nu is hij weer bij mij!’ Riep Tom tegen een reusachtige menigte van fans, interviewers en fotograven. Een serie lichtflitsen lichtte op en legde een opgetogen Tom Kaulitz vast voor de eeuwigheid. ‘Bill is terecht, hij is mishandeld en door dit alles is hij zijn geheugen verloren. Vanwege dat laatste zal hij beetje bij beetje terug gebracht worden en kunnen we misschien begin volgend jaar verdergaan met de concerten. Vragen kunnen morgen worden beantwoord, als ik, Bill, Georg, Gustav en degene die voor Bill heeft gezorgd toen hij niks kon doen een persconferentie geven.’

Ze zagen hoe Tom van het beeld wegliep en de echte Tom die naast Bill zette de tv uit. ‘Daar gaan we dan.’ Mompelde hij tegen Bill en Siënne. Voor het eerst sinds een week liet Tom Bills hand los, ze hadden de hele week hand in hand gelopen. Bill leek er af en toe een beetje ongemakkelijk bij te worden, maar Tom zag je gewoon opbloeien, hij was zo blij dat hij zijn broertje weer terug had. Het had niemand verbaasd als Tom zelfs nú geweigerd had los te laten, laat de journalisten maar denken wat ze willen. Hij ging iedereen voor naar de deur, waarachter het geroezemoes van duizend journalisten klonk. ‘Ben je klaar?’ Bill knikte, Siënne voelde hoe zijn hand de hare zocht, even pakte ze hem en kneep erin. Tom gooide de deur open en liep het podium op, de duizend lichtflitsen vielen samen tot een grote donderklap en even bleef Bill in de deuropening staan. Siënne gaf hem een zacht duwtje en wurmde zich langs hem heen. ‘Kom we gaan zitten.’ Zei ze nonchalant tegen hem, alsof er niks gewoners was dan een kamer vol journalisten instappen. Timide liep Bill achter Siënne aan en ging in het midden van de tafel zitten, met Tom en Siënne aan weerskanten naast zich. Naast Tom ging Georg zitten en Gustav kwam naast Siënne zitten. Het geroezemoes en geflits verstomden en nu pas kon Siënne de volle kamer zien.

Ineens wees iemand vanuit haar ooghoeken naar iemand in het publiek, deze ging staan en stelde zijn vraag. ‘Bill, hoe is het om terug te zijn?’

‘Nieuw…’ Mompelde Bill.

‘Vertel eens, wat is er met je gebeurd.’

‘Ik denk dat Siënne dat beter kan vertellen, ik weet het niet meer.’ Zei Bill weer, een beetje onbeholpen en hij wees naar Siënne. Siënne voelde duizend paar ogen naar haar kijken. Als haar leven een tekenfilm was, zou je alle hoofden compleet synchroon met een ruk om zien kijken met een plotseling “whosh” geluidje erbij.

‘Ben jij Siënne?’ Was de nogal overbodige vraag van de interviewer. Siënne knikte.

‘Ik ben Siënne Verdi en ik heb Bill gevonden de avond dat …’ “ik hem vond” wilde ze zeggen maar ze slikte het snel in. ‘Ik vond Bill en heb hem thuis verzorgd, ik doe een verpleegstersstudie, dus ik wist wat ik aan het doen was.’

‘Hoe was Bill eraan toe?’

‘Erg. Eerst dacht ik dat hij een dronkenlap … misschien is het beter als ik even bij het begin begin, het is veel te ingewikkeld om niet-chronologisch alles beetje bij beetje te vertellen.’ Siënne voelde de bui al hangen, als ze heel gericht de vragen zou beantwoorden, zou niemand het begrijpen, want haar vondst bestond niet uit één moment, maar uit een hele week. ‘Ik was de hond van de buren aan het uitlaten toen ik ineens wat hoorde in de stuik waar ik naast stond, toen ik keek zag ik een jongen liggen, helemaal onder de modder—althans dat dacht ik—ik wist de jongen, die bewusteloos, naar me toe te krijgen en heb hem naar mijn huis weten te krijgen.’

‘Hoe?’ Vroeg iemand.

‘Ik heb hem ondersteund en zo zijn we gaan lopen.’

‘Hij was toch bewusteloos?’

‘klopt, daarom duurde het ook zo lang. Hij kon niet eens op z’n voeten staan, ik moest hem de hele tijd dragen.’

‘Waarom belde je geen ambulance?’

‘Weet ik niet. Ik dacht dat hij dronken was, hij ademde nog, voelde niet koud aan, had geen last van koorts, hij zat gewoon onder de modder en was buitenwesten, als we voor iedere dronken tiener een ambulance moet bellen, is het einde zoek. Zóveel geld is er niet voor de Nederlandse ziektezorg.’ Siënne kende de reputatie van de Nederlanders: dronken kaasvreters die constant stoned zijn terwijl ze zich tegoed doen aan hoeren. Er klonk wat gegrinnik in de zaal, ‘ik heb hem dus naar mijn huis versleept en daar wilde ik hem gaan verzorgen. Hij stonk best wel heel erg, naar urine en zweet en modder, maar niet naar drank en dat verbaasde me. Ik begon zijn gezicht te bestuderen en ik probeerde hem bij te krijgen, dit lukte niet dus deed ik maar het licht aan, misschien dat dat zou helpen. Toen ik weer naar zijn gezicht keek, zag ik dat het niet echt modder was, maar aarde, vermengt met bloed. Heel zijn gezicht zat onder en in eerste instantie dacht ik dat hij geen vel meer op zijn gezicht had. Nou ja, ik heb hem toen schoon gemaakt en verzorgt. Hij herinnerde zich niks meer en ik kwam er ook pas achter toen ik de tatoo in zijn nek zag. Ik besloot hem niks te vertellen en ermee te wachten tot ik het juiste moment had gevonden.’

‘Waarom bracht u hem niet naar de dokter.’

‘Ik dacht dat hij dronken was.’ Herhaalde Siënne nogmaals.

‘Maar als arts in opleiding moet u toch weten dat bij wonden in het gezicht de patiënt altijd naar het ziekenhuis wordt gebracht.’

‘Ik heb een broertje dat om de haverklap valt en zijn kin, wenkbrauw of neus open haalt. Moesten wij voor ieder dingetje naar de dokter, waren we nu arm.’

‘Maar dit was anders.’

‘De wonden waren niet diep, alleen die op zijn wang, die heb ik professioneel behandeld en het heelt goed, inmiddels heeft hij een dokter gezien die hem heeft verteld dat alles goed gaat.’ Zo, die zat, niemand die haar nog ging vertellen dat ze fout zat, dat wist ze zelf ook wel. Er volgde een hele riedel vragen naar Tom en Bill en de rest van de band. Siënne kreeg ook nog wat vragen, maar dat was meer om gaten te vullen.

‘En Bill, wat vind je van het hele verhaal?’ Vroeg iemand.

‘Nog al schokkend, het klinkt als een verhaal uit een boek, niet als iets dat ik écht heb meegemaakt.’

‘Weet je er dan niets meer van?’

‘Alles vóór de ochtend dat ik bij Siënne op de bank wakker werd, is mij onbekend of is vaag. Zo herinnerde ik mij de náám Tom, maar niet de persoon. Zo ook met de hond en onze beste vriend en nog wat mensen van de crew. Gek genoeg kon ik de namen Georg en Gustav niet bedenken, maar herkende ik hun gezichten wel toen ik ze zag.’ Iedereen zat druk te pennen. ‘Maar,’ begon Bill, iedereen keek op en Bill legde zijn ene arm rond de schouders van Tom en pakte de hand van Siënne, ‘ik ben iedereen enorm dankbaar voor hun geduld. Ik had er echt tegenop gezien, ik kende niemand en iedereen kende mij wél. Gelukkig had Siënne ze allemaal goed voorbereid en was Tom degene die iedereen er steeds aan herinnerde dat ik me niet schuldig hoefde te voelen en dat de andere zich niet gekwetst hoefde te voelen.’ Siënne keek vol stille trots naar de jongen naast zich, die iedere dag bijna les kreeg in het zichzelf-zijn. De hoop dat zijn geheugen terugkeerde leefde nog vol op, maar iedereen besefte dat het zo ook wel ging.

‘Wat was nu precíés de schade?’ Vroeg iemand.

Siënne zuchtte en voelde zich behoorlijk ongemakkelijk, van alles dat moeilijk te vertellen was, stond dit wel ergens bovenaan het lijstje, net onder vertellen dat iemands kind is gestorven en net boven iemand vertellen dat zijn partner een ongeluk heeft gehad. ‘Natuurlijk de gescheurde wenkbrauw,’ begon Siënne en ze wendde zich tot Bill en wees het aan, ‘Blauwe plekken, hier, hier en hier, de wond op zijn wang.’ Ze tekende in de lucht een streep, twee centimeter van Bills huid af, waar de wond zat. Met haar andere hand tilde ze zijn kin op en begon blauwe plekken, schaafwonden en andere wonden aan te wijzen. ‘Zijn schouder ligt open, op zijn rug zijn plekken te zien waar hij vaak is geslagen, waarschijnlijk met een smalle tak of een zweep, op zijn borst is een mededeling gekrast, men heeft over hem heen geürineerd en zijn benen zijn behoorlijk blauw, zijn haar is natuurlijk geknipt, zijn tongpiercing is er op een pijnlijke manier uit gehaald, hij is níét bestolen, gek genoeg, want zijn mobiel en portemonnee had hij nog. En hij heeft dan nog een harde klap op zijn hoofd gekregen, waar hij een paar dagen later over had vertelt.’ Ratelde Siënne, alsof snel zeggen minder pijnlijk was.

‘Herinnerde hij het zich?’

‘Nee, hij had lichte hoofdpijn. Al twee dagen, zei hij … ná twee dagen.’ En ze keek Bill met een doordringende had-dat-dan-ook-eerder-gezegd blik.  

Maar natuurlijk hadden de journalisten alles wel gehoord: ‘Zei je nou over hem heen geürineerd?’ Siënne knikte en voelde de blik op zich branden van duizend journalisten, vier bandleden, een stuk of twintig mensen achter de schermen en miljoenen mensen die de persconferentie live volgde.

‘Wat voor mededeling hadden ze op zijn borst gescheven?’

‘Gekrast.’

‘Pardon?’

‘Gekrast, ze hebben het er met een mes in gekrast.’ Een paar mensen slaakten verschrikte en verontwaardigde kreetjes, Bill keek beschaamt naar zijn knieën, alsof hij het zelf had gedaan en Siënne bedacht zich hoe de miljoenen kijkende fans nu woedend waren opgesprongen of in tranen waren uitgebarsten. Even was het stil en wist niemand meer wat te vragen. Langzaam kwamen de journalisten weer op gang en vroegen naar de bandleden, wat zij ervan vonden, hoe zij het hadden ervaren, wat ze van Siënne’s keuzes vonden en zo verder.

Na een half uur begon Peter zich ermee te bemoeien: ‘Dames en heren, Bill moet nu rusten, hij heeft nog steeds lichamelijke klachten en vaak hoofdpijn aanvallen van het proberen te herinneren, dus als u ons wilt excuseren, wij moeten gaan.’ Vertelde Peter die Bills schouders vast pakte en het publiek rustig en vastbesloten toesprak. Iedereen stond op en volgde Peter het podium af.

Contact  
  Mensen die met in contact willen komen, iets willen vragen of gewoon een babbelje willen maken. Vragen hoeft niet meer, stuur met maar gewoon een mailtje of voeg me toe op MSN

Lupe.Sjiler@hotmail.com

 
Het lettertype  
  voor zij die enorm veel last hebben van het kleine lettertype dat mijn site leuk vind te gebruiken: druk op ctrl en dan scrol je naar beneden dan wordt--als het goed is--het lettertype groter, zo niet, moet je de andere kant op scrollen.  
Mijn verhalen  
  A 2010 Fairytale;
Amnesia (TH);
The Kiddnap-recover (TH);
Septembers Storm
Spring Nicht, Flieg (TH);

Verhalen die staan onder het kopje "Rest":

The Guardian (TH);
The Name of Love (TH)
 
Mijn Short Stories/korte verhalen  
  9/11;
Cry Wolf, Cry;
Donkere Nacht
Duister Bos;
Fly Away (TH);
Hoog Sammie, Kijk Omhoog;
Lonely Snow (TH);
My Brother (TH);
My Lullaby;
My Lullaby (En);
Op Het Podium;
De Stem;
Tequila & Coconut;
The Wall;
The Wall (En);
 
Codes en credits  
  Ik gebruik soms bepaalde codes:

En = Engels
Ne = Nederlands
TH = Tokio Hotel

Ook schrijf ik vaak verhalen waar ik andermans werken in gebruik, zoals liedjes of quotes.
Deze schrijf ik op aan het einde van het vehraal, of bij het overzicht (zoals bij de Short Stories)
 
This website was created for free with Own-Free-Website.com. Would you also like to have your own website?
Sign up for free